Onze campagnes

.

Militairen in de straat: boter aan de galg?

Geplaatst op 31/05/2017 in Non classé.

Sommige burgers denken dat het leger in vredestijd niets doet en dat het dus goed is om het een ‘productieve’ taak toe te wijzen in de verdediging tegen terrorisme. De militairen protesteren dat het om een vals ‘goed idee’ gaat. Anderen zijn van mening dat een verlengde inzet van onze militairen in een operatie Homeland maar weinig doeltreffend is en nog minder rendabel.  In fundamentelere zin roept de doelmatigheid van een massale inzet van politie vragen op. Zeker wanneer we de kostprijs ervan vergelijken met andere middelen om terrorisme te bestrijden zoals de staatsveiligheid. Bovendien stellen we vast dat de rolverwarring tussen Politie en Defensie ergernis bij het personeel als gevolg heeft.

De politieke verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging ervan is voor rekening van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, de heer Jan Jambon alsook van de minister van Defensie, de heer Steven Vandeput, betreffende de inzet van de militairen.

 

De inzet van het leger

De aanwezigheid van soldaten in de straten is zeldzaam in die zin dat het afwijkt van de gebruikelijke normen in onze maatschappij. Die eenvoudige vaststelling is zeker geen afdoende argument om de stedelijke antiterreuracties van de militairen in vraag te stellen.

Op 15 en 16 januari 2015 heeft de federale politie een terreurcel in Verviers ontmaskerd. Zij was de laatste voorbereidingen aan het treffen voor terroristische aanslagen op het hele Belgische grondgebied.

Rekening houdende met de kans op nieuwe aanslagen namen de beleidsverantwoordelijken de terreurdreiging zeer ernstig. Op 17 januari 2015 beval de regering de onmiddellijke inzet van 300 soldaten om terreurgevoelige plaatsen te beveiligen.

Operatie Vigilant Guardian (OVG), oorspronkelijk operatie Homeland genaamd, dient momenteel nog ter bescherming van drukbezochte publieke plaatsen (stations, winkelcentra, pleinen …), eredienstplaatsen, openbaar vervoer (metro’s, treinen, stations, luchthavens …), overheidsinstellingen (Europese instellingen, ambassades, parlementen …), scholen, universiteiten, ziekenhuizen, havens, kerncentrales, grenzen enzovoort.

De inzet op het terrein van de Politie of het leger wordt in functie van het vastgestelde risiconiveau aangepast. Vanaf niveau 3 is de politiële aanwezigheid verhoogd en zijn de militairen op straat verschenen.

Na de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 in Brussels Airport en in het metrostation Maalbeek is de waakzaamheid nog verhoogd en zijn er nog bijkomende maatregelen genomen. De regering heeft besloten om opnieuw een beroep op Defensie te doen om extra sites te helpen beschermen waarvan het OCAD het dreigingsniveau had opgetrokken. Het gaat dan in het bijzonder om luchthavens, de haven van Antwerpen, treinstations en de metro van Brussel.

Naast OVG heeft de regering beslist om vanaf 18 maart 2016, en voor onbepaalde duur, haar toevlucht te nemen tot Defensie om de kerninstallaties tegen mogelijke terroristische aanslagen te beschermen. Operatie Spring Guardian (OSG) bestaat erin ongeveer 140 militairen ter ondersteuning van de politie in te zetten. Dat dispositief van Defensie vervangt het bestaande veiligheidsstelsel niet, maar vervolledigt het.  Het heeft ook een ontradend effect. De militairen kunnen in de interne perimeter ingrijpen om een site te beschermen.

Van 9 mei tot 21 juni 2016 tot slot zorgde de staking van de bewakers ervoor dat gevangenen niet meer in hun primaire behoeften konden voldoen, wat een dramatische situatie in de gevangenissen creëerde. Nadat de politie had geweigerd om nog tussen te komen, hebben de militairen op verzoek van de regering zelfs humanitair geïntervenieerd. In de Operatie Central Guardian (OCG) werden 180 militairen van hun OVG-opdracht afgehouden om de drie grootste gevangenissen van Brussel te beveiligen.

 

Een pr-actie

In tegenstelling tot de gebruikelijke opdrachten van het leger wordt OVG gekenmerkt door een rechtstreeks contact van het leger met de bevolking. Dat levert een toegenomen zichtbaarheid in de openbare omgeving op. Defensie gaf daarom specifieke instructies aan de militairen over hun onberispelijke houding en kledij. De militairen in OVG profileren zich zo als ambassadeurs van de waarden van Defensie in wat ging lijken op een pr-actie.

Zo is het erfelijke antimilitarisme van de Belgen veranderd in een positieve perceptie van Defensie bij 81% van de bevolking die zich er voorheen amper voor interesseerde. Bovendien is 65 % voor het behoud van de soldaten in de straat.  Helaas is die positieve mening uit een scheefgetrokken logica ontstaan.

Laten we even de uitzonderlijke behoefte aannemen waarbij voor een beperkte periode van toegespitste crisis militairen op straat aanwezig zijn. De enige duurzame uitzondering moet de bescherming van de externe perimeter van kritieke installaties zijn (energiedistributeurs, kerncentrales, pijpleidingen, industriegebieden) die meer met de core business van de militairen overeenstemt.

Defensie kan wel terrorisme bestrijden door aan buitenlandse operaties deel te nemen waarbij een troepenmacht ten aanval gaat tegen opleidings-, logistieke – en commandobases van jihadisten (Daesh, Al Nostra, Al Qaeda …) zoals in Irak en Syrië.

 

De regels voor inzet en de motivatie van onze militairen

De militairen bevinden zich in statische opdrachten of patrouilleren in de straten zonder initiatief te kunnen aangaan en zijn zo hun motivatie verloren.

De regels voor inzet laten hun geen bewegingsruimte. Het is de Politie die de steun van Defensie inroept voor de verdediging van gevoelige plaatsen. Militairen die niet worden vergezeld, moeten over een rechtstreeks communicatiemiddel met de Politie beschikken. Als een militair dus getuige is van een misdaad zoals een verkrachting, een diefstal of agressie, dan moet hij onmiddellijk de Politie oproepen. De enige uitzondering is het geval van de wettige zelfverdediging.

In bepaalde omstandigheden moeten de soldaten zich terugtrekken. Zij moeten bijvoorbeeld hun opdracht van de binnenzijde van een beschermd gebouw vervullen als er een betoging op straat is. Alleen is de bescherming van een gebouw aan de binnenzijde tactisch gezien niet aangewezen.

In de loop der tijd uiten de militairen hun ergernis om de volgende redenen:

  • Hun opdrachten zijn lang en monotoon, hun overuren zijn legio en onmogelijk te recupereren en talrijke verlofdagen zijn geschrapt.
  • Vierentwintig uur per dag hebben ze dienst, na hun pauze gaan ze niet naar huis alvorens naar hun kazerne terug te keren.
  • Na hun terugkeer van een externe opdracht, krijgen ze vaak maar enkele dagen rust, voordat ze een maand in OVG gaan presteren.
  • Ze voelen zich altijd maar minder nuttig.

Ergernis heeft een negatieve impact op het gezinsleven. Er worden steeds meer relatieproblemen bij onze militairen vastgesteld. Die demotivatie en demoralisatie bij de soldaten bemoeilijkt de werving van jongeren ondanks de financiële aantrekkingskracht van de opdracht.

 

Operationele moeilijkheden van de opdrachten

In 2016 werden 12.000 militairen minstens een keer voor OVG ingezet. Op het einde van het jaar kwamen de 1.828 ‘straatsoldaten’ uit een kader van 3 tot 4.000 militairen uit een moeë Landcomponent. In oktober 2016 waren op een gegeven moment 2.000 Belgische militairen ingezet. Op sommige momenten werden zelfs instructeurs en logistici gemobiliseerd.

Hoewel de regering op 29 oktober 2016 besliste om het aantal progressief terug te schroeven naar 1.250, met een reserve van 150 man, is het duidelijk dat de buitenlandse operaties feitelijk niet meer prioritair zijn. OVG zet de normale planning van de maneuvers en trainingen op het spel. Die zijn niettemin noodzakelijk voor de knowhow van de militairen en voor hun inzet in buitenlandse operaties. Zelfs als Defensie een maximum aan inspanningen levert om de trainingen voor de eenheden te handhaven, dan nog zijn sinds de aanslagen daadwerkelijk meer dan 80 % van de maneuvers en trainingen geschrapt, deels ook in het kader van de NAVO en de EU.

Rekening houdende met de moderne oorlogvoering en de steeds geavanceerdere uitrusting moeten de militairen vaardigheden verwerven die ze niet zomaar oppikken. Gelet op hun specialisatie is Defensie van mening dat zij geen effectieve (economisch rendabele) oplossing zijn voor langdurige patrouille- en bewakingsopdrachten.

Tot eind 2016 heeft OVG ongeveer 68 miljoen euro gekost, waarvan 82 % aan personeelskosten en 18 % werkingskosten.

 

Het toekomstige veiligheidskorps

Gelet op het gebrek aan middelen bij zowel Politie als Defensie, besloot de regering in december 2015 al om een DBB (Directie Bewaking en Bescherming) op te richten met 1.660 personeelsleden. De nadere regels voor de aanwerving van die agenten zijn nog ongekend.

Dat veiligheidskorps zal de volgende taken uitvoeren: de overbrenging van gedetineerden, de bescherming van nucleaire sites en van Brussels Airport, de koninklijke paleizen, het SHAPE en de NAVO, van de nationale instellingen, de kritieke infrastructuren, de veiligheid van politiële operaties alsook van ceremoniekonvooien en de versterking van de lokale politie voor het toezicht op de hoven en rechtbanken.

Het korps, dat in eerste instantie operationeel moest zijn vanaf januari 2017, is nog altijd niet in het leven geroepen omwille van vertragingen door politieke en budgettaire moeilijkheden en de nog ongekende aanwervingsregels. Het gevolg daarvan is dat de regering de militairen voor de rest van de legislatuur op straat zal houden, namelijk tot in 2019.

 

De Rijkswacht opnieuw uitvinden?

De Rijkswacht werd op 1 januari 1992 gedemilitariseerd en verdween ten slotte in 2001 na de oprichting van de geïntegreerde politie. Ze waarborgde met name het antiterreurnetwerk en werkte mee aan de binnenlandse verdediging van het grondgebied. Bijgevolg verstrekte ze een beschermingscapaciteit die aan de uitdagingen van de strijd tegen terrorisme was aangepast door middel van opleiding van haar personeel en de organisatie van haar eenheden.

Ze was een extra troef in de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van de veiligheid. De rol van de Politie is in feite om veiligheidsinterventies op microniveau uit te voeren: binnenlandse veiligheidskwesties (openbare orde en veiligheid) zijn in fundamentele zin een verantwoordelijkheid van de Politie. De rol van Defensie bevindt zich op het macroniveau. De Rijkswacht speelde een tussenrol op mesoniveau. De opdoeking ervan was een fout.

Zelfs als we voor overwegend politieke redenen de Rijkswacht niet terug in leven kunnen roepen, zou het DBB-korps de opleiding, de training en de opdrachten van de vroegere Rijkswacht moeten hervatten.

 

Duits voorbeeld

Op beleidsvlak is Duitsland een interessant voorbeeld. Hoewel het Duitse Grondwettelijk Hof de inzet van het leger in de straten sinds 17 augustus 2012 toestaat “in geval van een uitzonderlijke rampsituatie” en “in laatste instantie” heeft dat land daar tot op heden nog nooit een beroep op gedaan. Ondanks een aantal spanningen heeft de Duitse regering zich daartegen verzet, zelfs bij de aanslagen in München op 22 juli 2016 en op een kerstmarkt op 19 december vorig jaar.

 

Wally Struys, Emeritus hoogleraar bij de KMS, 1 juni 2017.

Een nieuw lid: Democratie.Nu, de beweging voor directe democratie

Geplaatst op in Non classé, Referendum op volksinitiatief.

Politici zijn er om de belangen van de burger te behartigen. Er bestaan echter conflicten tussen de belangen van de burger, en de persoonlijke en collectieve belangen van de machtvoerders. Om deze conflictsituatie weg te werken, streeft Democratie.Nu voor de invoering van directe democratie. De meest voor de hand liggende vorm is de volksraadpleging. Maar Democratie.Nu wil een meer verregaande politieke omwenteling, inclusief een parlement met gelote burgers, en de rechtstreekse verkiezing van de uitvoerende macht. Wij mochten projectleider David Joëts interviewen.
 

Mijnheer Joëts, welke problemen wilt Democratie.Nu verhelpen?

Momenteel leven wij in een indirecte vertegenwoordigende ‘democratie’ met bitter weinig inspraakmogelijkheden voor de burgers. Wij leven niet – in tegenstelling van wat men doorgaans beweert – in een democratie, maar in een particratie.
 

Zestig jaar geleden was de burger veilig ingebed in de maatschappelijke zuilen. Hij dacht over de meeste zaken min of meer hetzelfde als zijn zuilgenoten. Op alle gebieden beschikte deze zuil over massaorganisaties die de individuele burger inbonden en het gezamenlijke groepsstandpunt uitdroegen, van vakbonden en kerken tot media en politieke partijen. De burger had vertrouwen in deze organisaties en voelde zich door hen vertegenwoordigd. Hij had weinig behoefte om zijn oordeel individueel te ontwikkelen.

 

Vanaf de jaren ’60 veranderde dit. Sindsdien zijn mensen zich in de eerste plaats als individu gaan ervaren en niet meer als groepswezen. Men heeft behoefte om zelf op individuele gronden standpunten over van alles en nog wat in te nemen, los van de ideologische, aan de voormalige zuilen gebonden sjablonen. Bovendien ervaren burgers het in toenemende mate als onvoldoende om hun stem af te geven aan volksvertegenwoordigers en zelf vier jaar lang niet mee te mogen praten. Men wil zelf meebeslissen.

 

Deze situatie vraagt om nieuwe politieke structuren, om een nieuwe invulling van het begrip democratie. In feite komt het erop aan om serieus werk te maken van de gelijkheid die het basisprincipe is voor het politieke en rechtsleven.

 

Wat is de visie van Democratie.Nu ?

Het oprichten van een nieuwe partij is voor Democratie.Nu géén oplossing, want ‘het systeem’ op zich is problematisch.

Zolang het volk niet zélf voor of tegen concrete wetten en wetsvoorstellen kan stemmen – zolang het volk niet over een wetgevende bevoegdheid beschikt en zolang er geen volkssoevereiniteit is – verandert er wezenlijk weinig. We vechten dan tegen de gevolgen en de symptomen; niet tegen de oorzaak.

Dit is ontnuchterend: mensen gaan met de beste bedoelingen de straat op en betogen tegen climate change, het gevoerde asielbeleid of tegen de aankoop van gevechtsvliegtuigen.

Hierdoor worden mensen evenwel afgeleid van het échte probleem en versplintert het maatschappelijke verzet. Alles begint met besef van gebrek aan democratie.

Ligt dé sleutel tot het oplossen van vrijwel alle maatschappelijke problemen nu nét niet in de invoering van de volkssoevereiniteit?

 

Misschien even dieper ingaan op het begrip volkssoevereiniteit ?

Democratie betekent letterlijk ‘volksheerschappij’. In een democratie wordt geen autoriteit boven de bevolking erkend; het volk is soeverein. De wetten hebben in een democratie autoriteit omdat degenen die de wetten moeten gehoorzamen, deze wetten op één of andere manier hebben goedgekeurd. Dit is door de Franse filosoof Rousseau verwoord als het ‘sociaal contract’: wetten zijn legitiem omdat het vrije afspraken zijn tussen gelijkwaardige en mondige burgers, die samen de rechtsgemeenschap vormen.

 

In een representatief stelsel als het onze is de volkssoevereiniteit echter niet gewaarborgd. Burgers kunnen niet anders dan eens in de vier jaar hun medebeslissingsrecht afdragen aan een klein groepje volksvertegenwoordigers, die vervolgens een monopolie op het beslissingsrecht hebben. Hierdoor kunnen structureel wetten tot stand komen die niet door de meerderheid gedragen worden. De bevolking kan weliswaar de verkozenen bij een volgende stembeurt niet herkiezen, maar ze kan met geen wettig middel voorkomen dat er besluiten worden genomen die de meerderheid van de burgers niet wil.

 

Om het representatieve stelsel toch democratisch te kunnen noemen, word er een beroep gedaan op de fictie van het ‘mandaat’. Burgers zouden in verkiezingen een mandaat geven aan het parlement. Dit is schijn, omdat het mandaat in feite afgedwongen is. Er wordt immers nooit aan burgers gevraagd òf zij wel willen mandateren, en zo ja onder welke voorwaarden.

 

Wat is uw strategie ?

Democratie.Nu wil de invoer van de volkssoevereiniteit realiseren via een ‘drievoudig pad’.

 

PISTE 1. Invoering van het Bindende Referendum Op Volksinitiatief (BROV)

Hiermee kan de bevolking rechtstreeks wetgevend werk verrichten, ook tégen de wil van de politici in. Met referenda kunnen burgers bovendien zélf dossiers en wetsvoorstellen op de politieke agenda plaatsen.
 

PISTE 2. Samenstelling van het parlement door gelote burgers

In Frankrijk vind je een website met als titel: “Het behoort niet tot de mensen aan de macht om de grenzen van hun eigen bevoegdheden te bepalen. Wij willen een democratische, dus gelote, grondwetgevende vergadering.”

 

Democratie.Nu ambieert een grondige politieke hervorming, waarbij het voorbereidende wetgevende werk door gelote burgers wordt verricht en niet langer door een parlement van beroepspolitici. Daarna kan een wetsvoorstel aan het volk worden voorgelegd middels een referendum.

 

PISTE 3. De rechtstreekse verkiezing van de uitvoerende macht (= burgermeester, ministers, regering)

Enkel en alleen wanneer de kiezers zélf over de samenstelling van de regering kunnen beslissen, wordt de particratie ontmanteld.

 

Dit zijn ambitieuze doelstellingen. Zijn ze realistisch?

Wij gaan progressief te werk. Voor de invoering van het BROV voorzien we tussenstappen.

Stap 1: het opwaarderen van het petitierecht. Democratie.Nu richtte voor de burger de website petitie.be op.

 

Stap 2: De volgende logische stap bestaat uit het vertrouwd maken van het grote publiek met een ander direct-democratisch instrument, namelijk de gewestelijke volksraadpleging. Democratie.Nu’s meest recente project richt zich op de Gewestelijke Volksraadpleging.

 

Democratie.Nu diende recentelijk zélf een burgervriendelijk uitvoeringsdecreet in bij het Vlaamse parlement. Omdat Democratie.Nu’s voorstel werd afgewezen, wil de burgerbeweging verder druk uitoefenen via een petitie. Teken de petitie Vlaamse Referenda, Nu!

 

Stap 3: Het Bindende Referendum Op Volksinitiatief (BROV) afdwingen. Dit is mogelijk, mits een eenvoudige aanpassing (Art. 33) van de grondwet.  Democratie.Nu streeft hiernaar binnen een termijn van vijf à tien jaar.

 

Welke acties voert u?

Democratie.Nu stelt concrete aanbevelingen voor bestuurlijke vernieuwing voor.

Democratie.Nu gaat geregeld in gesprek met politici. Onlangs nog formuleerde Democratie.Nu een omstandige kritiek op de conceptnota ‘Burgerparticipatie’ van Vlaams parlementslid uit de bestuursmeerderheid Willem-Frederik Schiltz (Open VLD).

 

Op 28 oktober 2016 lanceerde de Vlaamse overheid haar Groenboek Bestuur. Met dit Groenboek doet ze 30 voorstellen over hoe een vernieuwende overheid er in de toekomst zou kunnen uitzien en waar deze prioritair moet op inzetten. Hiervoor werden er ook een aantal commissies opgericht.

 

Hoewel de overheid elke burger, organisatie, vereniging en medewerker de kans wil bieden om actief mee na te denken over een vernieuwende Vlaamse overheid, bleek Democratie.Nu niet gewenst op één van de commissiehoorzittingen.

 

Richt u zich ook tot de gewone burger?

Democratie.Nu informeert en sensibiliseert het grote publiek via workshops, minicongressen en voordrachten. Onze vereniging is Nederladstalig, en dus hoofdzakelijk actief in Vlaanderen.

Het standaardwerk “Directe democratie” van Democratie.Nu is vertaald in negen andere talen.

Democratie.Nu houdt wekelijks (op dinsdagavond om 20.30h – 21.30h) een teleconferentie waar toekomstige (vervolg)acties worden besproken. Alle suggesties en vruchtbare pistes zijn hierbij welkom. Denkt u graag mee? Een pc en een stabiele internetverbinding volstaan om deel te nemen.

Waar komen uw middelen vandaan?

Democratie.Nu is een onafhankelijke en niet-gesubsidieerde vereniging met als ultieme taak het invoeren van de democratie in Vlaanderen en in België.

 

Democratie.Nu moet dringend professionaliseren en dat kan niet zonder helpende handjes of de nodige financiële injecties. Uw financiële steun is onontbeerlijk. Een gift voor Democratie.Nu is een cadeau voor uzelf, uw kinderen en uw medemens.

Brussel, 1 juli 2017.

Regels om de vragenlijst van een kieswijzer op te stellen

Geplaatst op 23/04/2017 in Non classé.

Algemene kenmerken van vragenlijsten

  1. De vragen moeten gesloten zijn. In plaats van onder de vorm van vragen onder de vorm van beweringen formuleren. Wat wij de ‘vragenlijst’ noemen, is dan een lijst van standpunten.
  2. De vragenlijst moet het de kiezers voornamelijk mogelijk maken om het politiek profiel van de kandidaten te achterhalen. Het is beter op inhoudelijke kwesties in te spelen, zoals maatschappelijke keuzes, dan technische kwesties over de uitvoering van die keuzes aan te snijden.
  3. Het is overbodig om vragen te stellen waarover een brede consensus bestaat. De vragenlijsten die aan de kandidaten worden voorgelegd, zijn langer dan de uiteindelijke vragenlijsten. Zo wordt een marge voorzien om vragen te verwijderen waarover de kandidaten niet (voldoende) verschillen.
  4. Iedere vraag (standpunt) kan maar één betekenis hebben. Samengestelde vragen of vragen waarbij meer dan een parameter is betrokken, zijn niet toegelaten.

 

Aantal en keuze van de vragen

WijBurgers inspireert zich logischerwijze op bestaande vragenlijsten en op de partijprogramma’s.

Indien de vragenlijst meer dan 20 vragen bevat, wordt de gebruiker de mogelijkheid geboden om de lengte ervan te beperken. Er zijn twee mogelijkheden: Ofwel geven we de keuze tussen een korte en een lange vragenlijst.

Ofwel rangschikken we de vragen per thema en geven we de gebruiker de mogelijkheid om de thema’s te selecteren waarrond hij wil werken.

 

Evenwicht tussen de thema’s

Hoe meer vragen er over een thema zijn, hoe meer dat thema gewicht zal hebben in het matchingsproces.

Iedere vraag wordt aan een of meerdere posten toegewezen. We hanteren de volgende opsplitsing:

  1. welzijn
  2. economie
  3. duurzame ontwikkeling
  4. openbaar beheer
  5. externe zaken
  6. maatschappij

WijBurgers kan de statistiek verstrekken van hoe de vragen over de posten zijn verdeeld.

 

Neutraliteit

De vragenlijst moet zodanig worden opgesteld dat de neutraliteit van de auteur niet in het geding komt.

Ieder standpunt wordt als een weerspiegeling van een these gekenmerkt:

  • links, rechts, om het even
  • progressief, conservatief, om het even

WijBurgers ziet toe op een evenwicht tussen die trends.

We vermijden ook ieder teken (kleur in het design, enz.) dat partijdig zou kunnen overkomen.

 

Redactie van de toelichtingen voor iedere vraag (optie)

Een goede toelichting bevat in minder dan 20 lijnen:

  • de omschrijving van de termen;
  • de huidige situatie (samenvatting van de wet, reglementering enz.), de context;
  • de inzet (bij voorkeur becijferd);
  • de (parlementaire of andere) voorgeschiedenis van de kwestie;
  • argumenten voor en tegen het standpunt;
  • eventueel links naar artikels die een aanvullende synthese bieden (ofwel een feitelijk artikel zoals een ministeriële website ofwel twee artikels met tegengestelde meningen).

 

Ontwikkelingssamenwerking: tijd om solidariteit te tonen

Geplaatst op 14/04/2017 in Doelmatig overheidsbeheer, Non classé.

In vijf jaar tijd heeft de federale regering het budget ontwikkelingssamenwerking, dat in % van het bni wordt uitgedrukt, met een derde verminderd. Daarnaast bevoorrecht ze de officiële hulp terwijl het algemeen bekend is dat een belangrijk deel van die hulp van de doelstelling wordt afgeleid. De heer Daniel Turiel, gedelegeerd bestuurder bij de ngo ACTEC, toont de uitmuntende resultaten van de beroepsopleiding en het microkrediet.
&nbsp

Mijnheer Turiel, wat betekent ontwikkeling voor u concreet?

Het begrip ontwikkeling omvat veel facetten van het leven van mensen en volkeren. Het concept ontwikkeling heeft immers zelf in de loop van de geschiedenis een hele evolutie gekend. Tijdens de Verlichting werd ontwikkeling als een vooruitgang gezien die lineair en onomkeerbaar bleek. De verschillende oorlogen en economische crisissen hebben de beperkingen van de begrippen vooruitgang en ontwikkeling betoond. De beperkingen worden des te duidelijker in een multiculturele context waarin het westerse model niet noodzakelijkerwijs wordt aanvaard.

Volgens onze opvatting komt ontwikkeling de persoon en de waardigheid van iedere persoon ten goede in zowel de noordelijke als de zuidelijke landen. Een land is ‘ontwikkelder’ wanneer het iedere burger de mogelijkheid biedt om zijn talenten te ontwikkelen; voor zijn zelfontplooiing en ten dienste van de samenleving. Mensen kunnen hun capaciteiten ontplooien in een ‘ontwikkelde’ omgeving: opvoedingssysteem, gezondheid, arbeidskansen, uitoefening van burgerlijke vrijheden, rechtszekerheid enz.

Opvoeding is een essentieel onderdeel dat net toelaat om ieders talenten te ontwikkelen en om maatschappelijke welvaart voor iedereen te garanderen vanuit een sociaal, economisch en cultureel standpunt. Als we de verschillende landen in de wereld bekijken, stellen we moeiteloos vast dat er een bijna perfecte correlatie bestaat tussen het opleidingsniveau en de ontwikkelingsgraad van het land. De gevolgtrekking is duidelijk: de grootste rijkdom van de naties ligt bij opleiding en de talenten van hun inwoners.

 

Wat is de missie van ACTEC?

Onze slogan luidt: “Een beroep voor iedereen”. ACTEC helpt armen in de zuidelijke landen om zich vanuit een beroep te ontwikkelen. ACTEC biedt bijstand die zich op de persoon richt, die met andere woorden de capaciteiten van iedere persoon beklemtoont zodat hij zich vrij een weg  door het leven kan banen. Daartoe zien we opvoeding en beroepsopleiding als twee pijlers van die vrijheid die de mensen de mogelijkheid bieden om zich als verantwoordelijke personen te ontplooien.

 

Hoe zet u uw doelstelling voort?

Onze activiteit bestaat erin opleidingscentra in het leven te roepen die de talenten van arme personen in de zuidelijke landen ontwikkelen opdat zijzelf het kopstuk van hun eigen ontwikkeling worden alsook de spilfiguur van de vooruitgang in hun land.

Als ngo voor ontwikkelingssamenwerking organiseert ACTEC acties in ontwikkelingslanden die ze met giften van particulieren en openbare subsidies financiert. Wij bouwen centra voor de technische vorming van jongeren en volwassenen, stellen ondersteuningsprogramma’s  voor micro-ondernemers op (microkredieten en aangepaste managementcursussen) en richten gespecialiseerde centra op zoals hotelvakscholen, verplegersscholen enz.

Om het voortbestaan van onze projecten te verzekeren, bestaat onze belangrijkste taak erin goede partners in het Zuiden te vinden. Ik leg er zelfs de klemtoon op dat we partners in het Zuiden zoeken die uitmuntend zijn. Kwalitatieve en duurzame projecten in de zuidelijke landen realiseren is immers vaak een zware taak door de inherente moeilijkheden van de situatie:  in gebreke blijvende staten, een gebrek aan lokale capaciteiten, het ontbreken van infrastructuurvoorzieningen, corruptie van de administratieve en beleidsverantwoordelijken, chronische instabiliteit vanuit politiek, maatschappelijk en economisch standpunt …

De personen die onze partnerinstellingen leiden, combineren drie kwaliteiten die niet vaak samen voorkomen: een enorm idealisme, weergaloze talenten en een grote beroepsbekwaamheid.

 

Hoe kiest u het doelpubliek van uw project?

We kiezen personen die aan die activiteiten deelnemen in nauwe samenwerking met onze lokale partners. Onze collega’s in het Zuiden zijn leiders in hun land, ze zijn echte sociale ondernemers. Doordat ze het terrein en de behoeften van de bevolking perfect kennen, identificeren ze de te ondernemen prioritaire acties opdat er een beroepsopleiding wordt aangeboden die aan de lokale context is aangepast. Dankzij ons partnerschap op basis van idealisme, doeltreffendheid en professionalisme hebben onze projecten sinds 30 jaar meer dan 1.100.000 personen rechtstreeks geholpen.

Hun expertise geeft ons de kans om de economische mogelijkheden van de regio en de vraag naar arbeidskrachten van potentiële werkgevers goed te onderzoeken en de reële kansen op een vormingsperiode voor de begunstigden te analyseren. We bevoorrechten acties voor drie specifieke groepen:

  • Jongeren: Ontwikkelingslanden hebben een zeer jonge bevolking die onvoldoende toegang tot een technische opleiding heeft. Ze vertegenwoordigen de toekomst van hun gemeenschappen.
  • Vrouwen: De discriminatie en ongelijkheid die vrouwen ondergaan zijn talrijk in de arme landen. Ze worden op verschillende vlakken uitgebuit, hebben vaak geen toegang tot onderwijs, worden weinig of niet bezoldigd en moeten al te vaak de opvoeding van de kinderen alleen op zich nemen. Een bevredigend beroep is voor hen een krachtig middel voor zelfontplooiing en maatschappelijke emancipatie.
  • Micro-ondernemers.

Wat is uw ervaring met micro-ondernemers?

Ze stemmen overeen met wat we hier zelfstandigen en zaakvoerders noemen. Hun persoonlijk initiatief stelt hen in staat hun eigen tewerkstelling en die voor behoeftigen te ontwikkelen. Ze vormen de structuur van de informele economie waarmee een belangrijk deel van de arme bevolking wordt onderhouden. ACTEC wil de creatieve krachten van die micro-ondernemers de vrije loop laten zodat zij het statuut van ‘bijgestane persoon’ kunnen verruilen voor dat van ‘promotor van de ontwikkeling van de ander’: hun familie, werknemers, klanten.

Onze programma’s leveren uiterst interessante resultaten op: meer inkomsten, betere kwaliteit van de productieactiviteiten, jobcreatie in marginale wijken, succesverhalen onder kansarme bevolkingsgroepen enz. De micro-ondernemers die aan onze opleidingsprogramma’s deelnemen, zien hun verkoop met 50 % toenemen. Het terugbetalingspercentage van onze microkredieten ligt hoger dan 96 %.

 

Wat denkt u over de evolutie van de ontwikkelingssamenwerking van de voorbije jaren?

Verdeling van de uitgaven van de Belgische Staat voor ontwikkelingssamenwerkingDat is een zeer breed gebied met zeer contrastrijke situaties. In Europa domineert de overheid. Ze hanteert drie financieringskanalen: multilaterale organisaties (VN, Wereldbank, Europese Commissie), openbare ontwikkelingsagentschappen (in België, de BTC – Belgische Technische Coöperatie) die bilaterale projecten uitwerken en tot slot de niet-gouvernementele actoren (ngo’s en universiteiten).
Sedert een tiental jaren zijn de overheden geneigd om acties te bevoorrechten die met de regeringen van de begunstigde landen zijn ondernomen. Dat betekent een groeiende inefficiëntie van de samenwerking omdat de overheden van die landen grotendeels disfunctioneel en ondoeltreffend zijn. Daarnaast verduisteren ze vaak de fondsen die op het bestrijden van de armoede zijn gericht.

 

En in België?

Evolutie van het budget ontwikkelingssamenwerking van de Belgische StaatOndanks de goede bedoelingen is de regering er niet in geslaagd om het solidariteitsgevoel van de grote meerderheid van de Belgen in te lossen. Op het moment dat de regering de verbintenis aangaat om 0,7 % van het bni (bruto nationaal inkomen) voor ontwikkelingssamenwerking beschikbaar te stellen, neemt ze maatregelen die ons van die doelstelling afwenden. Daarnaast is het land dat de meeste subsidies krijgt uit het budget ontwikkelingssamenwerking … België zelf! In strijd met het advies van de sector telt de regering immers in de samenwerking met het Zuiden de uitgaven mee die in België voor de zorg van de migranten in ons land worden gedaan. Het is heel nobel om vluchtelingen te verwelkomen, maar experten zijn eensgezind over de noodzakelijkheid om ontwikkelingssamenwerking en de opvang van vluchtelingen budgetair gescheiden te houden. Wetende dat onze levensstandaard 100 keer beter is dan die van de Congolezen en van veel Afrikanen, is dat een teleurstellende ontwikkeling.

 

Waartoe spoort u dan aan?

Het is veel efficiënter om het welslagen van projecten te bevorderen die van het plaatselijke maatschappelijk middenveld uitgaan. Dat maatschappelijk middenveld (verenigingen, universiteiten, ngo’s, religieuze organisaties enz.) biedt betere garanties dat de hulp de werkelijke doelgroepen van onze gezamenlijke inspanning bereikt. Door die strategie wordt het maatschappelijk middenveld in die landen ook bevorderd waardoor die samenlevingen rijker worden en een betere invloed op de vaak disfunctionele en corrupte overheden kunnen uitoefenen. We moeten de hulp aan de betrokken Staten niet opgeven, maar we moeten wel de beperking van die benadering inzien en dus de samenwerking met het maatschappelijk middenveld voortrekken.

14 april 2017

Burgerschapsvorming of maatschappijleer begrijpen

Geplaatst op in Doelmatig overheidsbeheer, Non classé.

Een van de grootste taken van onze opvoeders en dus van de hele maatschappij is om jonge mensen tot verantwoordelijke burgers op te leiden die zich voor het algemeen belang inzetten. De school kan die ambitie niet alleen realiseren. Immigratie, radicalisering, populisme en de opkomst van het extremistische gedachtegoed moeten ons er doen aan herinneren dat er een tekort aan burgerschapsvorming is.  We beginnen met een stand van zaken in Europa en in de Belgische gemeenschappen. We duiden het soort maatregelen aan dat men van de overheid verwacht.

 

Wat verstaat men onder burgerschapsvorming?

Burgerschapsvorming kan worden begrepen als een leerproces voor effectieve deelname aan democratische processen op alle niveaus van de samenleving. Ze bereidt personen op een efficiënte burgerparticipatie voor en is met de rechten en plichten van de burgers verbonden. Burgerschapsvorming heeft als basisprincipes en -waarden transparantie, deelname, reactiviteit, verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid.

 

Voorwaarden voor burgerschapsvorming

Burgerschapsvorming houdt dus een theoretisch leerproces in, alsook praktijkervaring en de verwerving van sociale vaardigheden. Die opvoeding beperkt zich niet tot de school, noch tot de jeugd. De rol van de ouders is cruciaal, met name op het gebied van motivatie. Media, films, boeken, maar ook alle andere bronnen van ideeën zoals denktanks, intergenerationele dialogen en informele ideeënuitwisselingen vormen ons.

In het onderwijs moet er gekozen worden tussen de oprichting van een apart vak of een diffusere aanpak. We spreken daarbij over inschaling omdat de theoretische kennis in verschillende andere vakken kan worden geïntegreerd. We spreken daarbij ook over interdisciplinair of transversaal leren, in het bijzonder voor de sociale vaardigheden die op een coherente manier in alle vakken aan bod komen.

 

De situatie in Europa

In april 2016 heeft de Raad van Europa een nieuw document goedgekeurd waarin de vaardigheden voor democratisch burgerschap en interculturele dialoog staan beschreven. Met die vaardigheden (waarden, houding, vaardigheden, kennis en kritische blik) zijn mensen in staat om zich als actieve burger in democratische en diverse samenlevingen in te zetten en hun slaagkansen in hun actieve leven te verhogen.

Aanbevelingen komen voortdurend terug op de mogelijkheid voor leerlingen om aan de besluitvorming op school deel te nemen; benoemen de open klassfeer, de versterking van de bekwaamheden van de lesgevers en de samenwerking tussen de verschillende, betrokken partners.

Alle Europese landen zijn het er over eens dat burgerschapsvorming op de een of de andere manier deel van het formele leerprogramma moet uitmaken. Nochtans verschillen de voorwaarden tussen de landen beduidend zonder dat van een dominante aanpak sprake is. Burgerschapsvorming kan als een apart vak worden onderwezen (vaak verplicht) of kan in de gebruikelijke vakken worden geïntegreerd (zoals geschiedenis, cultuurwetenschappen, aardrijkskunde, godsdienst of filosofie) en/of kan als een interdisciplinair thema worden opgevat.

In 2005 heeft de Europese Commissie via Eurydice een verregaand onderzoek geleid over de keuzen van de lidstaten. In het lager onderwijs in de meeste landen wordt burgerschapsvorming in andere vakken geïntegreerd of als een interdisciplinair thema behandeld. In het secundair onderwijs daarentegen (in sommige jaren tenminste) had bijna de helft van de Europese landen daarvoor een apart vak opgericht.

Zweden, een van de meest geavanceerde landen, legt een programma van 855 lessen op die over de 9 jaar van het lager onderwijs en het lager secundair onderwijs zijn verspreid. Burgerschapsvorming is er een volwaardig vak en een interdisciplinaire doelstelling.

Lesgevers mogen ngo’s uitnodigen om specifieke conferenties of workshops te geven, maar ze krijgen zelden een budget om hun gastsprekers te vergoeden.

Verschillende landen hebben vormingscentra opgericht zoals Prodemos in Den Haag en Parlamentarium en BelVue in Brussel, om er maar een paar te noemen.

In 2015, heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité het “Europees paspoort voor actief burgerschap” gepubliceerd. Het Comité biedt er snelgidsen, informatiebladen en brochures over alle aspecten van de moderne Europese democratie. Er is een scala aan middelen om burgerparticipatie in het democratische proces te promoten, en een uitgebreide handleiding over het Europees burgerinitiatief (ECI).

 

De situatie in België

In België hebben de drie gemeenschappen een verschillende koers gekozen. In het algemeen kunnen we toch vaststellen dat directeurs en lesgevers van het lager onderwijs een zekere autonomie in het onderwijs hebben. In het geval van burgerschapsvorming heeft zelfs de Franse Gemeenschap een verplicht programma bewust vermeden.

In de Duitstalige Gemeenschap is maatschappijleer (Bürgerkunde) een interdisciplinair thema in lagere scholen en in de middelbare onderwijsprogramma’s is ze geïntegreerd.

 

De situatie in Vlaanderen

In Vlaamse scholen is maatschappijleer geen apart vak, maar is ze in de transversale doelstellingen geïntegreerd (“vakoverschrijdende ontwikkelingsdoelen en eindtermen”). In het secundair onderwijs zijn die doelstellingen in 7 contexten opgedeeld: lichamelijke gezondheid en veiligheid, mentale gezondheid, sociorelationele ontwikkeling, omgeving en duurzame ontwikkeling, politiek-juridische samenleving, socio-economische samenleving, socioculturele samenleving. De vijfde context (politieke-juridische aspect van een democratische samenleving) is in vier thema’s onderverdeeld: actief burgerschap, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de eigenschappen en de werking van een democratie en de Europese en internationale dimensie.

Verscheidene instellingen stellen materiaal samen voor burgerschapsvorming op school, zoals De Kracht Van Je Stem en Studio Globo.

Filosofische en religieuze vakken (2 lessen per week) spelen een belangrijke rol in de verwezenlijking van die horizontale doelstelling in verband met het burgerschap.  Scholen beslissen vrij over de implementatie ervan.

De noden inzake burgerschapsvorming maken deel uit van het debat over de hervorming van het onderwijs dat momenteel in het Vlaams Parlement loopt .

 

Burgerschapsvorming in de scholen van de Franse Gemeenschap

Sinds 2016 krijgen leerlingen van het lager onderwijs lessen filosofie en burgerschap aangeboden. Die lessen worden wettelijk georganiseerd door het “decreet van 22 oktober 2015 betreffende de organisatie van een cursus filosofie en burgerzin en een opvoeding tot filosofie en burgerzin”. Er was gepland om daarmee in 2017 in het secundair onderwijs te starten, maar de voorbereidingen zouden vertraging hebben opgelopen.

In de door de staat gefinancierde scholen hadden de leerlingen eerder de keuze tussen twee uur religie of zedenleer per week. Die levensbeschouwelijke lesuren zijn nu naar een uur per week verminderd. Het vrijgekomen uur wordt nu specifiek aan filosofie en maatschappijleer besteed.

Het ministerie definieert maatschappijleer als “een begrip van de kwesties betreffende het burgerschap en de ontwikkeling van het kritische denken”. Maatschappijleer wordt niet als een eenvoudige overdracht van regels en gedragingen beschouwd: ze is niet meer een klassieke cursus morele opvoeding. Het onderricht steunt op vier pijlers: kritisch denken, zelfkennis, rechtsgelijkheid en sociale en democratische participatie. In plaats van een formeel programma te verstrekken, beveelt het ministerie een aanzienlijke hoeveelheid boeken, dvd’s, didactisch materiaal en tijdschriften aan de lesgevers aan.

 

Onpartijdigheid

Maatschappijleer mag geen eenzijdige politieke tribune zijn. Over het algemeen is de inhoud onpartijdig. Tegelijkertijd ontwikkelen we het kritische denken beter door op reële gevallen te oefenen. Op school kan de leraar geëngageerde gasten uitnodigen om een workshop te leiden, maar daarbij zal hij tijdens de discussies de rol van onpartijdige moderator of van advocaat van de duivel moeten spelen.

We kunnen niet van de leraars verwachten dat ze persoonlijk onpartijdig zijn, als dat al bestaat. Wat er in het officieel onderwijs wel toe doet, is dat we leraars hebben die zich inspannen om zich in hun vak onpartijdig op te stellen. Die vaardigheid kan men leren. Een acteur die persoonlijk atheïst is, kan namelijk op bevredigende wijze de rol van geestelijke in een film spelen. Een rechter mag een politieke mening hebben en zelfs van een partij lid worden.

Naast onpartijdigheid worden er andere kwaliteiten van een lesgever burgerschap verwacht. Zo zal hij zijn passie voor burgerzin gemakkelijker aan zijn publiek kunnen meegeven als hij zelf een betrokken burger is.

De ouders zijn het beste geplaatst om op het evenwicht van het vak burgerschap toe te zien. Zij merken immers de resultaten van dat vak bij hun kinderen. De directie van de school kan dus beter zorgvuldig naar de ouders luisteren, met dien verstande dat de ontvangen adviezen voldoende representatief zijn voor het hele onderwijs en dat het niet om een individueel probleem gaat.

 

Aanbevelingen

Tijdens een symposium dat op 23 maart 2017 werd georganiseerd, heeft IDEA (Institute for Democracy and Electoral Assistance) een groot aantal spelers uit het veld uitgenodigd en heeft het geprobeerd om aanbevelingen omtrent maatschappijleer te doen. Die aanbevelingen worden onder de volgende thema’s gegroepeerd:

  1. actieve deelname
  2. maatregelen om de kwaliteit van de maatschappijleer in scholen te verbeteren
  3. partnerschappen tussen scholen en de civiele samenleving
  4. financiering
  5. de boodschap aantrekkelijk brengen
  6. kennisoverdracht.

Later komen we op die verschillende aspecten terug. Onthoud voorlopig dat burgerschapsvorming een krachtige factor is in de integratie en de sociale samenhang.

 

Brussel, 4 april 2017

 

 

Particitiz: facilitator van de participatie op lokaal niveau

Geplaatst op 23/03/2017 in WijBurgers.

De traditionele vormen van burgerzin zoals de toetreding tot een politieke partij of een syndicaat hebben hun beperkingen inmiddels aangetoond. De maatschappij en in het bijzonder de jongeren die nog niet volledig hebben afgehaakt, vragen nieuwe vormen van participatie. PARTICITIZ is een van de actoren die nieuwe tools uitwerkt en de burgerraadpleging uitprobeert. Een goede omkadering van het proces maakt het de burger mogelijk om aanbevelingen te doen die de beleidsverantwoordelijken gunstig zullen beoordelen.

 

Mijnheer Dimitri Lemaire, u bent een van de directeurs van PARTICITIZ. Met welke problemen krijgt u te maken?

De vzw PARTICITIZ, ‘Participation & Citizenship’ is uit de volgende bevindingen ontstaan: onze representatieve democratieën vertonen hun beperkingen. De burgers zitten steeds minder op een lijn met hun verkozenen en de verkozenen lijken steeds wereldvreemder te worden. De traditionele vormen van burgerparticipatie zoals de toetreding tot een politieke partij, een syndicaat of een vereniging vertonen een gestage vermindering. Desalniettemin bevordert de komst van de sociale netwerken en recenter de civic technology de onderlinge connectie tussen burgers en versterkt het hun wens om door de volksvertegenwoordigers en in het algemeen door de maatschappij gehoord te worden. Dat verklaart de recente ontwikkeling van een groeiende collectieve bewustwording: we moeten de democratie moderniseren door nieuwe instrumenten te implementeren die de deelname, de raadpleging en de co-creatie begunstigen om zo de manier te doen evolueren waarop burgers met hun instellingen en politieke vertegenwoordigers interageren.

 

Wie zijn de oprichters en hoe verwoordt u uw doelstellingen?

PARTICITIZ is in augustus 2015 opgericht door Jean-Michel De Waele, professor politieke wetenschappen en vicerector aan de Université Libre de Bruxelles (ULB) en twee voormalige raadsleden van het Europees Parlement die van de burgerraadpleging bezeten zijn; Bruno Valette en Dimitri Lemaire. De vereniging heeft twee doelstellingen: enerzijds wil ze de burger de politiek laten ervaren en niet ondergaan, wil ze de representatieve democratie doen evolueren naar een interactieve en open democratie om zo de burgers, verkozenen en instellingen te herenigen. Anderzijds wil ze alle actoren die democratische vernieuwing in onze samenleving verlangen, verbinden en verenigen om synergiën tussen hen te creëren.  Een nieuw open en interactief democratisch model zal onvermijdelijk op een alomvattende manier worden gebouwd in samenspraak met de burgers, de ondernemerswereld, het verenigingsleven, de culturele sector, hoogopgeleiden en de Europese, nationale en lokale politieke instellingen.

 

In die interactieve democratie worden de burgers dus opgeroepen om aanbevelingen te doen?

Om de burger de politiek te laten ervaren, organiseert PARTICITIZ processen van burgerparticipatie en burgerraadpleging en dat face-to-face, online of via een combinatie van beide. Die nieuwe participatieve en deliberatieve voorzieningen zijn aan de openbare overheden, politieke vertegenwoordigers en grote verenigingen en federaties voorgesteld. Ze beogen binnen een bepaald tijdsbestek een divers burgerpanel bijeen te brengen om concrete voorstellen over een bepaalde problematiek in overweging te nemen, te bespreken en te formuleren. De nadruk ligt op het debat en niet eenvoudigweg op het vormen en delen van individuele ideeën en oplossingen, gewoonlijk ook wel ‘crowdsourcing’ genoemd. Voor PARTICITIZ is het raadplegende aspect, en dus de ontmoeting, het luisteren en de uitwisseling, uitermate belangrijke in een proces van burgerparticipatie dat politieke aanbevelingen wil doen. Het is ook essentieel dat de burgers op het einde van het panel de voorstellen bij de openbare overheden en de politieke vertegenwoordigers aanbieden. Zo kan de band tussen de politiek en de burger hersteld worden.

 

Nemen minderbedeelde burgers ook deel?

Opdat een burgerpanel zou slagen, moet er een zekere representatieve diversiteit gewaarborgd worden.  Daarom hecht PARTICITIZ heel veel belang aan aselecte werving. Met die manier van werven bereiken we vaak burgers die over het algemeen niet in het verenigings- of politieke leven actief zijn. Binnen bepaalde projecten gebruiken we een combinatie van de aselecte wervingsmethode en die op vrijwillige basis zodat we een representativiteit waarborgen van bepaalde bevolkingscategorieën die we in het bijzonder zouden willen bereiken. Tot slot vergezelt een comité van deskundigen ieder burgerpanel om de besproken thematiek te duiden en te verkennen.

 

Hoe vestigt u uw vereniging binnen het netwerk van burgerorganisaties?

Om alle actoren die democratische vernieuwing in onze samenleving verlangen, te verbinden en te verenigen, wil PARTICITIZ een democratisch innovatieplatform worden dat een uitgebreid netwerk samenbrengt van burgers, hoogopgeleiden, actoren van de Civic Technology, specialisten in de participatieve en deliberatieve voorzieningen en vertegenwoordigers in de sectoren cultuur, onderneming en politiek. Dat platform organiseert ontmoetingen en debatten over de uitdagingen van een democratische vernieuwing. Door die ontmoetingen is het mogelijk om eventuele synergiën te identificeren tussen de verschillende actoren in de samenleving en vaak ook om nieuwe democratische innovatieprojecten op te starten.

 

Hoe werkt PARTICITIZ momenteel?

PARTICITIZ werk momenteel op basis van een voltijds equivalent dat dankzij het commerciëel aanbod van participatieve processen bij verschillende instellingen wordt gefinancierd. PARTICITIZ mag ook op de steun rekenen van een tiental vaste vrijwilligers die aan het merendeel van de projecten deelnemen. Ze zijn lesgevers, professionelen in de conflictbemiddeling, ondernemers of nog studenten, maar allen van de burgerparticipatie bezeten. PARTICITIZ rekent ook op een vaste kern van een dertigtal moderatoren die volgens onze bemiddelingstechnieken voor burgerdebatten zijn opgeleid. Andere vrijwilligers komen regelmatig bij PARTICITIZ langs om onze acties inzake logistiek, techniek en communicatie te steunen.

 

Wat hebt u concreet behaald?

Sinds de oprichting heeft PARTICITIZ meerdere participatieve en deliberatieve voorzieningen uitgewerkt en georganiseerd, waaronder bijvoorbeeld “Climacteurs – 100 voix pour le climat” (Climacteurs – 100 stemmen voor het klimaat) (www.particitiz.org/climacteurs-100-voix-pour-le-climat) of “Canal Citoyen” (www.canalcitoyen.be). Beide projecten hebben elk meerdere tientallen burgers rond een specifiek onderwerp bijeengebracht.

  • Voor “Climacteurs”, een initiatief van Leefmilieu Brussel en de voogdijminister hebben een zestigtal jonge burgers tussen 18 en 30 jaar oud samen en met de aanvankelijke steun van deskundigen, concrete aanbevelingen gedaan om tegen de klimaatverandering te strijden. De gewestelijke minister van leefmilieu heeft die aanbevelingen naar de onderhandelingen van de COP21 meegenomen.
  • Voor “Canal Citoyen” was het een divers panel van inwoners en werknemers uit de Brusselse gemeenten en wijken langs het kanaal die voor een dag zijn samengekomen om rond de sociale samenhang in hun wijken te werken.

PARTICITIZ is ook partner van bepaalde grootschalige Europese projecten. In 2016 was PARTICITIZ partner van EUENGAGE, een onderzoeksproject van de Universiteit van Siena. Gedurende 11 dagen heeft dat project op internet een panel van meerdere honderden Europeanen verzameld die in 10 verschillende talen op Europees niveau over veiligheid, economie en immigratie hebben gedebatteerd.

Het laatste project is momenteel WAM1080, voor ‘We Are Molenbeek’ (www.wam1080.be). Dat project is een gezamenlijk initiatief van de gemeente Molenbeek en PARTICITIZ en is ontstaan in de nasleep van de aanslagen van november 2015 en maart 2016 die de gemeente Molenbeek flink hebben opgeschrikt. 100 gelote bewoners van Molenbeek zijn uitgenodigd om met elkaar in debat te gaan en naar elkaar te luisteren om voorstellen te doen inzake de strijd tegen radicalisme bij jongeren en de toenadering tussen de gemeenschappen die in hun gemeente verwezenlijkt kunnen worden.

Tot slot werkt PARTICITIZ momenteel met een ambitieus project, “Europees festival van democratie en burgerzin”, dat in het voorjaar van 2019 geboren zou moeten worden en dat burgers, onderzoekers, politici, ondernemers en projectdragers rond conferenties, debatten, tentoonstellingen en feestelijkere activiteiten zal samenbrengen.

Dat project, zoals andere die nog op de de tekentafel liggen, vergen menselijke en financiële middelen. PARTICITIZ, dat momenteel alleen over gerichte financiering beschikt, is dus naar structurele financiering op zoek om haar bedenkings- en bewustmakingsacties omtrent de burgerparticipatie uit te voeren alsook om haar projecten te ontwikkelen.

Interview afgenomen door Jean-Paul Pinon op 13 maart 2017.

De toekomstige Politieke Atlas : de transparantietool om politici te keuren

Geplaatst op 17/03/2017 in Non classé.

 

De informatietechnologie blijft ons verbazen. We krijgen antwoorden op vragen die we zelfs nog niet hebben gesteld: commerciële aanbiedingen verschijnen op ons scherm voor specifieke producten die ons interesseren. Daarentegen zijn de ‘catalogi’ in de politiek maar dun en moeilijk te gebruiken. Vertrekkende van de ervaring van de Politieke Databank bereidt WijBurgers de nieuwe Politieke Atlas voor.

 

We bereiden de burger voor op de verkiezingen

Als we willen dat de burger actief aan de politiek deelneemt, moeten we hem werktuigen ter beschikking stellen. Stemming is de enig verplichte deelnamevorm (maar niet de enige deelnamevorm!). We weten al dat het deelnamepercentage aan de verkiezingen geleidelijk vermindert. In België was het percentage in 2014 tot onder de grens van 90 % gedaald. In plaats van hoeveelheid, hebben we daarentegen een kwalitatieve stemming nodig als we het openbaar bestuur willen verbeteren.

 

De selectie van een kandidaat-politicus zou op drie fundamentele criteria gebaseerd moeten zijn: de politieke afstand, de bekwaamheid en de integriteit. Onder de relevante selectiecriteria houden we geen rekening met de aantrekkelijkheid van de campagnefoto, noch met de gekregen spreektijd. In zijn zoektocht mist de burger ergonomisch gereedschap.

 

De kiezer heeft een Politieke Atlas nodig. Dat is een transparantietool die allerlei soorten informatie en functionaliteiten integreert die verspreid zijn op het web: de sites van de parlementen en partijen, Cumuleo, de kieswijzers en de persoonlijke websites van politici. Net zoals Google Wikipedia niet vervangt, zo geeft internet geen synthese waarmee de kandidaat-politici gekeurd kunnen worden. De kieswijzers zijn nuttig, maar ontoereikend om met kennis van zaken te kunnen stemmen. De kieswijzers informeren over uw ideologisch verwantschap met de kandidaten, maar lichten niet in over de twee andere fundamentele selectiecriteria.

 

Werk in uitvoering: de nieuwe Atlas – samenwerking met de UCL

Sinds de verkiezingen van 2014 spant WijBurgers zich in om een beter arbeidskader in het leven te roepen voor de gehaaste kiezer. De Politieke Databank die in 2015 gepubliceerd is, is een soort kruispuntbank van de politiek. Dat is wel maar een stap in de richting van de Politieke Atlas die completer, interactiever, participatiever, ergonomischer en toegankelijker zal zijn.

 

Dankzij de UCL is een grote stap gezet. Krachtens een akkoord tussen WijBurgers en professor Kim Mens hebben de 80 studenten, die in het vak ‘software engineering’ zijn ingeschreven, eind 2016 hun praktijkoefening op de software van WijBurgers kunnen toepassen. De studenten, die in twaalf groepen van zeven waren verdeeld, konden drie van de talrijke projectmodules kiezen.[1] Een lijst van specificaties van meer dan honderd pagina’s gaf hen een goed beeld van de doelstellingen die moesten worden behaald. De heer Jérémy Blampain van de vzw Banlieues begeleidt WijBurgers in de informaticaontwikkelingen. Hij heeft de richtlijnen voor een eenvoudig aanpasbare software aangeleverd. Gedurende 2017 waarborgt hij de inschaling van de werkstukken in het informaticasysteem van WijBurgers. Ondanks het hoogwaardige werk van de studenten, is er nog veel werk voordat de nieuwe functionaliteiten operationeel zullen zijn. WijBurgers zoekt dringend € 9.000 om die werkzaamheden te bekostigen.

 

Inhoud databank

De Atlas verstrekt inlichtingen die al in de Politieke Databank stonden: contactgegevens, een paar persoonlijke gegevens (geslacht, leeftijd, partij, aantal kinderen, overtuigingen), academische, professionele en politieke cv’s, de mandatenlijst, de drie persoonlijke successen, de vier politieke prioriteiten, de laatste electorale scores en het transparantieniveau (berekend op basis van de informatie die in het profiel is aangeboden).

 

De Atlas voegt aan de persoonlijke profielen een aantal nieuwe rubrieken toe: bezoldiging voor de overheidsactiviteit, feiten en cijfers van de parlementaire werkzaamheden, politieke ervaring, aanverwantschap met andere politieke mandatarissen, links naar artikels die de politieke gedraging beschrijven.

 

We stellen de politici gesloten, politieke vragen waarop ze ja of neen antwoorden.  Ze kunnen hun antwoorden becommentariëren. De Atlas voegt nieuwigheden toe. Wanneer een actor zijn antwoord wijzigt of aan een parlementaire stemming deelneemt, bewaart de Atlas daarvan de historiek. Wanneer de bezoeker vaststelt dat een antwoord ontbreekt, terwijl de politicus zich elders over dezelfde kwestie heeft uitgedrukt, dan mag de bezoeker namens de politicus antwoorden. Daarop volgt een validatieproces.

 

Iedere politieke kwestie zal het voorwerp van een specifieke pagina uitmaken, waardevol door de inhoud ervan. Een menu dat op politieke thema’s is gebaseerd, zal het mogelijk maken een kwestie op te zoeken met de overeenstemmende pagina. De bezoeker zal er een korte toelichting van minder dan 500 tekens vinden waardoor hij de gestelde vraag goed zal begrijpen. Een link zal de bezoeker naar een diepgaandere uitleg verwijzen.  Indien een parlement over die kwestie heeft gedebatteerd, vindt de bezoeker daar de referenties en de uitslag van de stemming. Een grafiek toont de verdeling van de politici aan in verhouding tot die kwestie.

 

Het interessantste, of in ieder geval het origineelste onderdeel van die pagina over een politieke zaak, is de virtuele stemming in het parlement. Een grafiek laat zien wat de uitkomst van de stemming zou zijn als zulk parlement op dat moment over de zaak zou stemmen.

 

Input aan de databank

Om de databank van input te voorzien, combineren we vier verschillende bronnen. In eerste instantie codeert de vrijwilligersploeg van WijBurgers constant informatie van op internet: ongeveer 7.000 updates per maand. Vervolgens krijgt de politicus periodiek een hyperlink die hem toegang tot zijn profiel geeft en waarmee hij dat profiel kan opmaken. WijBurgers onderhandelt met de parlementen over procedures om informatie door te geven. Het doel is dat er Exceltabellen van ieder parlement in de databank van WijBurgers kunnen worden ingevoerd.  Uiteindelijk zal het grote publiek informatie in het systeem kunnen invoeren, mits voldaan aan de validatie van WijBurgers. Aanschouw daarbij een eerste element van burgerparticipatie!

 

De gebruiker die op zoek is naar informatie en vaststelt dat die ontbreekt, kan op een knop drukken waarmee hij in een paar kliks een persoonlijke herinneringsmail aan de betreffende politicus kan richten.

 

Campagnetool

Iedereen kan een kwestie voorstellen om aan de politici voor te leggen met het voordeel dat hun antwoorden in de Atlas worden gepubliceerd, waar iedereen ze gemakkelijk kan raadplegen. Daarnaast zal de campagnetool de burgers ook bij de kwestie betrekken.  De indiener van de vraag kan zo zijn vrienden de link naar de campagnepagina doorsturen. De burger vindt er de lijst van geviseerde politici die niet op de vraag hebben geantwoord.  Hij kan selecteren wie hij wenst. Hij vindt er een standaard e-mail die hij direct kan versturen. Zonder veel moeite richt hij zo herinneringen aan de geselecteerde mensen.

 

De Kieswijzer

Met de kieswijzer heeft de burger een rangschikking van de kandidaten op basis van hun ideologische connectie ter beschikking. De kieswijzer baseert zich op een vragenlijst die de kandidaten moeten invullen. Wanneer een burger dezelfde vragenlijst invult, berekent het systeem de score van iedere kandidaat: 100 % voor de kandidaat die op exact dezelfde manier alle vragen heeft beantwoord.

 

De kwaliteit van de Kieswijzer is erg afhankelijk van het aantal kandidaten dat deelneemt, dat op de vragenlijst antwoordt. De Atlas is het instrument bij uitstek om de antwoorden van de kandidaten in te winnen.

 

De kwaliteit van de Kieswijzer vloeit ook voort uit de wisselwerking met de Atlas. De gebruiker die een rangschikking van de kandidaten krijgt, klikt op de naam van een kandidaat en opent zo het volledige profiel van de kandidaat in de Atlas. Zo kan hij zich zo goed mogelijk inlichten of die kandidaat daadwerkelijk de beste kandidaat voor hem is. In feite is de Kieswijzer vanuit technisch standpunt een functionaliteit van de Politieke Atlas.

 

Ergonomie

Van de vele, geplande verbeteringen vermelden we er twee.  De eerste heeft betrekking op de politicus die een vraag beantwoordt die de Atlas hem heeft voorgelegd. Er zal een knop zijn waarmee hij het antwoord van zijn partij kan kopiëren (als dat beschikbaar is). Daarna kan hij het antwoord bewerken en dus zijn eigen persoonlijke toets aanbrengen.

 

De zoekmachine waarmee politici kunnen worden geselecteerd, biedt al 27 criteria. Die filters, die voor geavanceerde opzoekingen dienen, zullen we verbeteren. Het zal mogelijk worden politici te selecteren die in een bepaalde kieskring verblijven. Een nieuwe filter zal ook de gelegenheid bieden om op basis van de uitgeoefende bevoegdheden te selecteren. Zo zullen bijvoorbeeld ministers en/of schepenen kunnen worden opgezocht die voor mobiliteit bevoegd zijn.

 

Instrument voor participatief burgerschap

WijBurgers begint met de publicatie van artikels over het openbaar bestuur. De mandatarissen die in een artikel als politiek verantwoordelijk worden genoemd, zullen dat artikel op hun persoonlijk profiel zien verschijnen. Aan de lezers van het artikel zullen we vragen om de gedraging van de mandataris in het dossier in kwestie te beoordelen. Wanneer een voldoende aantal antwoorden ingewonnen zijn, publiceert het systeem het gemiddelde van de beoordeling.

 

Zal ook de gewone burger de Atlas kunnen gebruiken?

Hoe ondoorzichtiger de politiek, hoe meer de macht in de handen van ingewijden blijft.  De Atlas is zoals een sleutel die gratis toegang tot kennis verschaft. Natuurlijk kunnen we alleen degene helpen die daar open voor staat. Er zijn niettemin vragen aan de politici gesteld die kansarmen rechtstreeks aanbelangen. Als ze de Atlas niet zelf raadplegen, zullen anderen het voor hen doen en zullen die hun de uitslagen ter kennis brengen.

 

Toepassingstiming

Door de nieuwe informaticatechnieken kunnen we de software geleidelijk uitbouwen. We zullen de nieuwe functionaliteiten dus online plaatsen naarmate de inschaling ervan in de software vordert. Zoals altijd hangt de snelheid daarvan af van de beschikbare middelen, met andere woorden van jouw financiële steun.

 

Jean-Paul Pinon, 14 maart 2017.

 

[1] Uit erkenning voor hun geleverde diensten geven we hier de namen van de assistenten van professor Mens mee: Benoît Duhoux, Minh Ha Quang, Christophe Limbrée en Michael Saint-Guillain.

Voor de studenten is de lijst een beetje langer: Simon Alexe, William André, Gilles Bajart, Louis Baudoux, Arnaud Belie, Steve-Junior Bitomagira, Nicolas Bockstael, Alexandre Carlier, Bastien Claeys, Alexis Clarembeau, Benjamin Daubry, Victor Demuysere, Robin Descamps, Sundeep Dhillon, Maxime Dombret, Sébastien d’Oreye, Jacob Eliat-Eliat, Florian Felten, Yolan Fery, Victor Feyens, Pierrick Fichefet, Rémi Floriot, Péter Frenyo, Emilio Gamba, Alexander Gerniers, Nathan Gillain, Julien Gomez, Thomas Grimée, Quentin Groulard, Victor Hamer, Marwan Hasan, David Haven, Jean-Benoît Henry de Hassonville, Jean-Paul Ishimwe, Hamza Jabiri, Thibault Jacques, Alexandre Jadin, Victor Joos de ter Beerst, Frédéric Kaczynski, Xavier Lambein, Victor Lecomte, Amélie Lessuise, Sing Leung Hoo, Jean-Baptiste Macq, Bruno Marchesini, Thomas Marissal, Olivier Martin, Aurélie Massart, Bertrand Masset, Alexandre Mattenet, Safi Mbungu, François Michel, Zélie Mulders, Jérôme Navez, Xavier Pérignon, Maxime Piraux, Antoine Prieëls, Maxime Rens, Valentin Rombouts, Mohammad Saleh, Xavier Schul, Syntyche Shimbi Amunaso, Damiano-Joseph Siciliano, Yvhan Smal, Nicolas Sorensen, Florian Stévenart Meeûs, Philippe Stormme, Corentin Surquin, Olivier Taburiaux, Jérôme Thiry, Simon Tihon, Trong-Vu Tran, Carolina Unriza Salamanca, Camille Uylenbroeck, Antoine Van Grootenbrulle, Antoine Vanderschueren en Rémy Vermeiren.

 

 

Publifin, een voorbeeld van ondoorzichtige verloning van politici

Geplaatst op 13/01/2017 in Non classé.

Het geval Publifin is een voorbeeld van een politieke cultuur van ondoorzichtige en soms buiten proportie hoge verloning door de intercommunales heen. Per uur vergadering hebben de leden van de sectorcomités tussen € 1.723 en € 31.020 opgestreken. Sommige mandatarissen van de PS, cdH en MR maken vrolijk misbruik van het systeem, maar dat doen ze niet allemaal. Mevr. Béatrice Kinet is een mooi voorbeeld van een verkozene die van de gemakkelijke winsten afziet, hoewel ze er toegang toe had. Er bestaan burgerinitiatieven die zich voor meer transparantie inzetten en er voor willen zorgen dat burgers met kennis van zaken stemmen. 

 

De cijfers

De krant L’Avenir (22/12/2016) verstrekt informatie over de vergoedingen die de intercommunale Publifin aan de politieke mandatarissen toekent, die van sommige van haar organen lid zijn: het sectorcomité energie, het ‘comité de sous-secteur Liège-Ville’ en het sectorcomité telecommunicatie.

We erkennen de moed van Cédric Halin, cdH-schepen van de gemeente Olne, die de cijfers bij de pers heeft onthuld.

De cijfers, gepubliceerd door L’Avenir, reproduceren wij in bijgevoegde tabel mits enkele verbeteringen. Hieronder kopiëren wij de kolom met de brutoloon per gepresteerd uur vergadering:

Naam Voornaam Partij  €/u
Manzato Sergio PS             31.020 €
Bourlet Maxime MR             30.960 €
Delvaux Anne cdH             22.785 €
Amieva Acebo Raphaël cdH             21.780 €
Megali Catherine PS             12.540 €
Defays Alain cdH             12.240 €
Emonts Claude PS             11.340 €
Stein André MR                8.880 €
Vanbrabant Eric PS                8.760 €
Lecerf Alfred (cdH)                8.340 €
Shaban Fatima PS                8.040 €
Dejardin Valérie PS                6.900 €
Mottard Marie-Noëlle MR                6.840 €
Linotte Stéphane (MR)                6.720 €
Drèze Fabrice MR                6.420 €
Bovy Sébastien MR                6.180 €
Goffin Jean-Pierre PS                5.940 €
Pirmolin Vinciane cdH                5.880 €
Delvaux Luc MR                5.820 €
Bougnouch Mohammed PS                5.640 €
Bonjean Jean-Paul PS                5.340 €
Gilissen Pierre MR                4.560 €
Maniglia Giuseppe PS                4.560 €
Cuipers Laurence cdH                3.960 €
Kinet Béatrice cdH                1.723 €

 

Waartoe dienen de sectorcomités van Publifin?

De tabel vermeldt de leden van drie ‘sectorcomités’. Sommigen daarvan zijn bestuurder van Publifin, maar geven niet aan dat ze daarvoor verloond worden.

Zeven vergaderingen van minder dan twee uur op bijna drie jaar betekent twee of drie vergaderingen per jaar. Het betreft met andere woorden behoorlijk lichte toezichtactiviteiten die bovendien door niet-specialisten in energie en telecommunicatie worden uitgevoerd.

De beheerscomités bij Publifin verwarren de dingen. Ofwel heb je een raad van bestuur die vaak uit ‘niet-actieve’ bestuurders bestaat, wat wil zeggen dat zij niet bij het dagelijks beheer betrokken zijn. Ofwel heb je een beheers- of directiecomité dat uit leidinggevenden bestaat. Ofwel heb je experten die voor specifieke, goed afgebakende taken benoemd zijn, zoals bijvoorbeeld een erkende revisor die de rekeningen controleert. De beheerscomités van Publifin lijken meer op vermomde raden van bestuur.

De rol van de politieke mandatarissen moet dus met die van een niet-actieve bestuurder worden vergeleken, die de belangen van de aandeelhouder verdedigen, wiens loon afhangt van de grootte van de onderneming, de tijd die met vergaderingen gepresteerd wordt en het aantal te verlonen bestuurders. Vaak worden niet-actieve bestuurders in de vorm van zitpenningen betaald, wat wil zeggen op voorwaarde van hun werkelijke aanwezigheid op vergaderingen.

 

Vergoeding van de politieke mandatarissen in de intercommunales

We baden in een politieke cultuur die beschouwt dat de vergoedingen die intercommunales uitbetalen, een (ondoorzichtig) extra salaris voor de politieke activiteit inhouden. Dat verklaart overigens waarom die vergoedingen bij Publifin niet aan de werkelijke aanwezigheid op vergaderingen worden gekoppeld, noch aan enige werkelijke prestatie ten gunste van de intercommunale.

Als die mandatarissen het merendeel van de vergaderingen ‘spijbelen’, dan zijn we duidelijk van mening dat zij geen enkele toegevoegde waarde aan de intercommunale bieden en dat ze die ook niet pogen te doen. Dat is de indruk die meer bepaald wordt gegevens door mevrouw Anne Delvaux en mijnheren Raphaël Amieva Acebo, Maxime Bourlet, Alain Defays en Sergio Manzato.

Wanneer de raad van bestuur stilzwijgend aanvaardt dat bepaalde mandatarissen de vergoedingen opstrijken zonder dienovereenkomstig een prestatie te leveren, dan is dat orgaan medeplichtig.

Een bestuurder mag mits verantwoording zijn afwezigheid tijdens een vergadering wettigen. Wanneer het verzaken toch te frequent voorvalt, moet hij dan niet zijn conclusies trekken en van het mandaat afzien? We moeten toegeven dat het moeilijk is om van zulk gemakkelijk verdiend voordeel afstand te doen, maar dat is wel wat de ethische kwaliteit van een bestuurder bepaalt.

 

Wie komt dat systeem ten goede?

De tabel geeft een gemiddelde verloning per uur vergadering van € 10.127.

We zijn er niet van op de hoogte of er politici in de tabel vernoemd worden die formeel hebben voorgesteld om hun loon te verminderen alvorens de krant L’Avenir de cijfers bekendmaakte.

Naar aanleiding van de bekendmakingen hebben de PS en cdH beslist om het systeem te herzien. We wachten op het resultaat! Zullen ze het voor alle intercommunales doen of hobbelen we van geval naar geval, van schandaal naar schandaal? Wij verwachten niet enkel een herziening van de vergoedingen, maar ook een verminderning van het aantal bestuurders en een minder particratische manier om de bestuurders aan te stellen.

De partijen trekken van het systeem voordeel door de retrocessies die de mandatarissen uitvoeren. De PS’ers storten 20 % van hun nettoloon van Publifin door naar de partij.

Bepaalde mandatarissen zien in de partijleiders de echte verantwoordelijken voor het systeem. Volgens hen missen we dan ook ons doel als we de onderknuppels aanpakken. Dat is gedeeltelijk waar, maar de burger kan maar moeilijk aanvaarden dat de partij een machine wordt om de verantwoordelijkheden te verdunnen en dat de ‘onderknuppels’ het systeem volledig uitbuiten onder het voorwendsel dat ze het niet hebben opgezet. De mandataris kan zijn mandaat uitoefenen en (in officiële pv’s) akte laten nemen van het feit dat hij voorstelt om zijn loon te verminderen en dat hij van een deel van zijn loon afziet.

Aandacht voor bepaalde bijzondere gevallen

Mevrouw Anne Delvaux verklaart dat zij in 2014 uit de politiek is gestapt om onaanvaardbare, politieke gebruiken en verder, een heel politiek systeem aan de kaak te stellen. Sedert 8 oktober 2014, de datum waarop haar ontslag bij de gemeenteraad in overweging werd genomen, oefent het ex-Europarlementslid en ex-gemeenteraadslid van Luik geen enkel politiek mandaat meer uit. Sindsdien is ze haar eigen beroepsactiviteit als zelfstandige gestart. Tijdens het laatste jaar van haar politieke activiteit heeft ze wel de inkomsten als Europarlementslid, gemeenteraadslid van Luik, lid van het directiecomité van CILE en lid van het comité van Publifin gecumuleerd.

 

De enige die het bedrag van zijn inkomsten via het platform Cumuleo heeft bekendgemaakt, is de heer Sergio Manzato.

 

Maxime Bourlet (voorzitter OCMW, MR in Awans) en Sergio Manzato (PS-burgemeester van Engis) zijn kampioen werkverzuim.

 

Mevrouw Kinet is begin 2015 afgetreden, na zeven maanden aanwezigheid in het sectorcomité telecommunicatie. Ze vond dat haar aanwezigheid daar onvoldoende toegevoegde waarde had. Dit was haar eerste bezoldigde politieke activiteit sinds 34 jaar dat ze cdH-gemeenteraadslid van Marchin is. In Publifin heeft zij de laagste uurloon, onder de mandatarissen. De twee laatste maandlonen, in 2015, heeft ze voor een goed doel gedoneerd.

 

Wie is Publifin?

In 2014 wordt Tecteo Publifin en roept het twee nieuwe vennootschappen in het leven: Finanpart en Nethys. De pure intercommunale Publifin is actief in de elektriciteitssector waarin ze het beheer van het distributienet verzekert en in de telecomsector waarin ze via de teledistributiekabels aan het cliënteel op haar grondgebied de mogelijkheid biedt om op analoge of digitale televisie, hogesnelheidsinternet, telefonie of andere diensten in te schrijven.

 

De intercommunale, die oorspronkelijk in onderpand van uitsluitend Waalse en in het bijzonder Luikse gemeenten was gegeven, heeft aan de gemeenten van de twee andere Belgische gewesten toegang verleend. Eerst Vlaanderen, daarna Brussel, wat ook in de vrijmaking van de gewestelijke voogdij resulteert.

 

Bovenop haar eerste taken diversifieert Tecteo niettemin snel haar activiteiten in dienst van de Luikse gemeenten. In 2013 investeert Tecteo in de luchthaven van Luik en koopt het de perstitel L’Avenir. Het aandeelhouderschap van Nethys is open voor privépartners. Alleen Publifin behoudt gedwongen het statuut van intercommunale.

 

Hoe kan de burger reageren?

We moeten ons er van bewust zijn dat niet alle politici profiteurs zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de burger om de ethische gronden van de kandidaten te onderscheiden. Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk.

Het platform Cumuleo heeft zopas een ‘kadaster van de openbare bezoldigingen’ opgestart. Het is nuttig om de lonen te kennen, maar ze zijn niet altijd gemakkelijk te begrijpen.

WijBurgers nodigt binnenkort alle politici uit om hun openbare inkomsten op vrijwillige basis aan te geven. De burger kan blijven stemmen voor kandidaten die weigeren op die vraag en andere, soortgelijke aangelegenheden te antwoorden. Dan moet hij wel niet klagen over de gevolgen …

De kwaliteit van de informatie die de burgerplatformen aanleveren, hangt van hun bestaansmiddelen af. Het hangt er dus van af hoe jij, lezer van dit artikel, bereid bent om te steunen. Een deugdelijk bestuur moet je namelijk verdienen!

 

Jean-Paul Pinon, 13 januari 2017

Een nieuw lid: het Nationaal Eigenaars- en Mede-eigenaarssyndicaat

Geplaatst op 12/01/2017 in Non classé.

In 1974 willen de politieke overheden de inflatie van 16 % inperken en heeft de staat geld nodig. Het was moeilijk om de roerende inkomsten die destijds bijzonder mobiel waren, extra te belasten en het zou geen goed idee geweest zijn om zich op de beroepsinkomsten te concentreren. Als oplossing werd gekozen voor een grotere belastingheffing op onroerende goederen: de kadastrale aanpassing van 1975, inwerkingtreding 1981. Parallel daaraan en om de inflatie in te dijken werden de huurgelden voor meerdere jaren geblokkeerd tot in 1983.

 

Om hun rechten te doen gelden, hebben de vastgoedeigenaars in 1975 het Nationaal Eigenaarssyndicaat (NES) opgericht, later het Nationaal Eigenaars- en Mede-eigenaarssyndicaat (NEMS, in het Frans SNPC), met zijn drie regionale facetten. Vanuit het niets heeft de beweging zich 42 jaar geleden beginnen te ontwikkelen door afdelingen over het hele land uit te werken en door twee tijdschriften uit te brengen: LE CRI en EM.

 

De werking ervan is op twee assen gebaseerd: enerzijds adviesverlening aan leden onder hoofdzakelijk juridische vorm en anderzijds de politieke werking. Het NES verzet zich tegen een opeenvolging van overheidsinitiatieven:

  • 1991, indexering van de kadastrale inkomens en nieuwe wet omtrent huisvesting dat de rechten van de verhuurders inperkt;
  • 1993, opeisingsrecht van niet-gebruikte gebouwen en afschaffing van de verrekening van de onroerende voorheffing;
  • 1996, verhoging van de PB met coëfficiënt 1,40 op het geïndexeerd kadastraal inkomen voor de huisvesting en de tweede verblijven;
  • 2002, algemeen verbindende bemiddeling inzake huurgeschillen;
  • 1997 en 2007, wijzigingen aan de wet inzake huisvesting;
  • enzovoort.

 

Sinds de regionalisering van de wetten op de handelshuurovereenkomsten en de landpachten van 1 juli 2014 heeft het NEMS zich rechtstreeks of met partners zoals de NTF in de besprekingen en onderhandelingen gemengd om de omtrek van de toekomstige regionale wetgevingen ter zake te definiëren.

 

De strijd van het NES concentreerde zich bij de start voornamelijk op de bescherming van de rechten van de verhurende eigenaars, maar ondertussen heeft het zijn werking met het mede-eigendom uitgebreid. Ook heeft het een sleutelrol gespeeld in de aanneming van de wetten van 1994 en van 2010 ter zake. Het NEMS is van mening dat er nog veel problemen in verband met de bescherming van het vermogen, de huisvesting en de koopkracht van de mede-eigenaar moeten worden opgelost.  Het NEMS ligt aan de oorsprong van de werkgroep die zijn werkzaamheden in juni 2016 onder auspiciën van de minister van Justitie is begonnen om die wetgeving nog te beoordelen en te verbeteren.

 

Het NES neemt een aantal politieke successen voor zijn rekening:

  • afschaffing van de solidariteit van de verhurende eigenaars voor onbetaalde waterrekeningen van oneerlijke huurders
  • afschaffing van de algemeen verbindende bemiddeling inzake huurgeschillen houdende huisvesting
  • belastinghervorming van 2001
  • afschaffing van de cumulatie van de inkomsten uit onroerende goederen tussen echtgenoten in 2004
  • wetten over mede-eigendom
  • acties rond conciërges, liften

 

In 2013 verlaat de Nederlandstalige (minderheids-)vleugel het SNPC. De Franstalige afdeling, die nu lid geworden is van WijBurgers, telt vandaag 18.000 leden. Al die decennia lang heeft SNPC zijn vertegenwoordiging zien vergroten, vooral ten opzichte van de openbare overheden waarvan het de enige gesprekspartner voor de bescherming van de vastgoedeigenaars is geworden. Zo zetelt het in een aantal openbare, adviesverlenende organen en verspreiden de media regelmatig zijn standpunten.

 

Contact: yolande.roekeloos@snpc-nems.be

Bericht aan activisten: de nieuwe campagnetool is beschikbaar

Geplaatst op 16/09/2016 in Een betere werking van de democratie.

Door die nieuwe applicatie van WijBurgers kunnen burgergroeperingen gewicht geven aan hun eisen. De tool bij uitstek dus om uw vraag aan de politici te stellen! De digitale revolutie ten dienste van de dialoog tussen de burger en zijn vertegenwoordigers!

In een representatieve democratie heeft de burger minstens recht op transparantie over de politieke handelingen van de vertegenwoordigers. Daar de kiezer de macht aan afgevaardigden moet afstaan, is het logisch en wenselijk dat hij degenen aan wie hij zijn vertrouwen schenkt, goed kent.

Opdat de informatiebronnen, waarvan de Politieke Databank onderdeel uitmaakt, volledige tevredenheid geven, is een samenwerking van de politici vereist. Zij moeten hun profiel invullen en hun politieke standpunten kenbaar maken. Sommige mandatarissen zeggen dat ze door vragen worden overspoeld. WijBurgers vergemakkelijkt de taak door de vragen te groeperen en als gesloten vragen te verwoorden zodat de antwoorden gemakkelijker kunnen worden geraadpleegd. Zo moet de politicus nog slechts eenmalig op dezelfde vraag antwoorden. Volgers zullen de mandataris niet meer moeten storen, want ze vinden het antwoord gratis in de Politieke Databank.

Interesseer je je voor bijvoorbeeld de patrimoniumtaks, dan kan je het standpunt van de politici zo raadplegen:

Klik op de pagina politieke databank op ‘Geavanceerd zoeken’ > ‘Toon de stellingen’. Selecteer ‘Fiscaliteit’ in het menu ‘Kies een of meer thema’s’. Daar vind je de stelling ‘Successie- en registratierechten moeten worden vervangen door een jaarlijkse belasting gebaseerd op vermogensaangifte’. Selecteer die zin en klik op ‘Zoekopdracht uitvoeren’. Op 25 juli 2016 gaf het resultaat een lijst van 216 politici. (De gratis bezoeker ziet de eerste 20). Wil je het zoekresultaat verfijnen door op andere criteria te filteren, klik dan op ‘Nieuwe zoekopdracht’ > ‘Geavanceerd zoeken’ > ‘Toon de andere criteria’. Selecteer in het menu ‘Lid van een parlement’ bijvoorbeeld ‘Lid van om het even welk parlement’. Klik vervolgens bijvoorbeeld op ‘Toon de stellingen’ en vink onderaan deze antwoorden uit: ‘Spreekt zich niet uit’, ‘Eerder niet akkoord’, ‘Helemaal niet akkoord’.  Het resultaat toont een lijst van 23 afgevaardigden die zich voor de patrimoniumtaks uitspreken. Als je op de naam van de politicus klikt, kom je op zijn persoonlijk profiel terecht. Daar klik je op het tabblad ‘Standpunten van de politicus’ om alle antwoorden op de vragen van de Politieke Databank te bekijken. Je kan een thema selecteren.

Sinds eind 2015 kan iedereen vragen voorstellen om in de Politieke Databank toe te voegen. WijBurgers biedt een dienst ‘peiling van de politici’ aan die op haar website wordt beschreven.

De nieuwigheid voor deze zomer van 2016 is de ‘campagnepagina’ waarmee de vraag omhoog geduwd wordt. De promotor van de vraag maakt de pagina op de gebruikelijke wijze bekend (sociale netwerken, elektronische mailing, webpublicaties, aankondigingen in de pers). Daar krijgt de bezoeker de lijst van de politieke mandatarissen die niet hebben geantwoord. De bezoeker kan selecteren aan welke politici hij een herinnering wenst te sturen. De herinneringen worden in een enkele klik verzonden.

De eerste campagne die zo wordt opgestart, betreft de internationale handelsakkoorden (TTIP …). Zij is een initiatief van de vzw MPEVH.

Overeenkomstig haar statuten blijft WijBurgers neutraal en zet ze haar tool ter beschikking van alle betrokken burgers en instellingen. De campagnepagina duidt aan wie de initiatiefnemer van de campagne is. Laatstgenoemde moet niet noodzakelijkerwijze neutraal zijn. De aanwijzingen bij de vragen (die aan openbare mandatarissen worden gesteld) worden onder de verantwoordelijkheid van WijBurgers gepubliceerd en zijn neutraal.

Jean-Paul Pinon, 25 juli 2016