Onze campagnes

.

De economische waarde van een leven

Geplaatst op 25/10/2017 in Doelmatig overheidsbeheer, Non classé.

Het leven is heilig; de waarde ervan kan niet worden gekwantificeerd. Nochtans zijn we in de economie verplicht daarover een vergelijk te treffen. Over dat onderwerp ondervragen[1] we Prof. Jacques Drèze emeritus hoogleraar van de UCL waar hij onderzoeker was aan het CORE. Hij noemt het bedrag van twee tot vier miljoen euro en toont dat het niet alleen om een theoretische oefening gaat. Het is zelfs hoogst noodzakelijk voor een coherent bestuur.
 

Van waar komt het idee om de waarde van een mensenleven in economische beslissingen te berekenen?

In 2002 stelde een Amerikaanse autofabrikant op één van zijn modellen een ernstig fabricatiefout vast: de brandstoftank was slecht geplaatst en slecht beschermd en brak bij een botsing, wat tot een explosie of brand leidde en de dood van de passagiers tot gevolg kon hebben. De fabrikant evalueert het risico voor de voertuigen in gebruik op 180 waarschijnlijke overlijdens. Zich baserend op de economische waarde van een mensenleven op 200.000 dollar beslist hij niet in te grijpen. De kost om de brandstoftanks van alle in dienst zijnde voertuigen te veranderen, zou de waarde van de 180 geredde levens overstijgen!

Cynisme ten top, zou je kunnen zeggen … en toch … Als we alle mensen in levensgevaar bestens zouden willen beschermen op alle gebieden (weg, brand, natuurrampen, terrorisme en ander geweld) zouden onze veiligheidsuitgaven onbeperkt stijgen, ten koste van onze levenskwaliteit. Het gaat er dus om de gulden middenweg te vinden, zowel op dit gebied als op vele andere. Om die te vinden, moet er goed worden nagedacht en vervolgens correct worden gerekend. In het geval van de fabrikant denk ik dat een berekening op basis van een waarde van 200.000 dollar incorrect is.

Druist een economische maximumwaarde van een mensenleven niet in tegen uw ethisch besef?

Naar mijn mening is het eerder een morele plicht, want door zo’n maximumwaarde te handhaven worden er ook meer levens gered.

Hoe rechtvaardigt u de noodzaak om een prijskaartje aan het leven te hangen?

De prijs weerspiegelt de “bereidheid om te betalen” van de kopers. Gelukkig ontsnappen de fundamenteelste waarden (liefde, affectie, broederschap, solidariteit …) aan het gesjacher. Toch speelt onze bereidheid om te betalen een rol in de concrete uiting van solidariteit. Of het nu gaat om sociale uitkeringen, hulp aan de derde wereld of het opvangen van politieke vluchtelingen, de begrotingsmiddelen die zijn ontstaan uit onze belastingen en heffingen beperken de uitgaven. De hoogte van die belastingen en heffingen weerspiegelt een politiek beeld van de burgerbereidheid om voor solidariteit te betalen.

 

“De waarde van een mensenleven is strikt onmeetbaar aan elke andere waarde en het is zinloos om er een schatting van te proberen maken.” Dat zeiden twee Parijse ingenieurs van de Ecole nationele des ponts et chaussées[2] veertig jaar geleden in de inleiding van een artikel over … de prijs van een mensenleven waarmee rekening moet worden gehouden bij beslissingen over verkeersveiligheid! We zetten hun probleem in concrete verwoordingen om.

De plaatsing van verkeerslichten op het kruispunt van twee wegen (bijvoorbeeld de N4 en de N25) verhoogt de veiligheid voor een kostenplaatje van een paar 100.000 euro. Die ingreep verlaagt het risico op dodelijke ongevallen, maar neemt het risico niet weg. De aanleg van een rotonde elimineert zo goed als alle dodelijke ongevallen, maar is drie tot vier zo duur (400.000 euro). Over de investering van dat bedrag wordt goed nagedacht: het komt overeen met de bouw van zes sociale woningen of de toekenning van 70 studiebeurzen of sociale uitkeringen. Dat wil zeggen dat de levenskwaliteit van tientallen personen gedurende meerdere jaren wordt verbeterd. Er wordt ook niet geraakt aan het mensenleven, waarvan de waarde onschatbaar is … maar we moeten het wel een prijs toekennen om te beslissen waar en wanneer de uitgaven voor een rotonde gerechtvaardigd zijn!

Is er geen conflict tussen het bestuur van de samenleving en de gevoeligheid van individuen?

De benadering die de meeste economen[3] aanvaarden, past op de wegeninfrastructuur dezelfde beginselen toe waarop de privébeslissingen van weggebruikers zijn gebaseerd. In het dagelijkse leven worden we immers allemaal gedwongen om keuzes te maken tussen veiligheid en het besparen van tijd of geld. Wie van Leuven naar Namen de wagen neemt, weet dat hij veiliger zou zijn in de trein maar tijd- en comfortwinst zegevieren. Dezelfde automobilist weet dat een duurdere wagen veiliger is, maar hij beperkt zijn uitgaven uit noodzaak of om zich nog andere aankopen te kunnen permitteren die zijn levenskwaliteit verhogen (een cd of een goede wijn, een opleidingsstage voor een kind …). De conclusie is duidelijk: we streven niet naar absolute veiligheid en aanvaarden compromissen tussen levensbehoud en levenskwaliteit. Die twee doelstellingen zijn onderling vergelijkbaar: de compromissen vullen onze bereidheid in om voor veiligheid te betalen.

Maar niemand heeft het toch over de waarde van zijn leven?

Wie bereid is om 25 euro te betalen om een risico van een op honderdduizend op een (eenmalig en niet-repetitief) dodelijk ongeval te vermijden, handelt alsof de waarde van zijn leven tweeëneenhalf miljoen euro bedraagt. Die zogenaamde maat van “levenswaarde” mag niet letterlijk worden genomen. Het significante gegeven is de prijs (25 euro) die verbonden is aan een lagere sterftekans met 0,01 ‰. De omzetting naar “waarde van het leven” is ingevoerd om gegevens uit verschillende contexten of studies vergelijkbaar te maken waarbij verschillende niveaus van waarschijnlijkheid worden gehanteerd.

 

Hoe wordt die bewuste waarde van het leven berekend?

Via vragenlijsten wordt de bereidheid van mensen onderzocht om te betalen voor een lagere kans op een dodelijk ongeval. Ook de loonstijgingen in verband met de uitoefening van risicoberoepen zijn duidelijk. Die studies waren talrijker in de Verenigde Staten en in Engeland. De schattingen die daaruit zijn voortgekomen, zijn uiteraard variabel, maar zijn gericht op waarden van twee tot vier miljoen euro.[4]

Na de terroristische aanslag van 11 september 2001 hebben de Amerikaanse autoriteiten compensaties verstrekt ten bedrage van 1,5 tot 2 miljoen euro. Die cijfers geven de waarde achteraf weer. We zien dat de waarde vooraf van een leven van een volwassene verder gaat dan het begrip compensatie, bedoeld om overlevenden te vergoeden. De risiconemer kent (subjectief) een hogere waarde toe aan zijn eigen leven.

De cijfers onthullen dat er een  klein tiental rotondes mogen worden aangelegd als dat de hoop geeft om één dodelijk ongeval te voorkomen. Een dergelijke conclusie lag in eerste instantie niet voor de hand. Ze zou degenen moeten geruststellen die vrezen dat bij de economische berekening menselijke waarden worden genegeerd en illustreert het belang van economische studies waarbij een correct theoretische benadering met systematisch empirisch onderzoek wordt gecombineerd.

Bij die studies en de conclusies die eruit volgen, telt vooral een rationalisering van de uitgaven voor zekerheid op verschillende vlakken: weg- en luchttransport, brand, gezondheidszorg, criminaliteit … Rationaliseren betekent het aantal levens dat wordt gered met de beschikbare middelen maximaliseren. Het probleem stelt zich ook op gemeentelijk niveau (openbaar wegennet-brand-politie) en op het niveau van de complementariteit tussen de gemeentelijke, gewestelijke en federale gezagsniveaus.

We weten dus hoe een samenhangend beleid tussen de verschillende veiligheidsmaatregelen te voeren?

Ja, maar daarover is nog niet alles gezegd. Op het gebied van verkeersveiligheid redden we statistische levens, levens van slachtoffers van wie de identiteit in principe ongekend is. Het enige wat we weten zijn algemene eigenschappen van de bevolking waartoe ze behoren. De bereidheid om te betalen voor veiligheid verschilt evenwel van persoon tot persoon. Die hangt enerzijds af van psychologische redenen en van de middelen die de persoon ter beschikking heeft. Anderzijds hangt het ook af van de aandacht van de overheden om verschillende categorieën van personen te beschermen. We gaan dieper in op beide aspecten.

Het spreekt vanzelf dat de zin om voor veiligheid te betalen toeneemt naarmate het inkomen stijgt: het opofferen van levenskwaliteit dat nodig is om één enkele uitgave voor zekerheid te accepteren, is bij hoge inkomens kleiner dan bij lage inkomens. Empirische studies bevestigen dat duidelijk. Daardoor besteden gemeenten met een welgestelde bevolking meer aan veiligheid dan gemeenten met een minder bevoorrechte bevolking. Ook traditionele luchtvaartmaatschappijen hechten impliciet meer waarde aan het leven van hun passagiers dan busmaatschappijen.

 

Wat het tweede aspect betreft, blijkt uit rondvragen dat veel mensen eerder bereid zijn bepaalde levens te redden dan andere. Het redden van een jongere van 20 jaar zou zo gelijk staan aan het redden van zeven 60-jarigen[5]… Dergelijke dilemma’s doen zich vooral voor op het gebied van gezondheid, bijvoorbeeld vanwege de noodzaak om prioriteiten tussen orgaanaanvragers op te stellen of vanwege vragen over de toegankelijkheid van zeer dure behandelingen voor ouderen.

De redenering die leidt tot de verwerping van het beginsel van “veiligheid tegen elke prijs” sluit ook de mogelijkheid uit van “gezondheid tegen elke prijs” en rechtvaardigt dat de sociale zekerheid selectief is in de zorg die zij verleent. De economische analyse wordt verzocht op dat gebied dezelfde rol te spelen als op het gebied van de veiligheid.

Leiden we uit een maximumwaarde voor een mensenleven geen gebrek aan respect voor een mensenleven af?

We zijn bereid om aanzienlijke bedragen (enkele miljoenen euro) uit te geven om een mensenleven te redden. Tegelijkertijd wensen anderen een vertraagde bevolkingsgroei. Is dat niet contradictorisch? Ook hier vallen gezond verstand en economische analyse samen: de twee problemen zijn volledig gescheiden.

De bereidheid van een persoon om voor veiligheid te betalen, is zo goed als onafhankelijk van een al dan niet aanwezige kinderwens[6].

Respect voor het leven is een belangrijke ethische waarde. Die wordt hier niet buiten spel gezet. We verzetten ons steevast tegen de kleinste medewerking aan het veroorzaken van de dood. Terzelfdertijd beperken wij onze bereidheid om voor veiligheid te betalen, om onze levenskwaliteit te behouden.

 

Brussel, 24 oktober 2017

[1] Hoogleraar J. Drèze neemt goeddeels verwoordingen over uit zijn artikel voor het tijdschrift Regards économiques van het IRES-UCL van juni 2003.

[2] C. Abraham en J. Thédié, “Le prix d’une vie humaine dans les décisions économiques”, Revue française de recherche opérationelle, 1960, p.157-168.

[3] J.H. Drèze, “L’utilité sociale d’une vie humaine”, Revue française de recherche opérationnelle, 1962, p. 3-28.

[4] Cf. W. Kip Viscusi, “The Value of Risks to Life and Health”, Journal of Economic Literature, 1993, p. 1912-1946.

[5] Cf. M.L. Cropper, S.K. Aydede et P.R. Portney, “Preferences for Life Saving Programs: How the public Discounts Time and Age”, Journal of Risk and Uncertainty, 1994, p. 243-265.

[6] Cf. J.H. Drèze, “From the Value of Life to the Economics and Ethics of Population: the Path is Purely Methodological”, Recherches économiques de Louvain, 1992, p. 147-166.

Burgercontrole op het overheidsoptreden

Geplaatst op in Een betere werking van de democratie, Non classé.

Noodzakelijkheid

We zien burgers twee houdingen aannemen tegenover herhaalde schandalen zoals Optima (Gent), Kazahgate (Ukkel), Publifin (Luik), PubliPart[1] (Gent), Samusocial (Brussel) enz. Sommigen hebben daaruit de conclusie getrokken dat ‘alle politici corrupt zijn’, hebben de deur dichtgeslagen en zijn daarop hun interesse voor de politiek nog meer verloren. Een kleiner aandeel verenigt zich om het algemeen belang beter te verdedigen. Degenen die de moeite hebben genomen om deze eerste regels te lezen, maken waarschijnlijk geen deel uit van de eerste groep. Met de volgende overwegingen hopen we van hen actievere burgers te maken. Sterker nog, er zal nooit sprake zijn van een gezonde democratie als de burger geen belang stelt in het overheidsoptreden.

 

Officiële controles

Overheidsuitgaven zijn wettelijk geregeld. Zij moeten eerst in een begroting worden opgenomen die de democratische instellingen goedkeuren: parlement, gemeenteraad enz. Vaak moet de overheid een aanbesteding uitschrijven. De goedkeuring van een concrete uitgave, het betalingsbevel en de betaling verlopen volgens gereguleerde procedures, waardoor het uitvoerend orgaan de verantwoordelijkheid op zich kan nemen.

 

Voor iedere uitgave moet de Inspectie van Financiën vooraf toestemming geven. De opdracht van de inspecteurs van financiën is vergelijkbaar met een audit. Zij hebben een tamelijk ruime bevoegdheid inzake de controle van overheidsinkomsten en –uitgaven en worden in het bijzonder aangemoedigd om voorstellen te doen om de financiële toestand van de betrokken administraties (federale regering en gefedereerde entiteiten) te verbeteren[2].

 

Het Rekenhof heeft in de eerste plaats de verantwoordelijkheid om de regelmatigheid van de overheidsrekeningen te beoordelen. Vervolgens ziet het toe op de inzet van de openbare middelen die worden gebruikt door ordonnateurs, overheidsbedrijven en private organisaties die staatssteun ontvangen. Tot slot infromeert het het parlement, de regering en de bevolking over de conformiteit van de rekeningen. De controles van het Rekenhof betreffen de uitgaven en ontvangsten van de federale, gewestelijke en gemeenschapsregeringen alsook de permanente afvaardigingen van de provincies.[3]

 

Officiële controles bieden weliswaar geen algehele oplossingen, mede omdat de scheiding tussen de controleur en de gecontroleerde soms onvoldoende gewaarborgd is.

 

De burgers betalen dus aanzienlijke sommen geld om al die controlemechanismen in stand te houden. We moeten erkennen dat de algemene resultaten daarvan positief zijn. Er zijn evenwel nog altijd te veel afwijkingen die het gevolg zijn van nalatigheid van controleurs of van complexe strategieën om aan de controles te ontsnappen.

 

Straffeloosheid

We wijzen onder andere op twee omstandigheden die straffeloosheid en dus misbruik bevorderen. Ten eerste is er de verwatering van de verantwoordelijkheden. Bij beslissingen zijn meerdere collegiale organen betrokken zodat iedereen zich achter een instelling kan verschuilen; niemand is dus nog voor niets verantwoordelijk. Ten opzichte van individuele politici is de ‘burgerstraf’ onbestaande (of ineffectief). Zolang de partij de politicus dekt, kan hij zich bij de uitoefening van zijn politieke mandaat ernstige nalatigheid, misbruik of onbekwaamheid veroorloven.

 

Een andere factor van straffeloosheid is de discretionaire bevoegdheid van de besluitvormer. Bestuurders zijn geen robots, maar mensen die voortdurend afwegingen maken tussen elkaars belangen. Het is dus mogelijk om binnen de wettelijke vormen misbruik te plegen (en dat kan om een budget van miljarden euro gaan) en tegen iedere gerechtelijke vervolging beschermd te zijn.

 

Paul Meulemans, voormalig commissaris bij de Federale Politie en hoofd van de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie is van mening dat corruptie bij ambtenaren een meerkost van ongeveer 20 % op overheidsopdrachten genereert. In dat geval verliezen de belastingbetalers ongeveer 4 miljard euro per jaar[4], ofwel 1.090 euro per gemiddeld gezin.

 

Hieronder bespreken we de controlemechanismen waarover de burgers beschikken.

 

Alledaagse transparantie via de pers

De menselijke natuur zet mensen ertoe aan het eigenbelang boven het collectieve belang te stellen. Door opvoeding kunnen we die neiging corrigeren door verschillende vormen van altruïstisch of religieus geïnspireerde idealismen door te geven. Politici hebben de plicht om voorrang te geven aan het algemeen belang aangezien de kiezer hen heeft gekozen om dat te doen en aangezien ze worden vergoed om het algemeen belang te dienen.

 

Transparantie fungeert als middel wanneer idealisme en plichtsbesef ontbreken. Transparantie verkleint de afstand tussen het persoonlijke en collectieve belang. Als de mandataris het algemeen belang schaadt, dan is dat immers geweten en kan dat zijn politieke carrière benadelen. Voorzichtig­heidshalve voorkomt de mandataris dan ook misbruik.

 

We stellen vast dat sommige politici zich als gevolg van mediacampagnes gedwongen voelen om ontslag te nemen. Het doet ons plezier dat de pers daarin een regulerende rol speelt, maar het mechanisme is erg zwak. Het kan niet dagelijks worden gebruikt en is alleen van toepassing op gewichtige dossiers. Als u in een wervings- of benoemingsprocedure onrechtvaardig bent behandelt, rekent u maar best niet op de pers om het misbruik aan de kaak te stellen.

 

Bovendien is de straf soms erg licht. De zaak-Donfut is typerend. In mei 2009 trad Didier Donfut af als minister en trok hij zich terug uit de socialistische kiezerslijst. Hij werd er immers van verdacht via een eenmansbedrijf een jaarlijkse vergoeding van 160.000 euro te ontvangen van de intercommunale IGH (Intercommunale de Gaz du Hainaut). Dat had een belangenconflict kunnen vormen met zijn ministeriële functies. Een paar maanden later, op 27 oktober 2009, werd hij evenwel verkozen tot voorzitter van diezelfde organisatie dankzij de steun van de socialistische leden van de raad van bestuur, die de meerderheid vormden.

 

Ombudsman

U kunt gratis terecht bij de ombudsman. De federale of gewestelijke ombudsman zoekt een oplossing voor uw probleem in samenspraak met de administratie. Als uw klacht gegrond is, probeert hij de administratie ervan te overtuigen om de situatie recht te zetten zodat het probleem zich niet meer voordoet. Zo draagt uw klacht bij tot een efficiëntere administratie.

 

In 2016 heeft de federale ombudsman 4276 nieuwe klachten en 1732 informatieaanvragen ontvangen.[5] We vrezen dat veel burgers geen klacht indienen uit angst voor vergelding. Natuurlijk werkt het systeem beter als mensen moedig voor hun rechten opkomen.

 

Rechtvaardigheid

Ambtenaren moeten[6] bij de procureur des Konings de wanbedrijven en misdaden aangeven waarvan zij kennis hebben bij de uitoefening van hun ambt. Een soortgelijke verplichting geldt voor personen die getuige zijn van een aanslag op de openbare veiligheid of op het leven of eigendom van een individu.[7]

 

België heeft zich wel uitgerust om meldingen van sociale fraude te ontvangen[8], maar is luier als het op het opsporen van corruptie in overheidsdiensten aankomt.

 

Zoals hierboven vermeld, worden veel gevallen van misbruik niet vervolgd. Ofwel is dat omdat de discretionaire bevoegdheid waarover iedere besluitvormer beschikt, wordt misbruikt ofwel omdat het gerecht geen toegang heeft tot voldoende bewijsmateriaal. Bovendien worden veel aanklachten wegens gebrek aan middelen zonder gevolg geklasseerd.

 

Voor het indienen van een klacht duiken er twee obstakels op: de looptijd en de kosten. Stel dat een bedrijf ten onrechte van een overheidsopdracht wordt uitgesloten en failliet gaat door een gebrek aan bestellingen. Zes jaar later stelt de rechter hem in het gelijk, waar is dan de rechtvaardigheid? Wat de kosten betreft, zal hij worden bemoedigd door de verhaalbaarheid van de kosten en de honoraria van de advocaat waarbij de verliezer van de rechtszaak de winnaar een bedrag moet terugbetalen dat grotendeels de kosten dekt die de winnaar zelf aan zijn advocaat heeft moeten betalen.

 

Klokkenluider

De aanklacht wordt te goeder trouw en met goede bedoelingen ingediend: ze beoogt een situatie, een bedreiging voor het algemeen welzijn, het openbaar of het algemeen belang. Verraad is daarentegen geïnspireerd door hebzucht, haat of minachting.

 

De klokkenluider wordt vaak in verband gebracht met een aanpak die verder gaat dan de klacht bij de bemiddelaar of de procureur des Konings. Uiteindelijk, nadat hij tevergeefs heeft geprobeerd om een reactie te krijgen via officiële instanties, richt hij zich met zijn probleem tot een vereniging of een mediakanaal, soms tegen het advies van zijn superieuren. Vaak overtreedt de klokkenluider een geheimhoudingsplicht. Hij acht het noodzakelijk dat misdrijf te plegen om aan een veel ernstiger misbruik een einde te maken.

 

Toegang tot informatie

Burgers zijn zich niet altijd van hun rechten bewust om administratieve dossiers te raadplegen. De keerzijde van de medaille is dat administraties weigeren toegang te verlenen terwijl de burger die wel wettig opeist. Om te voorkomen dat de burger stelselmatig het slachtoffer wordt van een ongunstig machtsevenwicht, heeft de Franse vereniging Transparencia haar activiteiten in België opgestart. De burger stelt zijn vraag aan de overheidsinstelling via het internetplatform van Transparencia. Iedereen kan zien welke instellingen weigeren te antwoorden.

We zouden Transparencia als een democratisering van de parlementaire vraag kunnen beschouwen. Niettemin geldt administratieve transparantie van bestuurshandelingen alleen voor het verleden. De Politieke Databank biedt een oplossing om de politici over hun toekomstige plannen te bevragen.

 

Politieke Databank

We hebben gezien dat de pers een vorm van sociale controle teweegbrengt. Evenwel schrijft de pers vaak in een te geladen context of gaat ze overhaast te werk. De Politieke Databank van WijBurgers is een extra informatiekanaal. De gestructureerde informatie van de persoonlijke profielen kan worden aangevuld met hyperlinks naar artikels waarin het gedrag van politici bij specifieke gebeurtenissen worden beschreven. Individuele burgers en burgerbewegingen kunnen het initiatief tot ‘peilingen van de politiek’ nemen, d.w.z. (gesloten) vragen stellen aan betrokken politici.

 

Interpellatierecht

De burger mag de vergaderingen van de gemeenteraad bijwonen en daarop ook een vraag stellen.

 

Besluit

De menselijke aard maakt dat de controle op politici altijd noodzakelijk zal zijn. Er is altijd ruimte tot verbetering van de controles. Waaraan het misschien wel het meeste ontbreekt, zijn het verantwoordelijkheidsgevoel en de moed van degenen die controleren. Beste lezer, de controleur bent u in eerste instantie. Transparencia en WijBurgers zijn twee voorbeelden van burgers die de krachten bundelen om het algemeen belang te behartigen. Hun slagkracht is afhankelijk van de steun van het volk, met inbegrip van financiële ondersteuning.

 

Jean-Paul Pinon, 20 oktober 2017

 

[1] http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170212_02726024: Dit moet u weten over het Vlaamse ‘PubliPart-schandaal’, Nieuwsblad, 13/2/2017

[2] Didier Batselé, Tony Mortier, Martine Scarcez, Manuel de droit administratif, no 965

[3] https://fr.wikipedia.org/wiki/Cour_des_comptes_(Belgique)

[4] De Morgen, 5 februari 2016, Corrupte ambtenaren kosten elk jaar 4 miljard euro

[5] Jaarverslag 2016 van de federale Ombudsman, p.144.

[6] Wetboek van Strafvordering, art. 29 en 30.

[7] Christine Guillain, 6 januari 2012, La portée et les limites de la dénonciation en matière pénale (in: Justice en ligne)

[8] Het Meldpunt voor Eerlijke Concurrentie gaat uit van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD): https://www.meldpuntsocialefraude.belgie.be.

Bericht aan activisten: de nieuwe campagnetool is beschikbaar

Geplaatst op 16/09/2016 in Een betere werking van de democratie.

Door die nieuwe applicatie van WijBurgers kunnen burgergroeperingen gewicht geven aan hun eisen. De tool bij uitstek dus om uw vraag aan de politici te stellen! De digitale revolutie ten dienste van de dialoog tussen de burger en zijn vertegenwoordigers!

In een representatieve democratie heeft de burger minstens recht op transparantie over de politieke handelingen van de vertegenwoordigers. Daar de kiezer de macht aan afgevaardigden moet afstaan, is het logisch en wenselijk dat hij degenen aan wie hij zijn vertrouwen schenkt, goed kent.

Opdat de informatiebronnen, waarvan de Politieke Databank onderdeel uitmaakt, volledige tevredenheid geven, is een samenwerking van de politici vereist. Zij moeten hun profiel invullen en hun politieke standpunten kenbaar maken. Sommige mandatarissen zeggen dat ze door vragen worden overspoeld. WijBurgers vergemakkelijkt de taak door de vragen te groeperen en als gesloten vragen te verwoorden zodat de antwoorden gemakkelijker kunnen worden geraadpleegd. Zo moet de politicus nog slechts eenmalig op dezelfde vraag antwoorden. Volgers zullen de mandataris niet meer moeten storen, want ze vinden het antwoord gratis in de Politieke Databank.

Interesseer je je voor bijvoorbeeld de patrimoniumtaks, dan kan je het standpunt van de politici zo raadplegen:

Klik op de pagina politieke databank op ‘Geavanceerd zoeken’ > ‘Toon de stellingen’. Selecteer ‘Fiscaliteit’ in het menu ‘Kies een of meer thema’s’. Daar vind je de stelling ‘Successie- en registratierechten moeten worden vervangen door een jaarlijkse belasting gebaseerd op vermogensaangifte’. Selecteer die zin en klik op ‘Zoekopdracht uitvoeren’. Op 25 juli 2016 gaf het resultaat een lijst van 216 politici. (De gratis bezoeker ziet de eerste 20). Wil je het zoekresultaat verfijnen door op andere criteria te filteren, klik dan op ‘Nieuwe zoekopdracht’ > ‘Geavanceerd zoeken’ > ‘Toon de andere criteria’. Selecteer in het menu ‘Lid van een parlement’ bijvoorbeeld ‘Lid van om het even welk parlement’. Klik vervolgens bijvoorbeeld op ‘Toon de stellingen’ en vink onderaan deze antwoorden uit: ‘Spreekt zich niet uit’, ‘Eerder niet akkoord’, ‘Helemaal niet akkoord’.  Het resultaat toont een lijst van 23 afgevaardigden die zich voor de patrimoniumtaks uitspreken. Als je op de naam van de politicus klikt, kom je op zijn persoonlijk profiel terecht. Daar klik je op het tabblad ‘Standpunten van de politicus’ om alle antwoorden op de vragen van de Politieke Databank te bekijken. Je kan een thema selecteren.

Sinds eind 2015 kan iedereen vragen voorstellen om in de Politieke Databank toe te voegen. WijBurgers biedt een dienst ‘peiling van de politici’ aan die op haar website wordt beschreven.

De nieuwigheid voor deze zomer van 2016 is de ‘campagnepagina’ waarmee de vraag omhoog geduwd wordt. De promotor van de vraag maakt de pagina op de gebruikelijke wijze bekend (sociale netwerken, elektronische mailing, webpublicaties, aankondigingen in de pers). Daar krijgt de bezoeker de lijst van de politieke mandatarissen die niet hebben geantwoord. De bezoeker kan selecteren aan welke politici hij een herinnering wenst te sturen. De herinneringen worden in een enkele klik verzonden.

De eerste campagne die zo wordt opgestart, betreft de internationale handelsakkoorden (TTIP …). Zij is een initiatief van de vzw MPEVH.

Overeenkomstig haar statuten blijft WijBurgers neutraal en zet ze haar tool ter beschikking van alle betrokken burgers en instellingen. De campagnepagina duidt aan wie de initiatiefnemer van de campagne is. Laatstgenoemde moet niet noodzakelijkerwijze neutraal zijn. De aanwijzingen bij de vragen (die aan openbare mandatarissen worden gesteld) worden onder de verantwoordelijkheid van WijBurgers gepubliceerd en zijn neutraal.

Jean-Paul Pinon, 25 juli 2016

Een nieuw lid: Bplus

Geplaatst op in WijBurgers.

De VZW B Plus, gesticht in 1998, is een pluralistische en niet-partijgebonden beweging die zich wil zich inzetten voor een versterking van de Belgische staat vanuit een universeel, democratisch en vooruitstrevend ideologisch project. Dit project gaat ervan uit dat een moderne staat stoelt op volwassen burgerschap, verantwoordelijkheidszin, samenhorigheid en solidariteit.
De visie van B Plus op het België van morgen is gebaseerd op de volgende algemene principes:

Een federaal Belgïe

Het bevorderen van een multicultureel België in een echt federaal verband, toekomstgericht en open naar de wereld toe, is het België waar B Plus voor staat; een België met zelfrespect en aantrekkelijk voor zowel de eigen bevolking als voor de buitenwereld.

B Plus verzet zich met klem tegen elke vorm van separatisme en de beweging kiest resoluut voor een evenwichtig federaal België, waarin zowel belang gehecht wordt aan de eenheid van het land als aan de autonomie van de deelstaten.

B Plus beschouwt het confederalisme als een verdekte vorm van het separatisme.

Een solidair Belgïe

Solidariteit tussen gemeenschappen, generaties, standen en personen van verschillende herkomst of met een verschillende moedertaal is het cement van elke maatschappij.

B Plus pleit zowel voor solidariteit tussen de burgers als voor solidariteit tussen de deelstaten.

Een efficiënt Belgïe

Elke institutionele entiteit kan maar overleven en tegemoet komen aan de wensen van elke burger, indien haar structuren en haar organisatie op een efficiënte manier worden opgebouwd.

Om de huidige federale staat meer efficiënt te maken pleit B Plus voor de toepassing van de vijf volgende principes:

Vereenvoudiging van de staatsstructuren

Momenteel zijn er in België zes niveaus die tussenkomen in de politieke besluitvorming.

B Plus pleit voor een open en transparant debat dat te gronde wordt gevoerd om het aantal beslissings- en beleidsniveaus in te perken, waarbij efficiëntie als belangrijkste maatstaf gehanteerd wordt.

Het subsidiariteitsprincipe

De bevoegdheden moeten toegekend worden aan het niveau waar de bevoegdheden met de grootst mogelijke efficiëntie worden uitgevoerd.

Evenwicht tussen het federaal niveau en de deelstaten

Een samenhangend en evenwichtig federaal systeem veronderstelt een zo duidelijk mogelijk omschreven bevoegdheidsverdeling.

B Plus pleit voor het creëren van de mogelijkheid om dossiers van conflictueuze situaties door het federaal niveau te laten behandelen en op te lossen.

Een federale kieskring

Op het huidige federale niveau bestaat er geen enkele electorale band tussen de globale bevolking van het land en het bestuur van de federatie.

Om dit democratisch deficit recht te zetten pleit B Plus voor de invoering van een federale kieskring (voor een deel van de verkozenen).

Een efficiënt statuut voor Brussel

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Brussel Stad, hoofdstad van ons land, Vlaanderen, de Franse Gemeenschap en zetel van de Europese Commissie, hebben een niet te onderschatten rol en verantwoordelijkheid als ontmoetingsplaats van gemeenschappen van het land.

B Plus is van oordeel dat de wetgevende macht van Brussel op hetzelfde niveau geplaatst zou moeten worden als dat van Vlaanderen of Wallonië, wat zou overeenstemmen met de realiteit van een federaal land met 3 (of 4) Gewesten.

Een europese verantwoordelijkheid

De visie van B Plus op de Belgische federale staat is niet alleen van nationaal, maar ook van internationaal en Europees belang. België ligt immers op het kruispunt van de Latijnse en Germaanse cultuur. Het land moet dus kunnen bewijzen dat een meertalige en multiculturele democratie levenskrachtig kan zijn. Het uiteenvallen van de Belgische federatie zou voor de Europese Unie een heel slecht signaal zijn.

Promotie van de meertaligheid

Om verdere polarisatie tussen Vlamingen en Franstaligen te verminderen promoot B Plus de meertaligheid in zoveel mogelijk aspecten van het dagelijkse leven, mits natuurlijk de evenwichten ingeschreven in Artikel 4 van de Grondwet, te behouden.

B Plus als catalysator

B Plus wil een katalysator zijn voor vernieuwende en vooruitstrevende ideeën. Verder wil de beweging de krachten bundelen en druk uitoefenen op de bestaande structuren.

B Plus pleit voor meer wederzijds vertrouwen, luisterbereidheid en zin tot samenwerken en zal zich blijvend afzetten tegen elke poging om de taalgroepen in ons land tegen elkaar op te zetten.

Brussel, 20/8/2016

Er is geen transparantie zolang de mandataris zijn inkomen niet publiceert

Geplaatst op 03/07/2016 in Een betere werking van de democratie.

Voor de verkiezingen ging 94 % van de kandidaten ermee akkoord dat de mandatarissen de inkomsten uit hun politieke activiteit bekendmaken. Nu de debatten achter de rug zijn en als tegenbeweging tegen het algemene conservatisme zal WijBurgers een nieuwe rubriek in de Politieke Databank openen waarin de mandatarissen die aangifte op vrijwillige basis kunnen doen.

Wat is politieke transparantie?

Hoe kunnen we zonder transparantie de openbare mandatarissen vertrouwen? Democratie ontluikt naarmate dat informatie vrij circuleert en potentieel voor iedereen beschikbaar wordt gesteld. In Zweden wordt dat principe zeer ruim geïnterpreteerd. Daar kan iedere burger bijvoorbeeld op schriftelijk verzoek de belastingaangiften van zijn buur verkrijgen.

Transparantie is de hoofdremedie tegen corruptie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de belangrijkste organisatie die tegen corruptie opkomt, ‘Transparancy International’ heet. Het valt te betreuren dat de Belgische tak van die ngo Transparency Belgium niet invloedrijker is.

Politieke transparantie die naar de openheid in de openbare instellingen verwijst, is moeilijk te meten. Als we beogen dat de aankondigingen en concrete verwezenlijkingen op elkaar zijn afgestemd, dan moeten we zwaar investeren om deze vorm van transparantie te controleren. Het zit anders met de formele transparantie die wordt gemeten aan de hand van de regels inzake openbaarmaking van informatie, zoals bijvoorbeeld de toegang tot administratieve dossiers, de vermelding van de motivering van beslissingen …

Theoretisch gezien hebben we een noemenswaardige vooruitgang geboekt. Meerdere wetten waarborgen de publieke toegang tot administratieve dossiers. De praktijk toont echter aan dat de toegang niet altijd gemakkelijk is of dat die zelfs ronduit geblokkeerd is. De Sunlight Foundation die in Washington gevestigd is, spant zich in voor een grotere transparantie in de parlementen (overal ter wereld), door onder meer de ‘open data’. Een van de uitdagingen van de moderne democratie is inderdaad de toegankelijkheid van informatie via het internet en de mogelijkheid om die in een exploiteerbaar elektronisch formaat te downloaden.

Politici doen moeilijk

Wat de politici in België betreft, hebben we nog een lange weg te gaan, al was het maar om de formele transparantie te bereiken. Een mooi initiatief in die richting is de Politieke Databank, een soort Wikipedia van de Belgische politici. Daarin duiden we de volledigheidsgraad aan per persoonlijke fiche van iedere politicus. Het gemiddelde bedraagt voor de 2.761 opgenomen mandatarissen 42,7 %. Dat gemiddelde is hetzelfde voor iedere taalgemeenschap.

De beste kandidaat bereikt een transparantiegraad van 85 %: Chris Taes, CD&V-burgemeester van Kortenberg en voorzitter van de provincieraad van Vlaams-Brabant. Hij wordt opgevolgd door Ward Kennes, CD&V-burgemeester van Kasterlee en vertegenwoordiger in het Vlaams Parlement. Op de derde plaats staat Nathalie Muylle, CD&V-vertegenwoordigster in het Vlaams Parlement en schepen in Roeselare. Vervolgens François Bellot, MR-minister in de federale regering. Op de vijfde plaats staat Didier Gosuin, lid van DéFI en minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Het is duidelijk dat het gemiddelde zal verbeteren indien de burger de transparantie bij zijn mandataris zal opvragen. Om die dialoog tussen de burgers en hun vertegenwoordigers te vergemakkelijken, heeft de Politieke Databank in het tabblad ‘Standpunten van de politicus’ een knop toegevoegd waarmee je in een paar klikken een herinnering verstuurt.

Verloning van de politici

Vóór de verkiezingen van 25 mei 2014 heeft WijBurgers de politieke kandidaten hun mening laten uitspreken over de stelling ‘Alle politici moeten de inkomsten aangeven (met inbegrip van de voordelen in natura) die zij uit hun mandaten halen.’. De 1.382 antwoorden zijn als volgt verdeeld:

Helemaal mee eens 77%
Veeleer akkoord 17%
Spreekt zich niet uit 3%
Veeleer niet akkoord 2%
Helemaal niet mee eens 1%

Sommigen hebben hun antwoord na de verkiezingen aangepast. De individuele antwoorden kan je raadplegen op de volgende pagina: Politieke Databank.

We zouden kunnen besluiten dat dat een lichtend voorbeeld van een verbroken belofte is. Waarop wachten de mandatarissen om hun inkomsten openbaar te maken? Graag citeren we Coluche: “Mensen hebben plezier als ze denken dat ze de politiek de nek kunnen omdraaien, terwijl, algemeen genomen, het vooral de politiek is die ons de nek omdraait.”

Hoeveel burgers vragen (echt) om transparantie?

Aan het einde van diezelfde verkiezingen van 2014 heeft WijBurgers deze resultaten gekregen van een bevolkingsonderzoek waarbij 26.574 respondenten ondervraagd werden. Het resultaat wordt in de afbeelding weergegeven en toont dat 89 % van de bevolking een individuele openbaarmaking wenst van de inkomsten bij de uitoefening van openbare mandaten.

Meer recentelijk stelde Cumuleo de volgende vraag aan haar lezers: “Wenst u dat de mandatarissen de bezoldiging van hun mandaten aangeven?” Meer dan 2.500 personen hebben geantwoord: 77 % zegt ja, zowel voor de publieke als de private mandaten; 20 % zegt ja, maar enkel voor de publieke mandaten; 3% zegt nee.

Echter, hoeveel burgers hebben eigenlijk verzocht, al was het maar aan een enkele politicus, om zijn inkomsten te publiceren?

WijBurgers wil graag in de Politieke Databank een rubriek aanmaken waarin politici hun publieke inkomsten kunnen aangeven. We wachten niet dat de publicatie verplicht wordt, mocht dat wenselijk zijn. Het wordt interessant om te zien wie van de mandatarissen ermee instemt om dat op vrijwillige basis te doen. We kunnen dat plan sneller en beter realiseren als je ons steunt met een gift of bijdrage als lid van WijBurgers, met verwijzing naar dit artikel.

Aangifte van mandaten

Alle politici zijn wettelijk verplicht om jaarlijks hun lijst van (publieke en private) mandaten bij het Rekenhof neer te leggen. Gelukkig, voor de transparantie, heeft de heer Christophe Van Gheluwe (Cumuleo) het persoonlijk initiatief genomen om die lijsten op het internet bekend te maken. Die lijsten geven weer of een mandaat bezoldigd is zonder het bedrag kenbaar te maken.

Op 7 juni 2016 heeft Cumuleo een paar illustratieve statistieken gepubliceerd waarin de (on)wil om transparantie bij de mandatarissen blijkt. Daaruit besluit Cumuleo: “Helaas toont deze studie dat het eisen van de politiek verantwoordelijken in België dat ze wetten na te leven een politieke genocide vormt!” »

Globaal gezien zijn 2.836 mandatarissen sinds 2004 een of meerdere keren in overtreding geweest. Cumuleo pleit ervoor dat de schuldigen ontzet worden. Kunnen we de touwtjes van het openbaar bestuur in handen leggen van mensen die hardnekkig weigeren om regels na te leven die fundamenteel zijn voor de goede werking van de democratie? “Het naleven van de wetten, meer bepaald in de strijd tegen belangenconflicten en corruptie (het belangrijkste doel van de mandaten- en vermogensaangiften), vormt nochtans de basis van de ethiek en de deontologie.”

De lijst voor 2014 van de 201 mandatarissen die hun mandatenlijst niet hebben ingediend is bekend. Dat vertegenwoordigt 2,7 % van de 7.468 mandatarissen die in Cumuleo zijn opgenomen.

Verschillen per partij

Het volgende diagram toont het percentage vertegenwoordigers per partij die aan hun verplichtingen hebben voldaan door hun vermogen (onder gesloten omslag) en mandaten aan te geven gedurende de ganse periode van hun mandaat, teruggaande tot 2004.

MandatarissenMandatenPatrimonium

Hoe kunnen we het aantal mandatarissen in overtreding terugdringen?

Cumuleo geeft twee aanbevelingen:

1) de partijen nemen interne maatregelen om ervoor te zorgen dat hun mandatarissen hun verplichtingen inzake transparantie nakomen en passen sancties toe in geval van weigering.

2) het parket vervolgt systematisch de overtredingen in mandaten- en vermogensaangiften. Sinds 2004 zijn slechts een tiental mandatarissen (ofwel 0,35 % van de overtredingen) vervolgd. Het gebrek aan sancties is een effectieve straffeloosheid dat een negatief signaal naar de maatschappij uitzendt.

Jean-Paul Pinon, 9 juni 2016

Voorstelling van de Vlaamse Volksbeweging (VVB)

Geplaatst op in WijBurgers.

De Vlaamse Volksbeweging (VVB) neemt haar rol op als behartiger van de belangen van Vlaanderen. Net zoals haar Franstalige buur in het Zuiden, ervaren Vlamingen dat ze “met handen en voeten gebonden zijn in het Belgische staatsbestel. Vlaanderen wil richting A op, Wallonië wil richting B op.” De Vlaamse Volksbeweging is voorstander om beide regio’s de volle bevoegdheden te verschaffen om dit te bewerkstelligen.

De VVB streeft naar de maatschappelijke, culturele en politieke ontvoogding van Vlaanderen tot een onafhankelijke staat in Europa en speelt daarbij een proactieve voortrekkersrol bij het behartigen van de Vlaamse belangen. Als niet-partijpolitieke, pluralistische vereniging wil ze daarom via socioculturele weg de brede publieke opinie bij dat streven betrekken en aanzetten tot actieve inzet in het democratische besluitvormingsproces.

De Vlaamse Volksbeweging gaat met een drietrapsraket te werk om onze doelstellingen te verwezenlijken:

  1. De VVB heeft een professionele studiedienst die deskundig dossiers die de VVB aanbelangen voorbereidt. Brussel en haar politiezones, Plan B, de transfers van Vlaanderen naar Wallonië, de taalwetgeving, de voorbereiding van een onafhankelijk Vlaanderen (zoals met een Witboek naar Schots voorbeeld)… worden uitgebreid onderzocht en uit dat onderzoek worden standpunten en aanbevelingen gepuurd.
  2. Eens de studiedienst dossiers heeft voorbereid, plant VVB – indien nodig – lobbywerk in door af te spreken met de juiste mensen op de juiste positie. Dat kan gaan over een parlementslid of een kabinetschef, maar ook over collega’s uit het middenveld afhankelijk van het dossier en het doel. Dan trachten VVB hetgeen is voorbereid aan de man (of vrouw) te brengen.
  3. Om haar zichtbaarheid als organisatie te verhogen vertaalt VVB haar standpunten regelmatig via eigen media (sociale netwerken: Facebook en Twitter, webstek en tijdschrift Grondvest) maar ook via de traditionele (nationale media) zij het digitaal zoals bijvoorbeeld via Knack.be of via de analoge papieren media.

Kandidaten kunnen lid worden via vvb.org/wordlid . Je kunt lid worden vanaf €10.

Brussel, 21 juni 2016

Het Griekse referendum van 5 juli: een voorbeeld van mislukte directe democratie?

Geplaatst op 08/09/2015 in Een betere werking van de democratie, Referendum op volksinitiatief, WijBurgers.

Geen enkel politiek bestel zal goede resultaten garanderen wanneer de regels misbruikt worden voor persoonlijke of partij-politieke doeleinden. Om goede resultaten te geven, zoals in Zwitserland, moeten referenda aan strikte regels beantwoorden. Referenda horen bij een politieke cultuur van meer betrokkenheid vanwege de burgers. Europa heeft de “European Citizens Initiatives” (ECI) ingevoerd. Het zou een goede stap vooruit zijn als België dit systeem zou invoeren.

Eerste minister Tsipras, die het faillissement van het land voelde naderen, riep een referendum bijeen. De Grieken moesten hun mening geven: voor of tegen het besparingsplan dat de Europese instellingen hen oplegden. Over het algemeen wordt niet verwacht dat mensen massaal besparingen willen wanneer hen wordt gevraagd of ze voor of tegen zijn. Toch stemde maar liefst 38,69% voor het besparingsplan!

Uit wat daarna volgde, blijkt echter dat het referendum onnuttig was: de Grieken hadden helemaal geen keus. De optie om uit de eurozone te stappen en de drachme opnieuw in te voeren, werd door dezelfde persoon afgewezen als diegene die het land warm maakte om de spelregels van de eurozone te weigeren!

Is het probleem van het Griekse referendum niet dat de Griekse regering misschien heeft gelogen? Daar waar bedrog en/of onbekwaamheid heersen, daar zal geen enkel politiek systeem een bevredigende oplossing kunnen bieden. Altijd zullen er gewetenloze mensen op deze wereld rondlopen, dat is zeker, maar met welk systeem kunnen we de schade die zij aanrichten het beste inperken? Op de lange termijn is dat ontegensprekelijk de echte democratie.
Het bindend referendum op burgerinitiatief maakt inderdaad een essentieel deel uit van een echte democratie, want zonder is het voor een vrij kleine nomenklatoera gemakkelijk om de macht te grijpen. Daarvan is de particratie het gangbaarste voorbeeld.

In tegenstelling tot dat wat er in Griekenland is gebeurd, moeten een aantal voorwaarden worden gerespecteerd. Alleen zo kan het referendum goede resultaten opleveren. Eén van die voorwaarden is bijzonder belangrijk in het geval van complexe materie: de burger moet kunnen kiezen tussen welbepaalde situaties.

Hun voor of tegen het Europese besparingsprogramma laten kiezen, is niet correct. Wel zou het alternatief voor dat besparingsprogramma in evenveel detail moeten worden voorgesteld. Er is nood aan een instelling die in staat is om de gevolgen van de voorgestelde, politieke maatregelen te kwantificeren. Zulke rol hadden ook de Belgische partijen naar aanleiding van de verkiezingen in 2014 tevergeefs aan het Planbureau willen toewijzen.

In mei 2014 heeft WijBurgers een rondvraag onder de bevolking gehouden waarop 7823 burgers hebben gereageerd. Op de vraag of België bindende referenda op burgerinitiatief moet instellen, reageerden de personen zoals afgebeeld in de grafiek: 50% van de bevolking is voorstander van het bindend referendum en 26% is tegen.

Taart

In afwachting kunnen de burgers petities organiseren. Er bestaan zelfs speciale websites waarmee petities gemakkelijk kunnen worden opgestart, zoals de Vlaamse website www.petitie.be. De burgers riskeren echter hun motivatie kwijt te raken door een gebrek aan impact op de korte termijn.

De Europese Unie heeft een opmerkelijke maatregel ingesteld waarmee ze de bevolking de kans wil geven om bepaalde onderwerpen op de politieke agenda te zetten. De zogenaamde “European Citizens Initiatives” (ECI) verplichten de Europese Commissie in principe om een wetgevend project te starten wanneer meer dan één miljoen handtekeningen in een voldoende groot aantal landen werd verzameld.

In praktijk zijn er zo al 51 projecten. Meer dan één derde werd al verworpen vóór de start van de petitie omdat de juridische dienst van de Commissie het voorstel niet onder de bevoegdheden van de Europese Unie vond vallen. Slechts 3 voorstellen konden het vereiste aantal handtekeningen verzamelen, wat aantoont dat het een heuse uitdaging is om de drempel te halen. De drie voorstellen behandelden: water als mensenrecht, het verbod op activiteiten die menselijke embryo’s kunnen schaden en het verbod op dierproeven.

In ieder van de drie gevallen heeft de Europese Commissie echter geweigerd om een wetgevend initiatief te nemen, wat toch enigszins verbaast. Het gebrek aan een wetgevend resultaat heeft blijkbaar activisten van allerlei slag ontmoedigd. Ondertussen zijn er nog maar drie burgerinitiatieven lopend; de hype is duidelijk over.
Wij vinden een parlementaire stemming een strikt minimum, een verplichting die de Europese instellingen moeten nakomen wanneer een burgerinitiatief de kaap van één miljoen handtekeningen heeft bereikt. De parlementaire stemming kent minstens twee voordelen: een openbaar debat en transparantie. De burger heeft inderdaad het recht om de mening van ieder Europarlementslid te kennen. We kunnen het Europese burgerinitiatief als een kleine stap in de richting van ware democratie beschouwen.

Letland heeft een systeem van burgerinitiatieven op nationale schaal ingevoerd. Onze federale wetgever kan er zich alvast door laten inspireren totdat het bindend referendum op burgerinitiatief wordt ingevoerd.

WijBurgers neemt zich politieke neutraliteit voor, op enkele uitzonderingen na zoals beschreven in ons charter. Wij voeren campagne voor een betere democratie en het referendum maakt deel uit van dat programma. Als zodanig is WijBurgers partner van de Vlaamse vzw Democratie.Nu en lid van Democracy International. Later komen wij terug op de argumenten voor of tegen referenda. Wij kunnen alvast verwijzen naar een uitgebreide analyse van Dhr Rudi Dierick, gepubliceerd in 2004.

Stakingen in het openbaar vervoer

Geplaatst op 11/02/2015 in Minimumdienst bij het openbaar vervoer.

De herhaaldelijke stakingen tegen de regering doen het debat over het stakingsrecht oplaaien. Drie aspecten zijn daarbij belangrijk: de minimale dienstverlening, de politieke stakingen en de houding van de overheid tegenover de misbruiken. De vzw WijBurgers heeft de positie van de wetten, de burgers en de ministers geanalyseerd. Geen enkele sanctionering van misbruiken werd vastgesteld. WijBurgers lanceert een oproep tot “crowdfunding” via het platform Indiegogo om zo druk uit te oefenen op de overheid.

Img-Narr-2-Newsletter-Crowdfunding

Bevinding

In de openbare diensten ontketenen stakingen van het personeel soms zonder inachtneming van de overeengekomen aankondiging. En dat ten koste van de gebruikers die vaak geen alternatief ter beschikking hebben, zoals het geval is bij monopoliediensten, waaronder het openbaar vervoer. De RSZ biedt statistische gegevens aan over de stakingsdagen, maar niet over het “wilde” karakter ervan. Tussen 2001 en 2010 heeft België gemiddeld 240 107 stakingsdagen per jaar gekend. In 2011 werd dat aantal met 2,36 vermenigvuldigd en werd het record van 383 207 stakingsdagen gehaald. Onder de regering-Di Rupo zijn er 732.457 dagen gestaakt. Voor 2013 telt de NMBS 18 stakingsacties, waarvan twee spontane acties zonder aankondiging.

Voor de socialisten en de vakbonden is het stakingsrecht fundamenteel en onaantastbaar. Werkgevers o.a. zijn vragers van een strengere regulering van het stakingsrecht. Zoals te zien in de peiling hieronder, vraagt de overgrote meerderheid van de bevolking naar een voorziening in minimale dienstverlening. Figuren uit de politieke rechtervleugel wensen dat de vakbonden rechtspersoonlijkheid krijgen.

Zoals vrijheid altijd wordt geassocieerd met verantwoordelijkheid, zo worden rechten altijd gekoppeld aan plichten. In een beschaafd land waarborgt de overheid de naleving van beide.

WijBurgers hecht zeer veel waarde aan de dialoog (en zelfs aan een aantal vormen van directe democratie). Als de sociale dialoog soms ontoereikend is, zijn wij van mening dat de dialoog ook gering is in andere belangrijke materies zoals bijvoorbeeld de hoogte van de belasting.

Wettelijke aansprakelijkheid van de vakbonden

Volgens professor Filip Dorssemont zijn de vakbonden op dit moment al “rechtspersonen met beperkte aansprakelijkheid”. Zij zitten niet in een juridisch vacuüm. Het moet ook duidelijk zijn dat de vakbonden niet verantwoordelijk zijn voor de feiten en acties van hun leden. Ze kunnen dus alleen verantwoordelijk worden gesteld voor hun eigen acties.

In Frankrijk wordt het stakingsrecht beschouwd als een recht van elke burger. Met andere woorden, een staking is er niet in de eerste instantie een actie van de vakbonden, maar van de werknemers. In België is dat ook min of meer het geval.

Volksvertegenwoordiger Aldo Carcacci (PP) heeft echter op 9 januari 2015 een wetsvoorstel ingediend om het recht op arbeid te waarborgen en om de rechtspersoonlijkheid aan de vakbonden op te leggen.

Politieke stakingen

Als een kleine minderheid (bijvoorbeeld de werknemers van het openbaar vervoer) de bevolking gijzelt ten gunste van haar politieke eisen, dan is er een distorsie van de democratie. Andere burgers hebben niet de mogelijkheid om met “gelijke wapens” te strijden en moeten zich tevreden stellen met bijvoorbeeld manifestaties om hun standpunten te verdedigen.

Zuivere politieke stakingen vallen niet binnen het toepassingsgebied van de beginselen van de vakbondsvrijheid. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) heeft echter de stelling verworpen volgens dewelke het stakingsrecht zou worden beperkt tot conflicten die tot een collectieve overeenkomst zouden kunnen leiden. “Het verbod op een nationale staking om te protesteren tegen de sociale gevolgen van het economisch beleid van de regering zou een ernstige schending van de vakbondsvrijheid vormen”.

Belgische en buitenlandse reglementering betreffende de minimale dienstverlening

Art. 31 van het Europees Sociaal Handvest machtigt beperkingen op het stakingsrecht als ze het gevolg zijn van een wet en in verhouding staan tot de verplichtingen van algemeen belang. In Duitsland hebben ambtenaren geen stakingsrecht aangezien ze werkzekerheid genieten en ze verplicht zijn om de openbare dienstverlening te verzekeren. Het Europees Hof van Justitie heeft strikte voorwaarden opgelegd aan stakingsacties die het vrije verkeer binnen de Europese Unie kunnen verhinderen.

De wet van 19/08/1948 betreffende de prestaties van algemeen belang in vredestijd stelt de regering in staat om uitsluitend privéondernemingen en het personeel ervan in welbepaalde gevallen op te vorderen. In België bestaan er al mechanismen, bijvoorbeeld voor de gezondheidszorg, de water- en elektriciteitsvoorziening en de politiediensten, die het fundamentele stakingsrecht met het algemeen belang verzoenen. (Itinera, 20/5/2008)

In buurlanden bestaan er wetgevingen die, bij stakingen van het personeel, een minimumdienstverlening opleggen voor “belangrijke lijnen tijdens de spitsuren”. De overheid moet het minimumaanbod adequaat bepalen. Ze moet ook voorzien in de uitvoeringswijzen : met het personeel dat het voornemen heeft uitgesproken om te gaan staken en/of met de medewerking van privéondernemingen.

In 2011 en 2013 zijn wetvoorstellen voor de invoering van een minimale dienstverlening in ondernemingen die zich bezighouden met diensten van algemeen belang ingediend door twee afgevaardigden van Open VLD (Maggie De Block, Sabien Lahaye-Battheu), vijf afgevaardigden van N-VA (Bert Maertens, Bert Wollants, Minneke De Ridder, Theo Francken et Steven Vandeput) en zes afgevaardigden van MR (Olivier Destrebecq, Valérie De Bue, Philippe Goffin, Jacqueline Galant, Denis Ducarme et Luc Gustin).

Afgevaardigde Vanessa Matz (cdH) heeft op 12/1/2015 eenvoorstel voor een minimale dienstverlening in gevangenissen ingediend

Peiling betreffende de minimale dienstverlening

Screenshot 2015-02-11 17.42.54In de Kieswijzer van mei 2014 stond de bewering “Bij staking in openbare diensten (bijvoorbeeld openbaar vervoer) moet er een minimale dienstverlening zijn opdat de negatieve gevolgen voor de burgers beperkt blijven”. Na weging van de steekproef met 18.630 respondenten, kan de volgende grafiek als de trouwe weergave worden beschouwd van de mening van de Belgische bevolking.

31% van de respondenten (ruwe steekproef) vond de kwestie “heel belangrijk” terwijl 16% ze “weinig belangrijk” vond voor de verkiezing van de kandidaten.

Overheidsprogramma’s

Hoofdstuk 10.2 van het akkoord van de federale overheid is aan de spoorwegen gewijd. Het vermeldt: “Het sociaal protocolakkoord met als doel wilde stakingen te voorkomen zal worden opgenomen in de beheerscontracten en de wet. De regering zal aan de twee openbare spoorwegondernemingen vragen om, in overleg met de sociale partners, een voorstel te formuleren voor een gegarandeerde dienstverlening bij stakingen. Indien geen overeenkomst binnen een redelijke termijn kan worden bereikt, dan zal de regering zelf een wetsinitiatief opnemen”.

Hoofdstuk XXVI.1 van de gewestelijke beleidsverklaring 2014-2019 van Wallonië bepaalt: “De regering zal alles in het werk stellen om de kwaliteit en de continuïteit van de openbare dienst ten behoeve van alle gebruikers te verbeteren. Om dat doel te bereiken, zal de regering zich richten op de sociale dialoog en de daadwerkelijke uitvoering van de protocollen en de collectieve arbeidsovereenkomsten”.

De overheidsprogramma’s van Vlaanderen en Brussel blijven impliciet wat stakingen betreft. De ministers die in die gewesten voor het openbaar vervoer bevoegd zijn, hebben onze vragen niet beantwoord: de heren Ben Weyts (Vlaanderen) en Pascal Smet (Brussel).

Positie van de federale minister bevoegd voor openbaar vervoer

Mevrouw Jacqueline Galant, federaal minister van Mobiliteit, benadrukt dat het regeerakkoord 117 keer het woord “raadpleging” telt. “Stakingen zijn naar mijn mening de ultieme toevlucht. Echter, sinds de vorming van de nieuwe regering zijn er stakingen uitgebroken”. Ze is van mening dat de regering meer democratische legitimiteit heeft om de koers van de openbare diensten vast te stellen. “Ik heb de NMBS en Infrabel de opdracht gegeven om, in samenwerking met de sociale partners, een voorstel uit te werken om een dienstverlening aan klanten in geval van stakingen te garanderen. Ik zal ervoor pleiten dat de voorziene sancties bij wilde stakingen daadwerkelijk worden toegepast. We mogen de klant niet overvallen”.

De minister weet niet of de NMBS effectief de “wilde stakers” heeft bestraft.

Positie van de Vlaamse minister bevoegd voor het openbaar vervoer

De minister werd tevergeefs ondervraagd.

Positie van de Waalse minister bevoegd voor het openbaar vervoer

De Waalse regering en de TEC-groep hebben een programma ingesteld ter verbetering van de sociale dialoog (AMEDIS) waarbij de frequentie van de wilde stakingen is afgenomen: van 20 dagen in 2005 tot 10 in 2013. Van 2009 tot 2014 was de heer Philippe Henry bevoegd minister voor Mobiliteit.

Voor het parlement heeft Carlo Di Antonio, minister van Mobiliteit in Wallonië, verklaard dat de minderheid van de stakers die bussen van de TEC Luik-Verviers op het einde van de wilde staking van 25 november 2015 hebben beschadigd “niet langer hun plaats hebben in de openbare dienst zoals we die willen verlenen aan de Waalse burgers”. Hij riep de SRWT op om de dialoog met kracht voort te zetten en om sancties in te nemen: ontslag wegens grove fout voor eenieder die zich schuldig maakt aan opzettelijk toegebrachte schade aan materiaal of uitrusting. De minister weet echter nog niet of er iemand daadwerkelijk door de TEC is ontslagen.

Voor de heer Di Antonio moeten disciplinaire maatregelen worden getroffen tegenover hen die de bestaande overlegprocedures niet respecteren, met inbegrip van die personen die hun collega’s verhinderen om toegang te krijgen tot hun werk.

De heer Di Antonio zal over een verhoging van de boetes onderhandelen die verschuldigd zijn door de SRWT (Société Régionale Wallonne des Transports) voor de onderbreking van de dienstverlening. We hebben hem erop gewezen dat de sancties die uit de wilde stakingen voortvloeien, niet door de gemeenschap (reizigers, belastingbetalers of aandeelhouders van de SRWT) mogen worden gedragen, maar wel door degenen die de misbruiken plegen. Daarvoor is het noodzakelijk dat de SRWT een schadevergoeding door de schuldigen vordert. De minister is er zich niet van bewust dat de SRWT legale acties heeft ondernomen om die schadevergoedingen te verkrijgen.

Op 17 november 2014 hebben zes Waalse parlementsleden van de MR een voorstel van decreet ingediend met het oog op de invoering van een minimale dienstverlening in het openbaar vervoer en de compensatie voor de reizigers. De parlementsleden zijn: F. Bellot, V. De Bue, Ph. Dodrimont, P.Y. Jeholet, O. Maroy et N. Tzanetatos.

Positie van de Brusselse minister bevoegd voor openbaar vervoer

Minister Pascal Smet (sp.a) heeft niet de intentie om de “wilde stakers” te bestraffen, noch om initiatieven te nemen voor een minimale dienstverlening.

Crowdfunding

De vereniging WijBurgers is van plan de druk op de politici te verhogen door regelmatig de resultaten van hun initiatieven te publiceren. Diegenen die een minimale dienstverlening wensen alsook de misbruiken bestraft willen zien, kunnen WijBurgers steunen via het platform van crowdfunding Indiegogo.

De nieuwe Politieke Databank

Geplaatst op 07/01/2015 in Een betere werking van de democratie, WijBurgers.

Na de Kieswijzer zet WijBurgers nu ook een databank van politieke actoren online. Ze verandert de politieke transparantie radicaal dankzij haar nieuwe functionaliteiten, waaronder een filter met 27 selectiecriteria.

Tot op heden profileerde WijBurgers zich als het Test-Aankoop van de kiezer en als wachter van het openbaar bestuur. Voortaan voegen we daar de “Wikipedia van de politieke actoren” aan toe. Met de introductie van de Politieke Databank hebben de burgers nu ook toegang tot een databank van hoge kwaliteit!

Als de rol van WijBurgers erin bestaat de transparantie in de Belgische politiek te optimaliseren, dan ligt de Politieke Databank daarbij aan de basis. Veel andere projecten zullen zich erop enten. De vooruitgang in de informatietechnologie doet sommige wensen voor democratische vooruitgang in vervulling gaan.

Ten tijde van de verkiezingen van 2014 heeft WijBurgers een eerste versie van de PolitiekeDatabank online gezet, in combinatie met de Kieswijzer. Die bevatte al meer dan 4800 namen, met inbegrip van alle ministers, parlementsleden (7 parlementen, 2 legislaturen) en de meerderheid van de kandidaten in de verkiezingen. In versie 2.0 komen ook de burgemeesters, de partijen en de sociale partners aan bod. Langzamerhand worden ook opiniemakers toegevoegd: denktanks, hoogleraren, columnisten, enz.

De eerste versie van de Politieke Databank was reeds drietalig (Engels, Nederlands, Frans) en erg handig om contactgegevens van politieke actoren te vinden en om meer over hen te weten te komen door middel van CV’s, mandaten, verkiezingsuitslagen, prioriteiten en beleidsinitiatieven, persoonlijke succesverhalen en citaten.

Een eerste belangrijke vernieuwing is nu de mogelijkheid om zeer geavanceerd te zoeken. Door de 27 selectiecriteria te combineren, verkrijgt u zeer gemakkelijk gefilterde lijsten. In een paar klikken vindt hij bijvoorbeeld het antwoord op deze vragen :

  • Hoe ontwikkelt het aandeel vrouwen zich in de Kamer?
  • Welke actoren wonen onder de postcode 1640?
  • Welke Vlaamse ministers zijn jonger dan 40?
  • Hoeveel burgemeesters zijn tegelijkertijd ook parlementariër?
  • Welke in 2014 niet-verkozen kandidaten zijn het populairst?

Langzamerhand groeit ons verzamelwerk uit tot een atlas van politieke opvattingen. U vindt er de reacties van de politieke actoren op eens steeds groter aantal vragen terug. Stel dat u geïnteresseerd bent in de betere werking van de democratie en meer bepaald in de overdracht van lijststemmen. Met de Politieke Databank weet u welke politici zich over de kwestie hebben uitgesproken en volgens welke overtuiging ze dat hebben gedaan.

Veel functies zijn gratis beschikbaar. Als betalende gebruiker hebt u volledige toegang tot de website. Om de start van versie 2.0 te vieren, krijgt u hier gratis toegang met vol gebruiksrecht, om tot 30 november 2015 de nieuwe Politieke Databank te verkennen.

De hoeveelheid opgenomen informatie hangt van onze middelen af en dus ook van uw betrokkenheid. U kunt het project op verschillende manieren steunen:

  • Financieel : door lid te worden van WijBurgers (vanaf 15 EUR) of door een gebruiksrecht aan te kopen (35 EUR);
  • Als vrijwilliger door bij te dragen aan onze gegevensinzameling;
  • Door ons informatie aan te leveren;
  • Door ons gekend te maken bij uw vrienden en kennissen;
  • Door een peiling van de politici te bestellen.

Voor de filosoof Georg Simmel gaat democratie uit van transparantie. “Als het geheim niet rechtstreeks gerelateerd is aan het kwaad, is het kwaad rechtstreeks gerelateerd aan het geheim”.

Komaf maken met de toewijzing van de kopstemmen

Geplaatst op 16/10/2014 in Een betere werking van de democratie, Kieswet: de toewijzing van de kopstemmen en de lijst van opvolgers afschaffen.

Op 25 mei 2014 werd aan 49 kandidaten bij de verkiezingen een zetel in het parlement ontzegd, terwijl een lijstgenoot met minder voorkeurstemmen wél werd verkozen. Dat is 10% van alle verkozenen. Hier rijst een probleem van machtsevenwicht tussen de bevolking en de partijvoorzitters. Uit een peiling blijkt dat 80% van de Belgische bevolking de toewijzing van de kopstemmen wil afschaffen.

Zou het niet beter zijn de macht te verdelen tussen de partijvoorzitters en de kiezers? Laat de partijleiding beslissen wie er op de kieslijsten komt: dat is een zeer belangrijk werk, waarvoor die leiding het best geplaatst is. Het is meer bepaald haar verantwoordelijkheid dat er op de lijsten enkel goede kandidaten komen, die echt op hun plaats zullen zijn, indien ze verkozen worden. Het is beter kortere maar betrouwbare lijsten te hebben!

Als de kiezers daarna door hun voorkeurstemmen niet kunnen bepalen wie er echt verkozen wordt, wat schiet er dan over van de zogezegde democratie?

Tegenwoordig leven wij onder een hybridisch stelsel, waarbij de kopstemmen voor de helft worden toegewezen aan de eerste kandidaten op de lijst. Zoals uit de tabel blijkt, werd aan 49 kandidaten of opvolgers een zetel in het parlement ontzegd, terwijl een lijstgenoot met minder voorkeurstemmen wél werd verkozen (omdat hij een betere plaats op de lijst had). Dat is 10% van alle verkozenen.

Kandidaten die in mei geen zetel kregen
PS 10
N-VA 9
MR 9
SP.A 6
OpenVLD 4
cdH 4
CD&V 3
Ecolo 2
Groen 2
total 49

Het gaat om volgende kandidaten:

CD&V: Steven Van Ackere, Mia De Schamphelaere , Kurt Vanryckeghem

cdH: Jean Denis Lejeune, René Collin, Geneviève Lazaron, Mathilde Van Dorpe

Ecolo: Annalissa Gadaleta, Emily Hoyos

Groen: Freya Piryns, Vera Larock

MR : Serge Kubla, Caroline Taquin, Luc Gennart, Richard Fournaux, Nicolas Janssen, Benoît Thans, Daniel Stoffels, Geoffroy Coomans de Brachêne, Nathalie Gilson

N-VA : Marc Descheemaecker, Veerle Baeyens, Pol Van den Driessche, Frieda Brepoels, Luc Deconinck, Vera Celis, Huub Broers, Joeri De Maertelaere, Veerle Geerinckx

Open VLD :Tania De Jonge, Caroline De Padt, Irina De Knop, Eva Vanhengel

PS : Yvan Mayeur, Olivier Henry, Christophe Lacroix, Maurice Dehu, Mauro Lenzini, Pierre Tachenion, Virginie Gonzalez, Ludivine Dedonder, Mohamed Jabour, Halis Kokten

sp.a: Fauzaya Talhaoui, Ahmed Koç, Louis Tobback, Mustafa Aytar, Fatima Lamarti, Philippe De Coene.

Wij vragen niet dat de kopstemmen zouden worden afgeschaft, maar wel dat ze niet meer automatisch zouden worden toegewezen.

En wat de opvolgerslijsten betreft: wanneer gaan die worden afgeschaft? Wanneer er een kandidaat moet worden vervangen, waarom neemt men dan niet de volgende met de meeste voorkeurstemmen?

Wanneer er een vervanging moet gebeuren, gaat volgens de huidige wet de opvolger vóór alle niet-verkozen eerstgeplaatste kandidaten, ook al heeft een niet-verkozene tienmaal meer voorkeurstemmen. Welke democratische legitimiteit heeft die archaïsche regel?

Omgekeerd kan een plaatsvervanger een massa voorkeurstemmen halen, die hem echter tot niets zullen dienen zolang er niemand van de kandidaten van zijn lijst en uit zijn kiesomschrijving moet worden vervangen.

In het kader van de Kieswijzer heeft ‘WijBurgers’ in april aan de verkiezingskandidaten gevraagd wat zij dachten over volgende zin: “Enkel wie de meeste voorkeurstemmen heeft gehaald, mag verkozen zijn, ongeacht zijn plaats op de kieslijst”. 1382 kandidaten hebben daarop geantwoord, met volgend resultaat:

Kandidaten-die-de-toewijzing-van-de-kopstem-willen-afschaffen

Als Minister van Binnenlandse Zaken kon mevrouw Joëlle Milquet het initiatief nemen om het kieswetboek te veranderen. De meeste verkiezingskandidaten zijn voorstander van die afschaffing. Zelf behoort zij tot degenen die “veeleer akkoord” gaan en legt daarbij uit dat: “Het cdH voorstelt de kopstem af te schaffen voor alle verkiezingen, met inbegrip van de gemeentelijke, en ook om de opvolgerslijst af te schaffen, om de kiezers meer macht te geven.”

Op 13 juni 2014 kreeg ‘WijBurgers’ volgende uitleg van mevr. Milquet:

De kwestie van het afschaffen van de kopstem stond niet in het regeerakkoord van 1 december 2011. Dat akkoord voorzag echter in het volgende: De essentiële autonomie van de deelstaten voor wat betreft de verkiezing van hun parlement zal worden uitgebreid tot de regels betreffende de samenstelling, de opvolgers, het invoeren van een gewestelijke kieskring en het toewijzen van de kopstemmen.

Voor wat de gewestparlementen betreft, geeft de 6e Staatshervorming (de wet van 19 juli 2012 en die van 6 januari 2014) de gewestelijke overheid dus het recht om ter zake eventueel initiatieven te nemen.

Mocht de burger van haar kant geen wetgevend initiatief verwachten? Kan de minister niets ondernemen, indien dat niet in het regeringsprogramma staat?

In mei 2014 hebben de Kieswijzer-gebruikers op dezelfde vraag het volgende geantwoord: “Bij verkiezingen moeten de zetels die elke lijst behaalt, uitsluitend worden toegekend aan de kandidaten met de meeste voorkeurstemmen”. Na weging van de steekproef van 26.540 respondenten, kan volgende grafiek worden beschouwd als een getrouwe weergave van de mening van de Belgische bevolking: 80% van de bevolking is er voorstander van!

Bovendien vindt 33% van de respondenten (ruwe steekproef) de kwestie “heel belangrijk”, terwijl 19% ze “weinig belangrijk” vindt voor de verkiezing van de kandidaten.

Die cijfers dienen te worden vergeleken met de maximumwaarden: 49% voor de belangrijkste kwestie en 44% voor de onbelangrijkste kwestie.

Burgers-tegen-het-toewijzen-van-de-kopstem

‘WijBurgers’ heeft de steun van zijn leden nodig om actief campagne te voeren tijdens heel de nieuwe legislatuur. ‘WijBurgers’ zoekt 18.450 euro om de 9 geplande acties te voeren. Uw bijdrage kunt u storten op deze rekening.