Onze campagnes

.

Uitdagingen bij de gemeenteraadsverkiezingen: democratie en ethiek

Geplaatst op 12/11/2017 in Een betere werking van de democratie, Non classé.

Uit de politieke schandalen van dit jaar, eerst Publifin, daarna Publipart en verder nog de zaak Samusocial in Brussel, is gebleken dat sommige lokale vertegenwoordigers ons vertrouwen misbruiken. We kunnen ons afvragen of de kiezer voortaan bedachtzamer zal zijn.  Zal hij bepaalde garanties vragen met betrekking tot de ethiek van de kandidaten? Zijn bereidheid met betrekking tot transparantie en burgerparticipatie is een krachtige indicator voor het ethisch gedrag van een openbaar mandataris.

 

Inkomsten van de mandatarissen

Een onderwerp dat ongetwijfeld veel debatten tijdens deze campagne zal verlevendigen, is het inkomen van de openbare mandatarissen. Om dat te begrijpen, is het belangrijk om te weten dat de intercommunales hoofdzakelijk in handen zijn van de gemeenten en provincies. De mensen die verantwoordelijk zijn voor die intercommunales komen dan ook uit de genoemde overheidsniveaus. Zo was Stéphane Moreau, een voormalige machthebber bij Publifin, ook burgemeester van Ans. Op het eerste gezicht geen zorgen. Waar het om gaat, is het aantal mandaten en de salarissen die ze krijgen. Volgens de website Cumuleo had Stéphane Moreau in 2016 maar liefst 18 mandaten, waarvan 6 tegen vergoeding.[1] Tijdens zijn getuigenis voor de onderzoekscommissie gaf Stéphane Moreau toe dat zijn salaris bij Publifin alleen al bijna een miljoen euro per jaar bedroeg.[2] Het was nog maar een kwestie van tijd voordat het schandaal zou ontketenen. In de aanloop naar de verkiezingen worden steeds meer initiatieven opgezet om kiezers de transparantie van kandidaten te laten beoordelen.

 

Transparantie versus communicatie

Je kunt veel communiceren zonder transparant te zijn. Tot nu toe heeft de communicatie de overhand gekregen. Kandidaten spannen zich in om aanwezig te zijn in de media en op sociale netwerken. Hun verschijning op de televisie is maar het topje van de communicatiestrategie. Het aantal voorkeurstemmen is sterk afhankelijk van die mediasuccessen. Het is de vraag of de kiezer de meest relevante criteria gebruikt om zijn keuzes te sturen. We hebben gezien hoe sommige kandidaten buitengewone verkiezingsscores behaalden terwijl gespecialiseerde waarnemers bang waarschuwden voor hun onbekwaamheid.[3] Er wordt steeds meer gesproken over mediageletterdheid. Sommige kandidaten maken handig gebruik van het gebrek aan kritische houding van kiezers ten aanzien van de massa informatie die hun wordt gepresenteerd.

 

Beperkingen van transparantie

Er moeten keuzes worden gemaakt met betrekking tot de uitbreiding van de transparantie. De wet biedt burgers de mogelijkheid om administratieve dossiers te raadplegen en te kopiëren. Sommige burgers willen verder gaan en vragen om een elektronische kopie van de dossiers. Anderen zouden graag zien dat bestanden via internet toegankelijk zijn, zonder dat daarvoor een verzoek hoeft te worden ingediend. Transparantie brengt kosten met zich mee en daarom moeten er prioriteiten worden gesteld in het openbaar bestuur. Op stedenbouwkundig vlak spelen ook de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en zelfs van de veiligheid van bewoners als hun woningplannen worden gepubliceerd.

 

De kosten van transparantie moeten evenwel objectief worden onderzocht. Wanneer dossiers moeten worden verspreid onder alle leden van de gemeenteraad, doen efficiënte gemeenten dat door documenten op een intranet te plaatsen. Er is geen extra kost wanneer dezelfde documenten op internet worden geplaats. Dat is een concrete maatregel waarover kiezers hun kandidaten kunnen bevragen.

 

Transparantie van de partijen

Pre-electorale overeenkomsten zijn gemeengoed in ons politiek systeem. Het feit dat sommige ervan worden aangegaan voor de verkiezingen, zal menigeen ontevreden stellen. Sommige kiezers zullen zich inderdaad bedrogen voelen door de partij waarvoor zij hebben gestemd omdat zij niet dachten dat er een overeenkomst met één bepaalde partij zou worden gesloten. Zo werd bijvoorbeeld bij de laatste gewestverkiezingen in 2014, kort na de verkiezingen, vrij snel een akkoord aangekondigd tussen de PS en het FDF (toekomstige DéFi) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Velen vermoedden een pre-electorale overeenkomst die Bernard Clerfayt[4], lid van het FDF, later heeft bevestigd. Dat verbaasde veel mensen, want de partij van Olivier Maingain kwam maar een paar jaar eerder uit een fusie met de MR. De vraag rijst dan ook of de pre-electorale akkoorden openbaar moeten worden gemaakt. Bij gebrek aan een wettelijke bepaling daarover, een materie die bovendien moeilijk controleerbaar is, kan de kiezer kandidaten ondervragen. Daarvoor zijn er platforms opgericht.[5]

 

WijBurgers is in 2016 begonnen de (formele) transparantie van politieke partijen te beoordelen en hun een score toe te kennen: de Doorzichtigheidsindex van de Politieke Partijen.[6]

 

Burgerparticipatie op gemeentelijk niveau

Om de participatiedemocratie in de Belgische gemeenten te stimuleren, kan ook het debat over burgerbetrokkenheid een rol spelen. Een van de verschillende manieren om burgers bij het gemeentebestuur te betrekken, is de participatiebegroting. De gemeenteraad kan, naar eigen inzicht, besluiten een deel van de gemeentebegroting toe te wijzen aan projecten van buurtcomités of burgerverenigingen met rechtspersoonlijkheid.

 

Een tweede mechanisme is de volksraadpleging. Die raadpleging peilt de stemming van de burgers van de gemeente over een specifiek onderwerp, zoals de Lange Wapper in Antwerpen bijvoorbeeld. Sommigen willen de mogelijkheid om een bindend referendum in te roepen, maar het wettelijk kader staat dat niet toe en het is aan de hogere rangen (federaal, gewestelijk) om daarover te beslissen.

 

Er bestaan ook andere systemen voor burgerparticipatie, zoals adviescomités. Zij hebben alleen zin als burgers zich er geheel aan willen geven. Het kan dus verstandig zijn om van hen een signaal te eisen. Het zou aan de burgers zelf toekomen om een bepaald participatief mechanisme te verzoeken. De drempel moet niet te hoog zijn. In het Brussels Gewest volstaat een aanvraag die door twintig burgers wordt medeondertekend om een onderwerp op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen.

 

Deelname aan volksraadplegingen vergemakkelijken

Ook de kwestie van de toegankelijkheid van het stemrecht voor de inwoners kan aan de orde worden gesteld. Laten we eens even een gemeente voorstellen die regelmatig volksraadplegingen organiseert. Voorstanders van de democratie zullen dat toejuichen, maar sommige inwoners hebben niet bepaald zin om zich op regelmatige basis te verplaatsen om hun mening te geven over ieder belangrijk project in hun gemeente. Na het kortstondige enthousiasme aan het begin van het mandaat kan er een zekere electorale vermoeidheid optreden. Om dat tegen te gaan, is stemmen via internet een goed werkende optie in een almaar digitaliserende samenleving.[7] Dat soort initiatief zal talloze internetgebruikers aanspreken.

 
Jonathan Jacquemart, 9 november 2017
 
[1] CUMULEO, Stéphane Moreau [online], https://www.cumuleo.be/nl/mandataris/10280-stephane-moreau.php (geraadpleegd op 27 oktober 2017)

[2] LA LIBRE, Commission Publifin: Stéphane Moreau confirme une rémunération annuelle proche de 1 million d’euros [online], http://www.lalibre.be/actu/belgique/commission-publifin-stephane-moreau-confirme-une-remuneration-annuelle-proche-de-1-million-d-euros-58c268e8cd705cd98ddb5d97 (geraadpleegd op 9 november 2017).

[3] WECITIZENS, Wie zijn de populairste politici?, Laatste overwegingen, http://www.wecitizens.be/nl/populairste-politici/ (geraadpleegd op 9 november 2017)

[4] LA LIBRE, Clerfayt: “L’accord préélectoral PS-FDF a existé” [online], http://www.lalibre.be/actu/politique-belge/clerfayt-l-accord-preelectoral-ps-fdf-a-existe-54eb58f235700d7522bf00c9 (geraadpleegd op 27 oktober 2017)

[5] waaronder de Politieke Databank: www.politiciansonline.be

[6] http://www.wecitizens.be/newsletter/dipp16-pers/

[7] WECITIZENS, De techniek ten dienste van de democratie ; http://www.wecitizens.be/nieuwsbrief/N015-170220-Elegio.pdf

Catalonië: het zelfbeschikkingsrecht voor volken in vraag

Geplaatst op in Een betere werking van de democratie, Non classé, Referendum op volksinitiatief.

Aan wie behoort Catalonië toe? Aan de Spanjaarden of aan de Catalanen? Het beginsel van zelfbeschikking voor volken is in meerdere internationale verdragen van de Verenigde Naties opgenomen. In de praktijk bestaat er geen enkele procedure voor de afscheiding van een bestaand land. Veel volken die in landen zijn ingesloten waar zij een minderheid vormen, worden aan een behandeling onderworpen die voor de 21ste eeuw onwaardig is. Zo moeilijk het voor slaven was om de mensenrechten te doen gelden, zo hebben staatlozen over de hele wereld zwaar te lijden. Als de Spanjaarden een afscheidingsprocedure ontwikkelen, kunnen zij een nieuw tijdperk inluiden.
 

In dit artikel wordt geen partij gekozen voor of tegen de onafhankelijkheid van een volk, maar worden enkele overwegingen voorgesteld met betrekking tot het democratisch proces voor de uitoefening van het recht op zelfbeschikking.

Op het moment dat we deze regels neerschrijven, zien we een trieste escalatie tussen de regering in Madrid en de Catalaanse autoriteiten. De Spaanse regering dreigt met het recht, de grondwet om de Catalaanse separatisten te neutraliseren. Het recht zou de democratie moeten beschermen. Om die rol te vervullen, moet het recht worden gecorrigeerd wanneer storingen in het systeem tot impasse leiden.

Willen we de onschendbaarheid van het grondgebied verdedigen of de democratische keuze van de mensen die daar wonen? Dat is de vraag die zoveel volken tegenover elkaar plaatst. Zolang het beginsel van zelfbeschikking niet wordt gewaarborgd, kunnen er nog talloze oorlogen uitbreken. De rechtsorde waarbij zelfbeschikking wordt uitgesloten, wordt minder geloofwaardig.
 

Zelfbeschikking voor volken, in theorie

Eenieder geniet een aantal rechten: recht op leven, op een vrije mening en meningsuiting, vrijheid inzake taalgebruik, recht op privé-eigendom, vrijheid van vereniging enz. Als Peter, Jaak en Jan individueel zulke mooie rechten genieten, waarom zouden ze dan geen rechten meer hebben als ze als groep worden beschouwd?

“Het beginsel van zelfbeschikking voor volken, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog werd afgekondigd, werd na de Tweede Wereldoorlog opnieuw bevestigd in het Handvest van de Verenigde Naties (VN) van 1945 waarin onder meer “de doelstellingen van de Verenigde Naties” werden vermeld, namelijk “het ontwikkelen van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties die zijn gegrond op eerbied voor het beginsel van gelijke rechten en van zelfbeschikking voor volken” (artikel 1, lid 2). De Verenigde Naties paste het beginsel evenwel niet toe omdat de overeenkomsten tussen de bondgenoten primeerden.

Ook vandaag verloopt de tenuitvoerlegging van dat beginsel niet zonder problemen, want geen enkele tekst definieert het begrip “volk” duidelijk, zodat zowel de bestaande staten als de voorstanders van lokale zelfbeschikking zich kunnen tegenspreken met geldige argumenten. De onafhankelijkheid van Kosovo in 2008 heeft het internationale debat over de toepassing van dat beginsel nieuw leven ingeblazen.”[1]

 

Zelfbeschikking voor volken, in de praktijk

Toen het om de toekenning van onafhankelijkheid aan verafgelegen kolonies ging, bevond de VN zich in een comfortabelere rol. Het Internationaal Gerechtshof heeft verschillende adviezen uitgebracht[2] waarin wordt bevestigd dat de zelfbeschikking voor volken primeert op historische overwegingen betreffende de status van een grondgebied. In de praktijk is er evenwel niets voorzien voor staatlozen, die nochtans een groot aandeel vertegenwoordigen op onze planeet. Om die mensen te verdedigen, werd er een vzw naar Belgisch recht opgericht: International Center of People without State (ICPS).[3]

Gevestigde staten houden vast aan hun prerogatieven. Net zoals het moeilijk was om in een context van slavernij de mensenrechten in te roepen, is het voor staatlozen moeilijk om hun rechten te doen gelden. In de meeste gevallen zijn het evenwel “precaire volken” omdat zij gediscrimineerd of gemarginaliseerd worden. De exodus van de Rohingya om de bloedbaden in Myanmar te ontvluchten, is nog een ander ongelukkig voorval.

Er zijn gewetenloze opportunisten die gemakkelijk naar de tegenpartij overlopen om hun belangen te beschermen. Vladimir Poetin heeft de zelfbeschikking van de inwoners van de Krim verdedigd toen hij daardoor die Oekraïense provincie kon annexeren. Wat doet hij echter met de zelfbeschikking van de Tjetsjenen?

Helaas zijn dingen zelden simpel. De Vlaamse separatisten claimen logischerwijze het zelfbeschikkingsrecht voor volken, maar geldt dat niet voor faciliteitengemeenten? Daar passen zij het “recht van de grond” toe. Sommigen willen de voornoemde faciliteiten op termijn afschaffen.[4] Ze vertellen de Franstaligen in Sint-Genesius-Rode dat laatstgenoemden in Vlaanderen zijn en dat het hun vrij staat te verhuizen als de Vlaamse eentaligheid hun niet bevalt. De Belgische unitaristen zouden kunnen antwoorden: “Jullie zijn in België en als onze grondwet jullie niet aanstaat, dan zijn jullie vrij om te verhuizen”. (Met dezelfde redenering kunnen we de Koerden verzoeken hun republiek op de maan te stichten). Daarop kunnen de Vlaamse separatisten antwoorden dat de Vlamingen een “volk” zijn, wat niet het geval is voor de inwoners van faciliteitengemeenten. Alleen eisen de Franstaligen in faciliteitengemeenten geen onafhankelijkheid, maar een “correctie” van de territoriale afbakening van twee gewesten. Enzovoort.
 

Tegengestelde standpunten met elkaar verzoenen: de gemoedelijke weg

Wie voorbijgaat aan het menselijk legitieme streven naar autonomie van een volk, pleegt geweld dat tot ernstiger geweld kan leiden. We moeten mensen hoop en een perspectief bieden.

Het zou logischer zijn als dat op wereldschaal werd toegepast. De VN verkondigen het zelfbeschikkingsrecht voor volken, maar er ontbreekt een procedure waarop ieder volk ter wereld een beroep zou kunnen doen om onafhankelijkheid te verwerven.

Het lijkt moeilijk te aanvaarden dat de onafhankelijkheid van een volk afhankelijk is van de instemming van de rest van het land. Een dergelijke ordonnantie is onrechtvaardig en leidt tot een groeiende afwijzing bij een democratische bevolking. Prof. Alfred de Zayas herinnert eraan dat zelfbeschikking een grondrecht van volken is waarover een staat niet kan beslissen of ze die al dan niet kan toekennen.[5] Volgens hem moet de nationale wet worden begrepen in het licht van de internationale verdragen, met inbegrip van het volgende beginsel: “Alle volken bezitten zelfbeschikkingsrecht. Uit hoofde van dit recht bepalen zij in alle vrijheid hun politieke status en streven zij vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkeling na.”[6]
 

Bijzondere meerderheid

Daarentegen is het ook niet redelijk om een volk onafhankelijkheid te verlenen als 51 % van de bevolking daar om vraagt. Stel dat er volgend jaar een nieuw referendum wordt georganiseerd en dat 51 % van de bevolking tegen onafhankelijkheid stemt, wat dan? Onafhankelijkheid is zo goed als onomkeerbaar. Voor een dergelijk besluit is het zinvol om een bijzondere meerderheid van ten minste twee derde te eisen. Dat is de meerderheid die in de meeste landen is vereist voor een grondwetswijziging en een afscheiding mag wel zoals een grondwetswijziging worden behandeld.
 

Mogelijke oplossingen voor Spanje

Het Catalaanse statuut bevat al een aantal bepalingen om onafhankelijkheid te verwerven. Voorzover de Catalaanse separatisten niet de vereiste bijzondere meerderheid in het Catalaanse parlement bleken te krijgen, zouden zij een buitenwettelijke beweging hebben in gang gezet. In dit artikel trachten we geen politieke beslissingen te beoordelen.

Door ieder referendum te weigeren, geven de Spaanse autoriteiten de separatisten een argument om – terecht of onterecht – een democratisch tekort te veroordelen. De Spaanse autoriteiten zetten alles in op de parlementsverkiezingen in Catalonië. Wij zijn van mening dat de heer Rajoy er goed aan zou doen het referendum op te nemen als een middel om onafhankelijkheid te bereiken. Die democratische vernieuwing zou als model kunnen dienen voor de rest van de wereld en hoop geven aan honderden miljoenen gefrustreerde burgers over de hele wereld. Bovendien zit er voor de heer Rajoy winst in op alle fronten. Het is immers niet duidelijk of twee derde van de Catalanen de onafhankelijkheid wil.
 

Heeft Europa een rol te spelen?

We kunnen ons niet in een star legalisme hullen. Het zelfbeschikkingsrecht kan niet worden vervangen door de wet van het status-quo. Zelfbeschikking is niet iets wat alleen de koloniën toekomt. Europa is niet immuun voor dergelijke eisen. We kunnen niet beweren dat onze rechtsorde volmaakt is en we ons er gewoon aan moeten houden. Zolang de voorwaarden voor de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht onbepaald zijn noch door de bevolking gekend zijn, moet er de bescheidenheid zijn om de tekortkoming te erkennen. De Europese leiders die het vertrouwen willen herwinnen van een eurosceptische bevolking moeten vooral niet te lang meer wachten met het doorvoeren van hun democratische maatregelen.
 
Jean-Paul Pinon, 21 oktober 2017 (bewerkt op 20 november 2017)

 
 

[1] Wikipedia, « Droit des peuples à disposer d’eux-mêmes ».

[2] Zie bijvoorbeeld het advies van 16 oktober 1975 over de Westelijke Sahara.

[3] www.icpsnet.com

[4] De Vlaamse Volksbeweging spreekt over “het voor ons heilige principe, namelijk dat de faciliteiten een tijdelijk middel zijn om zich in Vlaanderen te kunnen integreren”. Zie bijvoorbeeld pagina 4 van http://www.vvb.org/file?fle=3418&ssn= .

[5] UN independent expert urges Spanish Government to reverse decision on Catalan autonomy, http://www.ohchr.org/EN/NewsEvents/Pages/DisplayNews.aspx?NewsID=22295

[6] Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, artikel 1, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1966121930&table_name=wet

Burgercontrole op het overheidsoptreden

Geplaatst op 25/10/2017 in Een betere werking van de democratie, Non classé.

Noodzakelijkheid

We zien burgers twee houdingen aannemen tegenover herhaalde schandalen zoals Optima (Gent), Kazahgate (Ukkel), Publifin (Luik), PubliPart[1] (Gent), Samusocial (Brussel) enz. Sommigen hebben daaruit de conclusie getrokken dat ‘alle politici corrupt zijn’, hebben de deur dichtgeslagen en zijn daarop hun interesse voor de politiek nog meer verloren. Een kleiner aandeel verenigt zich om het algemeen belang beter te verdedigen. Degenen die de moeite hebben genomen om deze eerste regels te lezen, maken waarschijnlijk geen deel uit van de eerste groep. Met de volgende overwegingen hopen we van hen actievere burgers te maken. Sterker nog, er zal nooit sprake zijn van een gezonde democratie als de burger geen belang stelt in het overheidsoptreden.

 

Officiële controles

Overheidsuitgaven zijn wettelijk geregeld. Zij moeten eerst in een begroting worden opgenomen die de democratische instellingen goedkeuren: parlement, gemeenteraad enz. Vaak moet de overheid een aanbesteding uitschrijven. De goedkeuring van een concrete uitgave, het betalingsbevel en de betaling verlopen volgens gereguleerde procedures, waardoor het uitvoerend orgaan de verantwoordelijkheid op zich kan nemen.

 

Voor iedere uitgave moet de Inspectie van Financiën vooraf toestemming geven. De opdracht van de inspecteurs van financiën is vergelijkbaar met een audit. Zij hebben een tamelijk ruime bevoegdheid inzake de controle van overheidsinkomsten en –uitgaven en worden in het bijzonder aangemoedigd om voorstellen te doen om de financiële toestand van de betrokken administraties (federale regering en gefedereerde entiteiten) te verbeteren[2].

 

Het Rekenhof heeft in de eerste plaats de verantwoordelijkheid om de regelmatigheid van de overheidsrekeningen te beoordelen. Vervolgens ziet het toe op de inzet van de openbare middelen die worden gebruikt door ordonnateurs, overheidsbedrijven en private organisaties die staatssteun ontvangen. Tot slot infromeert het het parlement, de regering en de bevolking over de conformiteit van de rekeningen. De controles van het Rekenhof betreffen de uitgaven en ontvangsten van de federale, gewestelijke en gemeenschapsregeringen alsook de permanente afvaardigingen van de provincies.[3]

 

Officiële controles bieden weliswaar geen algehele oplossingen, mede omdat de scheiding tussen de controleur en de gecontroleerde soms onvoldoende gewaarborgd is.

 

De burgers betalen dus aanzienlijke sommen geld om al die controlemechanismen in stand te houden. We moeten erkennen dat de algemene resultaten daarvan positief zijn. Er zijn evenwel nog altijd te veel afwijkingen die het gevolg zijn van nalatigheid van controleurs of van complexe strategieën om aan de controles te ontsnappen.

 

Straffeloosheid

We wijzen onder andere op twee omstandigheden die straffeloosheid en dus misbruik bevorderen. Ten eerste is er de verwatering van de verantwoordelijkheden. Bij beslissingen zijn meerdere collegiale organen betrokken zodat iedereen zich achter een instelling kan verschuilen; niemand is dus nog voor niets verantwoordelijk. Ten opzichte van individuele politici is de ‘burgerstraf’ onbestaande (of ineffectief). Zolang de partij de politicus dekt, kan hij zich bij de uitoefening van zijn politieke mandaat ernstige nalatigheid, misbruik of onbekwaamheid veroorloven.

 

Een andere factor van straffeloosheid is de discretionaire bevoegdheid van de besluitvormer. Bestuurders zijn geen robots, maar mensen die voortdurend afwegingen maken tussen elkaars belangen. Het is dus mogelijk om binnen de wettelijke vormen misbruik te plegen (en dat kan om een budget van miljarden euro gaan) en tegen iedere gerechtelijke vervolging beschermd te zijn.

 

Paul Meulemans, voormalig commissaris bij de Federale Politie en hoofd van de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie is van mening dat corruptie bij ambtenaren een meerkost van ongeveer 20 % op overheidsopdrachten genereert. In dat geval verliezen de belastingbetalers ongeveer 4 miljard euro per jaar[4], ofwel 1.090 euro per gemiddeld gezin.

 

Hieronder bespreken we de controlemechanismen waarover de burgers beschikken.

 

Alledaagse transparantie via de pers

De menselijke natuur zet mensen ertoe aan het eigenbelang boven het collectieve belang te stellen. Door opvoeding kunnen we die neiging corrigeren door verschillende vormen van altruïstisch of religieus geïnspireerde idealismen door te geven. Politici hebben de plicht om voorrang te geven aan het algemeen belang aangezien de kiezer hen heeft gekozen om dat te doen en aangezien ze worden vergoed om het algemeen belang te dienen.

 

Transparantie fungeert als middel wanneer idealisme en plichtsbesef ontbreken. Transparantie verkleint de afstand tussen het persoonlijke en collectieve belang. Als de mandataris het algemeen belang schaadt, dan is dat immers geweten en kan dat zijn politieke carrière benadelen. Voorzichtig­heidshalve voorkomt de mandataris dan ook misbruik.

 

We stellen vast dat sommige politici zich als gevolg van mediacampagnes gedwongen voelen om ontslag te nemen. Het doet ons plezier dat de pers daarin een regulerende rol speelt, maar het mechanisme is erg zwak. Het kan niet dagelijks worden gebruikt en is alleen van toepassing op gewichtige dossiers. Als u in een wervings- of benoemingsprocedure onrechtvaardig bent behandelt, rekent u maar best niet op de pers om het misbruik aan de kaak te stellen.

 

Bovendien is de straf soms erg licht. De zaak-Donfut is typerend. In mei 2009 trad Didier Donfut af als minister en trok hij zich terug uit de socialistische kiezerslijst. Hij werd er immers van verdacht via een eenmansbedrijf een jaarlijkse vergoeding van 160.000 euro te ontvangen van de intercommunale IGH (Intercommunale de Gaz du Hainaut). Dat had een belangenconflict kunnen vormen met zijn ministeriële functies. Een paar maanden later, op 27 oktober 2009, werd hij evenwel verkozen tot voorzitter van diezelfde organisatie dankzij de steun van de socialistische leden van de raad van bestuur, die de meerderheid vormden.

 

Ombudsman

U kunt gratis terecht bij de ombudsman. De federale of gewestelijke ombudsman zoekt een oplossing voor uw probleem in samenspraak met de administratie. Als uw klacht gegrond is, probeert hij de administratie ervan te overtuigen om de situatie recht te zetten zodat het probleem zich niet meer voordoet. Zo draagt uw klacht bij tot een efficiëntere administratie.

 

In 2016 heeft de federale ombudsman 4276 nieuwe klachten en 1732 informatieaanvragen ontvangen.[5] We vrezen dat veel burgers geen klacht indienen uit angst voor vergelding. Natuurlijk werkt het systeem beter als mensen moedig voor hun rechten opkomen.

 

Rechtvaardigheid

Ambtenaren moeten[6] bij de procureur des Konings de wanbedrijven en misdaden aangeven waarvan zij kennis hebben bij de uitoefening van hun ambt. Een soortgelijke verplichting geldt voor personen die getuige zijn van een aanslag op de openbare veiligheid of op het leven of eigendom van een individu.[7]

 

België heeft zich wel uitgerust om meldingen van sociale fraude te ontvangen[8], maar is luier als het op het opsporen van corruptie in overheidsdiensten aankomt.

 

Zoals hierboven vermeld, worden veel gevallen van misbruik niet vervolgd. Ofwel is dat omdat de discretionaire bevoegdheid waarover iedere besluitvormer beschikt, wordt misbruikt ofwel omdat het gerecht geen toegang heeft tot voldoende bewijsmateriaal. Bovendien worden veel aanklachten wegens gebrek aan middelen zonder gevolg geklasseerd.

 

Voor het indienen van een klacht duiken er twee obstakels op: de looptijd en de kosten. Stel dat een bedrijf ten onrechte van een overheidsopdracht wordt uitgesloten en failliet gaat door een gebrek aan bestellingen. Zes jaar later stelt de rechter hem in het gelijk, waar is dan de rechtvaardigheid? Wat de kosten betreft, zal hij worden bemoedigd door de verhaalbaarheid van de kosten en de honoraria van de advocaat waarbij de verliezer van de rechtszaak de winnaar een bedrag moet terugbetalen dat grotendeels de kosten dekt die de winnaar zelf aan zijn advocaat heeft moeten betalen.

 

Klokkenluider

De aanklacht wordt te goeder trouw en met goede bedoelingen ingediend: ze beoogt een situatie, een bedreiging voor het algemeen welzijn, het openbaar of het algemeen belang. Verraad is daarentegen geïnspireerd door hebzucht, haat of minachting.

 

De klokkenluider wordt vaak in verband gebracht met een aanpak die verder gaat dan de klacht bij de bemiddelaar of de procureur des Konings. Uiteindelijk, nadat hij tevergeefs heeft geprobeerd om een reactie te krijgen via officiële instanties, richt hij zich met zijn probleem tot een vereniging of een mediakanaal, soms tegen het advies van zijn superieuren. Vaak overtreedt de klokkenluider een geheimhoudingsplicht. Hij acht het noodzakelijk dat misdrijf te plegen om aan een veel ernstiger misbruik een einde te maken.

 

Toegang tot informatie

Burgers zijn zich niet altijd van hun rechten bewust om administratieve dossiers te raadplegen. De keerzijde van de medaille is dat administraties weigeren toegang te verlenen terwijl de burger die wel wettig opeist. Om te voorkomen dat de burger stelselmatig het slachtoffer wordt van een ongunstig machtsevenwicht, heeft de Franse vereniging Transparencia haar activiteiten in België opgestart. De burger stelt zijn vraag aan de overheidsinstelling via het internetplatform van Transparencia. Iedereen kan zien welke instellingen weigeren te antwoorden.

We zouden Transparencia als een democratisering van de parlementaire vraag kunnen beschouwen. Niettemin geldt administratieve transparantie van bestuurshandelingen alleen voor het verleden. De Politieke Databank biedt een oplossing om de politici over hun toekomstige plannen te bevragen.

 

Politieke Databank

We hebben gezien dat de pers een vorm van sociale controle teweegbrengt. Evenwel schrijft de pers vaak in een te geladen context of gaat ze overhaast te werk. De Politieke Databank van WijBurgers is een extra informatiekanaal. De gestructureerde informatie van de persoonlijke profielen kan worden aangevuld met hyperlinks naar artikels waarin het gedrag van politici bij specifieke gebeurtenissen worden beschreven. Individuele burgers en burgerbewegingen kunnen het initiatief tot ‘peilingen van de politiek’ nemen, d.w.z. (gesloten) vragen stellen aan betrokken politici.

 

Interpellatierecht

De burger mag de vergaderingen van de gemeenteraad bijwonen en daarop ook een vraag stellen.

 

Besluit

De menselijke aard maakt dat de controle op politici altijd noodzakelijk zal zijn. Er is altijd ruimte tot verbetering van de controles. Waaraan het misschien wel het meeste ontbreekt, zijn het verantwoordelijkheidsgevoel en de moed van degenen die controleren. Beste lezer, de controleur bent u in eerste instantie. Transparencia en WijBurgers zijn twee voorbeelden van burgers die de krachten bundelen om het algemeen belang te behartigen. Hun slagkracht is afhankelijk van de steun van het volk, met inbegrip van financiële ondersteuning.

 

Jean-Paul Pinon, 20 oktober 2017

 

[1] http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170212_02726024: Dit moet u weten over het Vlaamse ‘PubliPart-schandaal’, Nieuwsblad, 13/2/2017

[2] Didier Batselé, Tony Mortier, Martine Scarcez, Manuel de droit administratif, no 965

[3] https://fr.wikipedia.org/wiki/Cour_des_comptes_(Belgique)

[4] De Morgen, 5 februari 2016, Corrupte ambtenaren kosten elk jaar 4 miljard euro

[5] Jaarverslag 2016 van de federale Ombudsman, p.144.

[6] Wetboek van Strafvordering, art. 29 en 30.

[7] Christine Guillain, 6 januari 2012, La portée et les limites de la dénonciation en matière pénale (in: Justice en ligne)

[8] Het Meldpunt voor Eerlijke Concurrentie gaat uit van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD): https://www.meldpuntsocialefraude.belgie.be.

Militairen in de straat: boter aan de galg?

Geplaatst op 31/05/2017 in Non classé.

Sommige burgers denken dat het leger in vredestijd niets doet en dat het dus goed is om het een ‘productieve’ taak toe te wijzen in de verdediging tegen terrorisme. De militairen protesteren dat het om een vals ‘goed idee’ gaat. Anderen zijn van mening dat een verlengde inzet van onze militairen in een operatie Homeland maar weinig doeltreffend is en nog minder rendabel.  In fundamentelere zin roept de doelmatigheid van een massale inzet van politie vragen op. Zeker wanneer we de kostprijs ervan vergelijken met andere middelen om terrorisme te bestrijden zoals de staatsveiligheid. Bovendien stellen we vast dat de rolverwarring tussen Politie en Defensie ergernis bij het personeel als gevolg heeft.

De politieke verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging ervan is voor rekening van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, de heer Jan Jambon alsook van de minister van Defensie, de heer Steven Vandeput, betreffende de inzet van de militairen.

 

De inzet van het leger

De aanwezigheid van soldaten in de straten is zeldzaam in die zin dat het afwijkt van de gebruikelijke normen in onze maatschappij. Die eenvoudige vaststelling is zeker geen afdoende argument om de stedelijke antiterreuracties van de militairen in vraag te stellen.

Op 15 en 16 januari 2015 heeft de federale politie een terreurcel in Verviers ontmaskerd. Zij was de laatste voorbereidingen aan het treffen voor terroristische aanslagen op het hele Belgische grondgebied.

Rekening houdende met de kans op nieuwe aanslagen namen de beleidsverantwoordelijken de terreurdreiging zeer ernstig. Op 17 januari 2015 beval de regering de onmiddellijke inzet van 300 soldaten om terreurgevoelige plaatsen te beveiligen.

Operatie Vigilant Guardian (OVG), oorspronkelijk operatie Homeland genaamd, dient momenteel nog ter bescherming van drukbezochte publieke plaatsen (stations, winkelcentra, pleinen …), eredienstplaatsen, openbaar vervoer (metro’s, treinen, stations, luchthavens …), overheidsinstellingen (Europese instellingen, ambassades, parlementen …), scholen, universiteiten, ziekenhuizen, havens, kerncentrales, grenzen enzovoort.

De inzet op het terrein van de Politie of het leger wordt in functie van het vastgestelde risiconiveau aangepast. Vanaf niveau 3 is de politiële aanwezigheid verhoogd en zijn de militairen op straat verschenen.

Na de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 in Brussels Airport en in het metrostation Maalbeek is de waakzaamheid nog verhoogd en zijn er nog bijkomende maatregelen genomen. De regering heeft besloten om opnieuw een beroep op Defensie te doen om extra sites te helpen beschermen waarvan het OCAD het dreigingsniveau had opgetrokken. Het gaat dan in het bijzonder om luchthavens, de haven van Antwerpen, treinstations en de metro van Brussel.

Naast OVG heeft de regering beslist om vanaf 18 maart 2016, en voor onbepaalde duur, haar toevlucht te nemen tot Defensie om de kerninstallaties tegen mogelijke terroristische aanslagen te beschermen. Operatie Spring Guardian (OSG) bestaat erin ongeveer 140 militairen ter ondersteuning van de politie in te zetten. Dat dispositief van Defensie vervangt het bestaande veiligheidsstelsel niet, maar vervolledigt het.  Het heeft ook een ontradend effect. De militairen kunnen in de interne perimeter ingrijpen om een site te beschermen.

Van 9 mei tot 21 juni 2016 tot slot zorgde de staking van de bewakers ervoor dat gevangenen niet meer in hun primaire behoeften konden voldoen, wat een dramatische situatie in de gevangenissen creëerde. Nadat de politie had geweigerd om nog tussen te komen, hebben de militairen op verzoek van de regering zelfs humanitair geïntervenieerd. In de Operatie Central Guardian (OCG) werden 180 militairen van hun OVG-opdracht afgehouden om de drie grootste gevangenissen van Brussel te beveiligen.

 

Een pr-actie

In tegenstelling tot de gebruikelijke opdrachten van het leger wordt OVG gekenmerkt door een rechtstreeks contact van het leger met de bevolking. Dat levert een toegenomen zichtbaarheid in de openbare omgeving op. Defensie gaf daarom specifieke instructies aan de militairen over hun onberispelijke houding en kledij. De militairen in OVG profileren zich zo als ambassadeurs van de waarden van Defensie in wat ging lijken op een pr-actie.

Zo is het erfelijke antimilitarisme van de Belgen veranderd in een positieve perceptie van Defensie bij 81% van de bevolking die zich er voorheen amper voor interesseerde. Bovendien is 65 % voor het behoud van de soldaten in de straat.  Helaas is die positieve mening uit een scheefgetrokken logica ontstaan.

Laten we even de uitzonderlijke behoefte aannemen waarbij voor een beperkte periode van toegespitste crisis militairen op straat aanwezig zijn. De enige duurzame uitzondering moet de bescherming van de externe perimeter van kritieke installaties zijn (energiedistributeurs, kerncentrales, pijpleidingen, industriegebieden) die meer met de core business van de militairen overeenstemt.

Defensie kan wel terrorisme bestrijden door aan buitenlandse operaties deel te nemen waarbij een troepenmacht ten aanval gaat tegen opleidings-, logistieke – en commandobases van jihadisten (Daesh, Al Nostra, Al Qaeda …) zoals in Irak en Syrië.

 

De regels voor inzet en de motivatie van onze militairen

De militairen bevinden zich in statische opdrachten of patrouilleren in de straten zonder initiatief te kunnen aangaan en zijn zo hun motivatie verloren.

De regels voor inzet laten hun geen bewegingsruimte. Het is de Politie die de steun van Defensie inroept voor de verdediging van gevoelige plaatsen. Militairen die niet worden vergezeld, moeten over een rechtstreeks communicatiemiddel met de Politie beschikken. Als een militair dus getuige is van een misdaad zoals een verkrachting, een diefstal of agressie, dan moet hij onmiddellijk de Politie oproepen. De enige uitzondering is het geval van de wettige zelfverdediging.

In bepaalde omstandigheden moeten de soldaten zich terugtrekken. Zij moeten bijvoorbeeld hun opdracht van de binnenzijde van een beschermd gebouw vervullen als er een betoging op straat is. Alleen is de bescherming van een gebouw aan de binnenzijde tactisch gezien niet aangewezen.

In de loop der tijd uiten de militairen hun ergernis om de volgende redenen:

  • Hun opdrachten zijn lang en monotoon, hun overuren zijn legio en onmogelijk te recupereren en talrijke verlofdagen zijn geschrapt.
  • Vierentwintig uur per dag hebben ze dienst, na hun pauze gaan ze niet naar huis alvorens naar hun kazerne terug te keren.
  • Na hun terugkeer van een externe opdracht, krijgen ze vaak maar enkele dagen rust, voordat ze een maand in OVG gaan presteren.
  • Ze voelen zich altijd maar minder nuttig.

Ergernis heeft een negatieve impact op het gezinsleven. Er worden steeds meer relatieproblemen bij onze militairen vastgesteld. Die demotivatie en demoralisatie bij de soldaten bemoeilijkt de werving van jongeren ondanks de financiële aantrekkingskracht van de opdracht.

 

Operationele moeilijkheden van de opdrachten

In 2016 werden 12.000 militairen minstens een keer voor OVG ingezet. Op het einde van het jaar kwamen de 1.828 ‘straatsoldaten’ uit een kader van 3 tot 4.000 militairen uit een moeë Landcomponent. In oktober 2016 waren op een gegeven moment 2.000 Belgische militairen ingezet. Op sommige momenten werden zelfs instructeurs en logistici gemobiliseerd.

Hoewel de regering op 29 oktober 2016 besliste om het aantal progressief terug te schroeven naar 1.250, met een reserve van 150 man, is het duidelijk dat de buitenlandse operaties feitelijk niet meer prioritair zijn. OVG zet de normale planning van de maneuvers en trainingen op het spel. Die zijn niettemin noodzakelijk voor de knowhow van de militairen en voor hun inzet in buitenlandse operaties. Zelfs als Defensie een maximum aan inspanningen levert om de trainingen voor de eenheden te handhaven, dan nog zijn sinds de aanslagen daadwerkelijk meer dan 80 % van de maneuvers en trainingen geschrapt, deels ook in het kader van de NAVO en de EU.

Rekening houdende met de moderne oorlogvoering en de steeds geavanceerdere uitrusting moeten de militairen vaardigheden verwerven die ze niet zomaar oppikken. Gelet op hun specialisatie is Defensie van mening dat zij geen effectieve (economisch rendabele) oplossing zijn voor langdurige patrouille- en bewakingsopdrachten.

Tot eind 2016 heeft OVG ongeveer 68 miljoen euro gekost, waarvan 82 % aan personeelskosten en 18 % werkingskosten.

 

Het toekomstige veiligheidskorps

Gelet op het gebrek aan middelen bij zowel Politie als Defensie, besloot de regering in december 2015 al om een DBB (Directie Bewaking en Bescherming) op te richten met 1.660 personeelsleden. De nadere regels voor de aanwerving van die agenten zijn nog ongekend.

Dat veiligheidskorps zal de volgende taken uitvoeren: de overbrenging van gedetineerden, de bescherming van nucleaire sites en van Brussels Airport, de koninklijke paleizen, het SHAPE en de NAVO, van de nationale instellingen, de kritieke infrastructuren, de veiligheid van politiële operaties alsook van ceremoniekonvooien en de versterking van de lokale politie voor het toezicht op de hoven en rechtbanken.

Het korps, dat in eerste instantie operationeel moest zijn vanaf januari 2017, is nog altijd niet in het leven geroepen omwille van vertragingen door politieke en budgettaire moeilijkheden en de nog ongekende aanwervingsregels. Het gevolg daarvan is dat de regering de militairen voor de rest van de legislatuur op straat zal houden, namelijk tot in 2019.

 

De Rijkswacht opnieuw uitvinden?

De Rijkswacht werd op 1 januari 1992 gedemilitariseerd en verdween ten slotte in 2001 na de oprichting van de geïntegreerde politie. Ze waarborgde met name het antiterreurnetwerk en werkte mee aan de binnenlandse verdediging van het grondgebied. Bijgevolg verstrekte ze een beschermingscapaciteit die aan de uitdagingen van de strijd tegen terrorisme was aangepast door middel van opleiding van haar personeel en de organisatie van haar eenheden.

Ze was een extra troef in de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van de veiligheid. De rol van de Politie is in feite om veiligheidsinterventies op microniveau uit te voeren: binnenlandse veiligheidskwesties (openbare orde en veiligheid) zijn in fundamentele zin een verantwoordelijkheid van de Politie. De rol van Defensie bevindt zich op het macroniveau. De Rijkswacht speelde een tussenrol op mesoniveau. De opdoeking ervan was een fout.

Zelfs als we voor overwegend politieke redenen de Rijkswacht niet terug in leven kunnen roepen, zou het DBB-korps de opleiding, de training en de opdrachten van de vroegere Rijkswacht moeten hervatten.

 

Duits voorbeeld

Op beleidsvlak is Duitsland een interessant voorbeeld. Hoewel het Duitse Grondwettelijk Hof de inzet van het leger in de straten sinds 17 augustus 2012 toestaat “in geval van een uitzonderlijke rampsituatie” en “in laatste instantie” heeft dat land daar tot op heden nog nooit een beroep op gedaan. Ondanks een aantal spanningen heeft de Duitse regering zich daartegen verzet, zelfs bij de aanslagen in München op 22 juli 2016 en op een kerstmarkt op 19 december vorig jaar.

 

Wally Struys, Emeritus hoogleraar bij de KMS, 1 juni 2017.

Een nieuw lid: Democratie.Nu, de beweging voor directe democratie

Geplaatst op in Non classé, Referendum op volksinitiatief.

Politici zijn er om de belangen van de burger te behartigen. Er bestaan echter conflicten tussen de belangen van de burger, en de persoonlijke en collectieve belangen van de machtvoerders. Om deze conflictsituatie weg te werken, streeft Democratie.Nu voor de invoering van directe democratie. De meest voor de hand liggende vorm is de volksraadpleging. Maar Democratie.Nu wil een meer verregaande politieke omwenteling, inclusief een parlement met gelote burgers, en de rechtstreekse verkiezing van de uitvoerende macht. Wij mochten projectleider David Joëts interviewen.
 

Mijnheer Joëts, welke problemen wilt Democratie.Nu verhelpen?

Momenteel leven wij in een indirecte vertegenwoordigende ‘democratie’ met bitter weinig inspraakmogelijkheden voor de burgers. Wij leven niet – in tegenstelling van wat men doorgaans beweert – in een democratie, maar in een particratie.
 

Zestig jaar geleden was de burger veilig ingebed in de maatschappelijke zuilen. Hij dacht over de meeste zaken min of meer hetzelfde als zijn zuilgenoten. Op alle gebieden beschikte deze zuil over massaorganisaties die de individuele burger inbonden en het gezamenlijke groepsstandpunt uitdroegen, van vakbonden en kerken tot media en politieke partijen. De burger had vertrouwen in deze organisaties en voelde zich door hen vertegenwoordigd. Hij had weinig behoefte om zijn oordeel individueel te ontwikkelen.

 

Vanaf de jaren ’60 veranderde dit. Sindsdien zijn mensen zich in de eerste plaats als individu gaan ervaren en niet meer als groepswezen. Men heeft behoefte om zelf op individuele gronden standpunten over van alles en nog wat in te nemen, los van de ideologische, aan de voormalige zuilen gebonden sjablonen. Bovendien ervaren burgers het in toenemende mate als onvoldoende om hun stem af te geven aan volksvertegenwoordigers en zelf vier jaar lang niet mee te mogen praten. Men wil zelf meebeslissen.

 

Deze situatie vraagt om nieuwe politieke structuren, om een nieuwe invulling van het begrip democratie. In feite komt het erop aan om serieus werk te maken van de gelijkheid die het basisprincipe is voor het politieke en rechtsleven.

 

Wat is de visie van Democratie.Nu ?

Het oprichten van een nieuwe partij is voor Democratie.Nu géén oplossing, want ‘het systeem’ op zich is problematisch.

Zolang het volk niet zélf voor of tegen concrete wetten en wetsvoorstellen kan stemmen – zolang het volk niet over een wetgevende bevoegdheid beschikt en zolang er geen volkssoevereiniteit is – verandert er wezenlijk weinig. We vechten dan tegen de gevolgen en de symptomen; niet tegen de oorzaak.

Dit is ontnuchterend: mensen gaan met de beste bedoelingen de straat op en betogen tegen climate change, het gevoerde asielbeleid of tegen de aankoop van gevechtsvliegtuigen.

Hierdoor worden mensen evenwel afgeleid van het échte probleem en versplintert het maatschappelijke verzet. Alles begint met besef van gebrek aan democratie.

Ligt dé sleutel tot het oplossen van vrijwel alle maatschappelijke problemen nu nét niet in de invoering van de volkssoevereiniteit?

 

Misschien even dieper ingaan op het begrip volkssoevereiniteit ?

Democratie betekent letterlijk ‘volksheerschappij’. In een democratie wordt geen autoriteit boven de bevolking erkend; het volk is soeverein. De wetten hebben in een democratie autoriteit omdat degenen die de wetten moeten gehoorzamen, deze wetten op één of andere manier hebben goedgekeurd. Dit is door de Franse filosoof Rousseau verwoord als het ‘sociaal contract’: wetten zijn legitiem omdat het vrije afspraken zijn tussen gelijkwaardige en mondige burgers, die samen de rechtsgemeenschap vormen.

 

In een representatief stelsel als het onze is de volkssoevereiniteit echter niet gewaarborgd. Burgers kunnen niet anders dan eens in de vier jaar hun medebeslissingsrecht afdragen aan een klein groepje volksvertegenwoordigers, die vervolgens een monopolie op het beslissingsrecht hebben. Hierdoor kunnen structureel wetten tot stand komen die niet door de meerderheid gedragen worden. De bevolking kan weliswaar de verkozenen bij een volgende stembeurt niet herkiezen, maar ze kan met geen wettig middel voorkomen dat er besluiten worden genomen die de meerderheid van de burgers niet wil.

 

Om het representatieve stelsel toch democratisch te kunnen noemen, word er een beroep gedaan op de fictie van het ‘mandaat’. Burgers zouden in verkiezingen een mandaat geven aan het parlement. Dit is schijn, omdat het mandaat in feite afgedwongen is. Er wordt immers nooit aan burgers gevraagd òf zij wel willen mandateren, en zo ja onder welke voorwaarden.

 

Wat is uw strategie ?

Democratie.Nu wil de invoer van de volkssoevereiniteit realiseren via een ‘drievoudig pad’.

 

PISTE 1. Invoering van het Bindende Referendum Op Volksinitiatief (BROV)

Hiermee kan de bevolking rechtstreeks wetgevend werk verrichten, ook tégen de wil van de politici in. Met referenda kunnen burgers bovendien zélf dossiers en wetsvoorstellen op de politieke agenda plaatsen.
 

PISTE 2. Samenstelling van het parlement door gelote burgers

In Frankrijk vind je een website met als titel: “Het behoort niet tot de mensen aan de macht om de grenzen van hun eigen bevoegdheden te bepalen. Wij willen een democratische, dus gelote, grondwetgevende vergadering.”

 

Democratie.Nu ambieert een grondige politieke hervorming, waarbij het voorbereidende wetgevende werk door gelote burgers wordt verricht en niet langer door een parlement van beroepspolitici. Daarna kan een wetsvoorstel aan het volk worden voorgelegd middels een referendum.

 

PISTE 3. De rechtstreekse verkiezing van de uitvoerende macht (= burgermeester, ministers, regering)

Enkel en alleen wanneer de kiezers zélf over de samenstelling van de regering kunnen beslissen, wordt de particratie ontmanteld.

 

Dit zijn ambitieuze doelstellingen. Zijn ze realistisch?

Wij gaan progressief te werk. Voor de invoering van het BROV voorzien we tussenstappen.

Stap 1: het opwaarderen van het petitierecht. Democratie.Nu richtte voor de burger de website petitie.be op.

 

Stap 2: De volgende logische stap bestaat uit het vertrouwd maken van het grote publiek met een ander direct-democratisch instrument, namelijk de gewestelijke volksraadpleging. Democratie.Nu’s meest recente project richt zich op de Gewestelijke Volksraadpleging.

 

Democratie.Nu diende recentelijk zélf een burgervriendelijk uitvoeringsdecreet in bij het Vlaamse parlement. Omdat Democratie.Nu’s voorstel werd afgewezen, wil de burgerbeweging verder druk uitoefenen via een petitie. Teken de petitie Vlaamse Referenda, Nu!

 

Stap 3: Het Bindende Referendum Op Volksinitiatief (BROV) afdwingen. Dit is mogelijk, mits een eenvoudige aanpassing (Art. 33) van de grondwet.  Democratie.Nu streeft hiernaar binnen een termijn van vijf à tien jaar.

 

Welke acties voert u?

Democratie.Nu stelt concrete aanbevelingen voor bestuurlijke vernieuwing voor.

Democratie.Nu gaat geregeld in gesprek met politici. Onlangs nog formuleerde Democratie.Nu een omstandige kritiek op de conceptnota ‘Burgerparticipatie’ van Vlaams parlementslid uit de bestuursmeerderheid Willem-Frederik Schiltz (Open VLD).

 

Op 28 oktober 2016 lanceerde de Vlaamse overheid haar Groenboek Bestuur. Met dit Groenboek doet ze 30 voorstellen over hoe een vernieuwende overheid er in de toekomst zou kunnen uitzien en waar deze prioritair moet op inzetten. Hiervoor werden er ook een aantal commissies opgericht.

 

Hoewel de overheid elke burger, organisatie, vereniging en medewerker de kans wil bieden om actief mee na te denken over een vernieuwende Vlaamse overheid, bleek Democratie.Nu niet gewenst op één van de commissiehoorzittingen.

 

Richt u zich ook tot de gewone burger?

Democratie.Nu informeert en sensibiliseert het grote publiek via workshops, minicongressen en voordrachten. Onze vereniging is Nederladstalig, en dus hoofdzakelijk actief in Vlaanderen.

Het standaardwerk “Directe democratie” van Democratie.Nu is vertaald in negen andere talen.

Democratie.Nu houdt wekelijks (op dinsdagavond om 20.30h – 21.30h) een teleconferentie waar toekomstige (vervolg)acties worden besproken. Alle suggesties en vruchtbare pistes zijn hierbij welkom. Denkt u graag mee? Een pc en een stabiele internetverbinding volstaan om deel te nemen.

Waar komen uw middelen vandaan?

Democratie.Nu is een onafhankelijke en niet-gesubsidieerde vereniging met als ultieme taak het invoeren van de democratie in Vlaanderen en in België.

 

Democratie.Nu moet dringend professionaliseren en dat kan niet zonder helpende handjes of de nodige financiële injecties. Uw financiële steun is onontbeerlijk. Een gift voor Democratie.Nu is een cadeau voor uzelf, uw kinderen en uw medemens.

Brussel, 1 juli 2017.

Regels om de vragenlijst van een kieswijzer op te stellen

Geplaatst op 23/04/2017 in Non classé.

Algemene kenmerken van vragenlijsten

  1. De vragen moeten gesloten zijn. In plaats van onder de vorm van vragen onder de vorm van beweringen formuleren. Wat wij de ‘vragenlijst’ noemen, is dan een lijst van standpunten.
  2. De vragenlijst moet het de kiezers voornamelijk mogelijk maken om het politiek profiel van de kandidaten te achterhalen. Het is beter op inhoudelijke kwesties in te spelen, zoals maatschappelijke keuzes, dan technische kwesties over de uitvoering van die keuzes aan te snijden.
  3. Het is overbodig om vragen te stellen waarover een brede consensus bestaat. De vragenlijsten die aan de kandidaten worden voorgelegd, zijn langer dan de uiteindelijke vragenlijsten. Zo wordt een marge voorzien om vragen te verwijderen waarover de kandidaten niet (voldoende) verschillen.
  4. Iedere vraag (standpunt) kan maar één betekenis hebben. Samengestelde vragen of vragen waarbij meer dan een parameter is betrokken, zijn niet toegelaten.

 

Aantal en keuze van de vragen

WijBurgers inspireert zich logischerwijze op bestaande vragenlijsten en op de partijprogramma’s.

Indien de vragenlijst meer dan 20 vragen bevat, wordt de gebruiker de mogelijkheid geboden om de lengte ervan te beperken. Er zijn twee mogelijkheden: Ofwel geven we de keuze tussen een korte en een lange vragenlijst.

Ofwel rangschikken we de vragen per thema en geven we de gebruiker de mogelijkheid om de thema’s te selecteren waarrond hij wil werken.

 

Evenwicht tussen de thema’s

Hoe meer vragen er over een thema zijn, hoe meer dat thema gewicht zal hebben in het matchingsproces.

Iedere vraag wordt aan een of meerdere posten toegewezen. We hanteren de volgende opsplitsing:

  1. welzijn
  2. economie
  3. duurzame ontwikkeling
  4. openbaar beheer
  5. externe zaken
  6. maatschappij

WijBurgers kan de statistiek verstrekken van hoe de vragen over de posten zijn verdeeld.

 

Neutraliteit

De vragenlijst moet zodanig worden opgesteld dat de neutraliteit van de auteur niet in het geding komt.

Ieder standpunt wordt als een weerspiegeling van een these gekenmerkt:

  • links, rechts, om het even
  • progressief, conservatief, om het even

WijBurgers ziet toe op een evenwicht tussen die trends.

We vermijden ook ieder teken (kleur in het design, enz.) dat partijdig zou kunnen overkomen.

 

Redactie van de toelichtingen voor iedere vraag (optie)

Een goede toelichting bevat in minder dan 20 lijnen:

  • de omschrijving van de termen;
  • de huidige situatie (samenvatting van de wet, reglementering enz.), de context;
  • de inzet (bij voorkeur becijferd);
  • de (parlementaire of andere) voorgeschiedenis van de kwestie;
  • argumenten voor en tegen het standpunt;
  • eventueel links naar artikels die een aanvullende synthese bieden (ofwel een feitelijk artikel zoals een ministeriële website ofwel twee artikels met tegengestelde meningen).

 

Ontwikkelingssamenwerking: tijd om solidariteit te tonen

Geplaatst op 14/04/2017 in Doelmatig overheidsbeheer, Non classé.

In vijf jaar tijd heeft de federale regering het budget ontwikkelingssamenwerking, dat in % van het bni wordt uitgedrukt, met een derde verminderd. Daarnaast bevoorrecht ze de officiële hulp terwijl het algemeen bekend is dat een belangrijk deel van die hulp van de doelstelling wordt afgeleid. De heer Daniel Turiel, gedelegeerd bestuurder bij de ngo ACTEC, toont de uitmuntende resultaten van de beroepsopleiding en het microkrediet.
&nbsp

Mijnheer Turiel, wat betekent ontwikkeling voor u concreet?

Het begrip ontwikkeling omvat veel facetten van het leven van mensen en volkeren. Het concept ontwikkeling heeft immers zelf in de loop van de geschiedenis een hele evolutie gekend. Tijdens de Verlichting werd ontwikkeling als een vooruitgang gezien die lineair en onomkeerbaar bleek. De verschillende oorlogen en economische crisissen hebben de beperkingen van de begrippen vooruitgang en ontwikkeling betoond. De beperkingen worden des te duidelijker in een multiculturele context waarin het westerse model niet noodzakelijkerwijs wordt aanvaard.

Volgens onze opvatting komt ontwikkeling de persoon en de waardigheid van iedere persoon ten goede in zowel de noordelijke als de zuidelijke landen. Een land is ‘ontwikkelder’ wanneer het iedere burger de mogelijkheid biedt om zijn talenten te ontwikkelen; voor zijn zelfontplooiing en ten dienste van de samenleving. Mensen kunnen hun capaciteiten ontplooien in een ‘ontwikkelde’ omgeving: opvoedingssysteem, gezondheid, arbeidskansen, uitoefening van burgerlijke vrijheden, rechtszekerheid enz.

Opvoeding is een essentieel onderdeel dat net toelaat om ieders talenten te ontwikkelen en om maatschappelijke welvaart voor iedereen te garanderen vanuit een sociaal, economisch en cultureel standpunt. Als we de verschillende landen in de wereld bekijken, stellen we moeiteloos vast dat er een bijna perfecte correlatie bestaat tussen het opleidingsniveau en de ontwikkelingsgraad van het land. De gevolgtrekking is duidelijk: de grootste rijkdom van de naties ligt bij opleiding en de talenten van hun inwoners.

 

Wat is de missie van ACTEC?

Onze slogan luidt: “Een beroep voor iedereen”. ACTEC helpt armen in de zuidelijke landen om zich vanuit een beroep te ontwikkelen. ACTEC biedt bijstand die zich op de persoon richt, die met andere woorden de capaciteiten van iedere persoon beklemtoont zodat hij zich vrij een weg  door het leven kan banen. Daartoe zien we opvoeding en beroepsopleiding als twee pijlers van die vrijheid die de mensen de mogelijkheid bieden om zich als verantwoordelijke personen te ontplooien.

 

Hoe zet u uw doelstelling voort?

Onze activiteit bestaat erin opleidingscentra in het leven te roepen die de talenten van arme personen in de zuidelijke landen ontwikkelen opdat zijzelf het kopstuk van hun eigen ontwikkeling worden alsook de spilfiguur van de vooruitgang in hun land.

Als ngo voor ontwikkelingssamenwerking organiseert ACTEC acties in ontwikkelingslanden die ze met giften van particulieren en openbare subsidies financiert. Wij bouwen centra voor de technische vorming van jongeren en volwassenen, stellen ondersteuningsprogramma’s  voor micro-ondernemers op (microkredieten en aangepaste managementcursussen) en richten gespecialiseerde centra op zoals hotelvakscholen, verplegersscholen enz.

Om het voortbestaan van onze projecten te verzekeren, bestaat onze belangrijkste taak erin goede partners in het Zuiden te vinden. Ik leg er zelfs de klemtoon op dat we partners in het Zuiden zoeken die uitmuntend zijn. Kwalitatieve en duurzame projecten in de zuidelijke landen realiseren is immers vaak een zware taak door de inherente moeilijkheden van de situatie:  in gebreke blijvende staten, een gebrek aan lokale capaciteiten, het ontbreken van infrastructuurvoorzieningen, corruptie van de administratieve en beleidsverantwoordelijken, chronische instabiliteit vanuit politiek, maatschappelijk en economisch standpunt …

De personen die onze partnerinstellingen leiden, combineren drie kwaliteiten die niet vaak samen voorkomen: een enorm idealisme, weergaloze talenten en een grote beroepsbekwaamheid.

 

Hoe kiest u het doelpubliek van uw project?

We kiezen personen die aan die activiteiten deelnemen in nauwe samenwerking met onze lokale partners. Onze collega’s in het Zuiden zijn leiders in hun land, ze zijn echte sociale ondernemers. Doordat ze het terrein en de behoeften van de bevolking perfect kennen, identificeren ze de te ondernemen prioritaire acties opdat er een beroepsopleiding wordt aangeboden die aan de lokale context is aangepast. Dankzij ons partnerschap op basis van idealisme, doeltreffendheid en professionalisme hebben onze projecten sinds 30 jaar meer dan 1.100.000 personen rechtstreeks geholpen.

Hun expertise geeft ons de kans om de economische mogelijkheden van de regio en de vraag naar arbeidskrachten van potentiële werkgevers goed te onderzoeken en de reële kansen op een vormingsperiode voor de begunstigden te analyseren. We bevoorrechten acties voor drie specifieke groepen:

  • Jongeren: Ontwikkelingslanden hebben een zeer jonge bevolking die onvoldoende toegang tot een technische opleiding heeft. Ze vertegenwoordigen de toekomst van hun gemeenschappen.
  • Vrouwen: De discriminatie en ongelijkheid die vrouwen ondergaan zijn talrijk in de arme landen. Ze worden op verschillende vlakken uitgebuit, hebben vaak geen toegang tot onderwijs, worden weinig of niet bezoldigd en moeten al te vaak de opvoeding van de kinderen alleen op zich nemen. Een bevredigend beroep is voor hen een krachtig middel voor zelfontplooiing en maatschappelijke emancipatie.
  • Micro-ondernemers.

Wat is uw ervaring met micro-ondernemers?

Ze stemmen overeen met wat we hier zelfstandigen en zaakvoerders noemen. Hun persoonlijk initiatief stelt hen in staat hun eigen tewerkstelling en die voor behoeftigen te ontwikkelen. Ze vormen de structuur van de informele economie waarmee een belangrijk deel van de arme bevolking wordt onderhouden. ACTEC wil de creatieve krachten van die micro-ondernemers de vrije loop laten zodat zij het statuut van ‘bijgestane persoon’ kunnen verruilen voor dat van ‘promotor van de ontwikkeling van de ander’: hun familie, werknemers, klanten.

Onze programma’s leveren uiterst interessante resultaten op: meer inkomsten, betere kwaliteit van de productieactiviteiten, jobcreatie in marginale wijken, succesverhalen onder kansarme bevolkingsgroepen enz. De micro-ondernemers die aan onze opleidingsprogramma’s deelnemen, zien hun verkoop met 50 % toenemen. Het terugbetalingspercentage van onze microkredieten ligt hoger dan 96 %.

 

Wat denkt u over de evolutie van de ontwikkelingssamenwerking van de voorbije jaren?

Verdeling van de uitgaven van de Belgische Staat voor ontwikkelingssamenwerkingDat is een zeer breed gebied met zeer contrastrijke situaties. In Europa domineert de overheid. Ze hanteert drie financieringskanalen: multilaterale organisaties (VN, Wereldbank, Europese Commissie), openbare ontwikkelingsagentschappen (in België, de BTC – Belgische Technische Coöperatie) die bilaterale projecten uitwerken en tot slot de niet-gouvernementele actoren (ngo’s en universiteiten).
Sedert een tiental jaren zijn de overheden geneigd om acties te bevoorrechten die met de regeringen van de begunstigde landen zijn ondernomen. Dat betekent een groeiende inefficiëntie van de samenwerking omdat de overheden van die landen grotendeels disfunctioneel en ondoeltreffend zijn. Daarnaast verduisteren ze vaak de fondsen die op het bestrijden van de armoede zijn gericht.

 

En in België?

Evolutie van het budget ontwikkelingssamenwerking van de Belgische StaatOndanks de goede bedoelingen is de regering er niet in geslaagd om het solidariteitsgevoel van de grote meerderheid van de Belgen in te lossen. Op het moment dat de regering de verbintenis aangaat om 0,7 % van het bni (bruto nationaal inkomen) voor ontwikkelingssamenwerking beschikbaar te stellen, neemt ze maatregelen die ons van die doelstelling afwenden. Daarnaast is het land dat de meeste subsidies krijgt uit het budget ontwikkelingssamenwerking … België zelf! In strijd met het advies van de sector telt de regering immers in de samenwerking met het Zuiden de uitgaven mee die in België voor de zorg van de migranten in ons land worden gedaan. Het is heel nobel om vluchtelingen te verwelkomen, maar experten zijn eensgezind over de noodzakelijkheid om ontwikkelingssamenwerking en de opvang van vluchtelingen budgetair gescheiden te houden. Wetende dat onze levensstandaard 100 keer beter is dan die van de Congolezen en van veel Afrikanen, is dat een teleurstellende ontwikkeling.

 

Waartoe spoort u dan aan?

Het is veel efficiënter om het welslagen van projecten te bevorderen die van het plaatselijke maatschappelijk middenveld uitgaan. Dat maatschappelijk middenveld (verenigingen, universiteiten, ngo’s, religieuze organisaties enz.) biedt betere garanties dat de hulp de werkelijke doelgroepen van onze gezamenlijke inspanning bereikt. Door die strategie wordt het maatschappelijk middenveld in die landen ook bevorderd waardoor die samenlevingen rijker worden en een betere invloed op de vaak disfunctionele en corrupte overheden kunnen uitoefenen. We moeten de hulp aan de betrokken Staten niet opgeven, maar we moeten wel de beperking van die benadering inzien en dus de samenwerking met het maatschappelijk middenveld voortrekken.

14 april 2017

Burgerschapsvorming of maatschappijleer begrijpen

Geplaatst op in Doelmatig overheidsbeheer, Non classé.

Een van de grootste taken van onze opvoeders en dus van de hele maatschappij is om jonge mensen tot verantwoordelijke burgers op te leiden die zich voor het algemeen belang inzetten. De school kan die ambitie niet alleen realiseren. Immigratie, radicalisering, populisme en de opkomst van het extremistische gedachtegoed moeten ons er doen aan herinneren dat er een tekort aan burgerschapsvorming is.  We beginnen met een stand van zaken in Europa en in de Belgische gemeenschappen. We duiden het soort maatregelen aan dat men van de overheid verwacht.

 

Wat verstaat men onder burgerschapsvorming?

Burgerschapsvorming kan worden begrepen als een leerproces voor effectieve deelname aan democratische processen op alle niveaus van de samenleving. Ze bereidt personen op een efficiënte burgerparticipatie voor en is met de rechten en plichten van de burgers verbonden. Burgerschapsvorming heeft als basisprincipes en -waarden transparantie, deelname, reactiviteit, verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid.

 

Voorwaarden voor burgerschapsvorming

Burgerschapsvorming houdt dus een theoretisch leerproces in, alsook praktijkervaring en de verwerving van sociale vaardigheden. Die opvoeding beperkt zich niet tot de school, noch tot de jeugd. De rol van de ouders is cruciaal, met name op het gebied van motivatie. Media, films, boeken, maar ook alle andere bronnen van ideeën zoals denktanks, intergenerationele dialogen en informele ideeënuitwisselingen vormen ons.

In het onderwijs moet er gekozen worden tussen de oprichting van een apart vak of een diffusere aanpak. We spreken daarbij over inschaling omdat de theoretische kennis in verschillende andere vakken kan worden geïntegreerd. We spreken daarbij ook over interdisciplinair of transversaal leren, in het bijzonder voor de sociale vaardigheden die op een coherente manier in alle vakken aan bod komen.

 

De situatie in Europa

In april 2016 heeft de Raad van Europa een nieuw document goedgekeurd waarin de vaardigheden voor democratisch burgerschap en interculturele dialoog staan beschreven. Met die vaardigheden (waarden, houding, vaardigheden, kennis en kritische blik) zijn mensen in staat om zich als actieve burger in democratische en diverse samenlevingen in te zetten en hun slaagkansen in hun actieve leven te verhogen.

Aanbevelingen komen voortdurend terug op de mogelijkheid voor leerlingen om aan de besluitvorming op school deel te nemen; benoemen de open klassfeer, de versterking van de bekwaamheden van de lesgevers en de samenwerking tussen de verschillende, betrokken partners.

Alle Europese landen zijn het er over eens dat burgerschapsvorming op de een of de andere manier deel van het formele leerprogramma moet uitmaken. Nochtans verschillen de voorwaarden tussen de landen beduidend zonder dat van een dominante aanpak sprake is. Burgerschapsvorming kan als een apart vak worden onderwezen (vaak verplicht) of kan in de gebruikelijke vakken worden geïntegreerd (zoals geschiedenis, cultuurwetenschappen, aardrijkskunde, godsdienst of filosofie) en/of kan als een interdisciplinair thema worden opgevat.

In 2005 heeft de Europese Commissie via Eurydice een verregaand onderzoek geleid over de keuzen van de lidstaten. In het lager onderwijs in de meeste landen wordt burgerschapsvorming in andere vakken geïntegreerd of als een interdisciplinair thema behandeld. In het secundair onderwijs daarentegen (in sommige jaren tenminste) had bijna de helft van de Europese landen daarvoor een apart vak opgericht.

Zweden, een van de meest geavanceerde landen, legt een programma van 855 lessen op die over de 9 jaar van het lager onderwijs en het lager secundair onderwijs zijn verspreid. Burgerschapsvorming is er een volwaardig vak en een interdisciplinaire doelstelling.

Lesgevers mogen ngo’s uitnodigen om specifieke conferenties of workshops te geven, maar ze krijgen zelden een budget om hun gastsprekers te vergoeden.

Verschillende landen hebben vormingscentra opgericht zoals Prodemos in Den Haag en Parlamentarium en BelVue in Brussel, om er maar een paar te noemen.

In 2015, heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité het “Europees paspoort voor actief burgerschap” gepubliceerd. Het Comité biedt er snelgidsen, informatiebladen en brochures over alle aspecten van de moderne Europese democratie. Er is een scala aan middelen om burgerparticipatie in het democratische proces te promoten, en een uitgebreide handleiding over het Europees burgerinitiatief (ECI).

 

De situatie in België

In België hebben de drie gemeenschappen een verschillende koers gekozen. In het algemeen kunnen we toch vaststellen dat directeurs en lesgevers van het lager onderwijs een zekere autonomie in het onderwijs hebben. In het geval van burgerschapsvorming heeft zelfs de Franse Gemeenschap een verplicht programma bewust vermeden.

In de Duitstalige Gemeenschap is maatschappijleer (Bürgerkunde) een interdisciplinair thema in lagere scholen en in de middelbare onderwijsprogramma’s is ze geïntegreerd.

 

De situatie in Vlaanderen

In Vlaamse scholen is maatschappijleer geen apart vak, maar is ze in de transversale doelstellingen geïntegreerd (“vakoverschrijdende ontwikkelingsdoelen en eindtermen”). In het secundair onderwijs zijn die doelstellingen in 7 contexten opgedeeld: lichamelijke gezondheid en veiligheid, mentale gezondheid, sociorelationele ontwikkeling, omgeving en duurzame ontwikkeling, politiek-juridische samenleving, socio-economische samenleving, socioculturele samenleving. De vijfde context (politieke-juridische aspect van een democratische samenleving) is in vier thema’s onderverdeeld: actief burgerschap, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de eigenschappen en de werking van een democratie en de Europese en internationale dimensie.

Verscheidene instellingen stellen materiaal samen voor burgerschapsvorming op school, zoals De Kracht Van Je Stem en Studio Globo.

Filosofische en religieuze vakken (2 lessen per week) spelen een belangrijke rol in de verwezenlijking van die horizontale doelstelling in verband met het burgerschap.  Scholen beslissen vrij over de implementatie ervan.

De noden inzake burgerschapsvorming maken deel uit van het debat over de hervorming van het onderwijs dat momenteel in het Vlaams Parlement loopt .

 

Burgerschapsvorming in de scholen van de Franse Gemeenschap

Sinds 2016 krijgen leerlingen van het lager onderwijs lessen filosofie en burgerschap aangeboden. Die lessen worden wettelijk georganiseerd door het “decreet van 22 oktober 2015 betreffende de organisatie van een cursus filosofie en burgerzin en een opvoeding tot filosofie en burgerzin”. Er was gepland om daarmee in 2017 in het secundair onderwijs te starten, maar de voorbereidingen zouden vertraging hebben opgelopen.

In de door de staat gefinancierde scholen hadden de leerlingen eerder de keuze tussen twee uur religie of zedenleer per week. Die levensbeschouwelijke lesuren zijn nu naar een uur per week verminderd. Het vrijgekomen uur wordt nu specifiek aan filosofie en maatschappijleer besteed.

Het ministerie definieert maatschappijleer als “een begrip van de kwesties betreffende het burgerschap en de ontwikkeling van het kritische denken”. Maatschappijleer wordt niet als een eenvoudige overdracht van regels en gedragingen beschouwd: ze is niet meer een klassieke cursus morele opvoeding. Het onderricht steunt op vier pijlers: kritisch denken, zelfkennis, rechtsgelijkheid en sociale en democratische participatie. In plaats van een formeel programma te verstrekken, beveelt het ministerie een aanzienlijke hoeveelheid boeken, dvd’s, didactisch materiaal en tijdschriften aan de lesgevers aan.

 

Onpartijdigheid

Maatschappijleer mag geen eenzijdige politieke tribune zijn. Over het algemeen is de inhoud onpartijdig. Tegelijkertijd ontwikkelen we het kritische denken beter door op reële gevallen te oefenen. Op school kan de leraar geëngageerde gasten uitnodigen om een workshop te leiden, maar daarbij zal hij tijdens de discussies de rol van onpartijdige moderator of van advocaat van de duivel moeten spelen.

We kunnen niet van de leraars verwachten dat ze persoonlijk onpartijdig zijn, als dat al bestaat. Wat er in het officieel onderwijs wel toe doet, is dat we leraars hebben die zich inspannen om zich in hun vak onpartijdig op te stellen. Die vaardigheid kan men leren. Een acteur die persoonlijk atheïst is, kan namelijk op bevredigende wijze de rol van geestelijke in een film spelen. Een rechter mag een politieke mening hebben en zelfs van een partij lid worden.

Naast onpartijdigheid worden er andere kwaliteiten van een lesgever burgerschap verwacht. Zo zal hij zijn passie voor burgerzin gemakkelijker aan zijn publiek kunnen meegeven als hij zelf een betrokken burger is.

De ouders zijn het beste geplaatst om op het evenwicht van het vak burgerschap toe te zien. Zij merken immers de resultaten van dat vak bij hun kinderen. De directie van de school kan dus beter zorgvuldig naar de ouders luisteren, met dien verstande dat de ontvangen adviezen voldoende representatief zijn voor het hele onderwijs en dat het niet om een individueel probleem gaat.

 

Aanbevelingen

Tijdens een symposium dat op 23 maart 2017 werd georganiseerd, heeft IDEA (Institute for Democracy and Electoral Assistance) een groot aantal spelers uit het veld uitgenodigd en heeft het geprobeerd om aanbevelingen omtrent maatschappijleer te doen. Die aanbevelingen worden onder de volgende thema’s gegroepeerd:

  1. actieve deelname
  2. maatregelen om de kwaliteit van de maatschappijleer in scholen te verbeteren
  3. partnerschappen tussen scholen en de civiele samenleving
  4. financiering
  5. de boodschap aantrekkelijk brengen
  6. kennisoverdracht.

Later komen we op die verschillende aspecten terug. Onthoud voorlopig dat burgerschapsvorming een krachtige factor is in de integratie en de sociale samenhang.

 

Brussel, 4 april 2017

 

 

Particitiz: facilitator van de participatie op lokaal niveau

Geplaatst op 23/03/2017 in WijBurgers.

De traditionele vormen van burgerzin zoals de toetreding tot een politieke partij of een syndicaat hebben hun beperkingen inmiddels aangetoond. De maatschappij en in het bijzonder de jongeren die nog niet volledig hebben afgehaakt, vragen nieuwe vormen van participatie. PARTICITIZ is een van de actoren die nieuwe tools uitwerkt en de burgerraadpleging uitprobeert. Een goede omkadering van het proces maakt het de burger mogelijk om aanbevelingen te doen die de beleidsverantwoordelijken gunstig zullen beoordelen.

 

Mijnheer Dimitri Lemaire, u bent een van de directeurs van PARTICITIZ. Met welke problemen krijgt u te maken?

De vzw PARTICITIZ, ‘Participation & Citizenship’ is uit de volgende bevindingen ontstaan: onze representatieve democratieën vertonen hun beperkingen. De burgers zitten steeds minder op een lijn met hun verkozenen en de verkozenen lijken steeds wereldvreemder te worden. De traditionele vormen van burgerparticipatie zoals de toetreding tot een politieke partij, een syndicaat of een vereniging vertonen een gestage vermindering. Desalniettemin bevordert de komst van de sociale netwerken en recenter de civic technology de onderlinge connectie tussen burgers en versterkt het hun wens om door de volksvertegenwoordigers en in het algemeen door de maatschappij gehoord te worden. Dat verklaart de recente ontwikkeling van een groeiende collectieve bewustwording: we moeten de democratie moderniseren door nieuwe instrumenten te implementeren die de deelname, de raadpleging en de co-creatie begunstigen om zo de manier te doen evolueren waarop burgers met hun instellingen en politieke vertegenwoordigers interageren.

 

Wie zijn de oprichters en hoe verwoordt u uw doelstellingen?

PARTICITIZ is in augustus 2015 opgericht door Jean-Michel De Waele, professor politieke wetenschappen en vicerector aan de Université Libre de Bruxelles (ULB) en twee voormalige raadsleden van het Europees Parlement die van de burgerraadpleging bezeten zijn; Bruno Valette en Dimitri Lemaire. De vereniging heeft twee doelstellingen: enerzijds wil ze de burger de politiek laten ervaren en niet ondergaan, wil ze de representatieve democratie doen evolueren naar een interactieve en open democratie om zo de burgers, verkozenen en instellingen te herenigen. Anderzijds wil ze alle actoren die democratische vernieuwing in onze samenleving verlangen, verbinden en verenigen om synergiën tussen hen te creëren.  Een nieuw open en interactief democratisch model zal onvermijdelijk op een alomvattende manier worden gebouwd in samenspraak met de burgers, de ondernemerswereld, het verenigingsleven, de culturele sector, hoogopgeleiden en de Europese, nationale en lokale politieke instellingen.

 

In die interactieve democratie worden de burgers dus opgeroepen om aanbevelingen te doen?

Om de burger de politiek te laten ervaren, organiseert PARTICITIZ processen van burgerparticipatie en burgerraadpleging en dat face-to-face, online of via een combinatie van beide. Die nieuwe participatieve en deliberatieve voorzieningen zijn aan de openbare overheden, politieke vertegenwoordigers en grote verenigingen en federaties voorgesteld. Ze beogen binnen een bepaald tijdsbestek een divers burgerpanel bijeen te brengen om concrete voorstellen over een bepaalde problematiek in overweging te nemen, te bespreken en te formuleren. De nadruk ligt op het debat en niet eenvoudigweg op het vormen en delen van individuele ideeën en oplossingen, gewoonlijk ook wel ‘crowdsourcing’ genoemd. Voor PARTICITIZ is het raadplegende aspect, en dus de ontmoeting, het luisteren en de uitwisseling, uitermate belangrijke in een proces van burgerparticipatie dat politieke aanbevelingen wil doen. Het is ook essentieel dat de burgers op het einde van het panel de voorstellen bij de openbare overheden en de politieke vertegenwoordigers aanbieden. Zo kan de band tussen de politiek en de burger hersteld worden.

 

Nemen minderbedeelde burgers ook deel?

Opdat een burgerpanel zou slagen, moet er een zekere representatieve diversiteit gewaarborgd worden.  Daarom hecht PARTICITIZ heel veel belang aan aselecte werving. Met die manier van werven bereiken we vaak burgers die over het algemeen niet in het verenigings- of politieke leven actief zijn. Binnen bepaalde projecten gebruiken we een combinatie van de aselecte wervingsmethode en die op vrijwillige basis zodat we een representativiteit waarborgen van bepaalde bevolkingscategorieën die we in het bijzonder zouden willen bereiken. Tot slot vergezelt een comité van deskundigen ieder burgerpanel om de besproken thematiek te duiden en te verkennen.

 

Hoe vestigt u uw vereniging binnen het netwerk van burgerorganisaties?

Om alle actoren die democratische vernieuwing in onze samenleving verlangen, te verbinden en te verenigen, wil PARTICITIZ een democratisch innovatieplatform worden dat een uitgebreid netwerk samenbrengt van burgers, hoogopgeleiden, actoren van de Civic Technology, specialisten in de participatieve en deliberatieve voorzieningen en vertegenwoordigers in de sectoren cultuur, onderneming en politiek. Dat platform organiseert ontmoetingen en debatten over de uitdagingen van een democratische vernieuwing. Door die ontmoetingen is het mogelijk om eventuele synergiën te identificeren tussen de verschillende actoren in de samenleving en vaak ook om nieuwe democratische innovatieprojecten op te starten.

 

Hoe werkt PARTICITIZ momenteel?

PARTICITIZ werk momenteel op basis van een voltijds equivalent dat dankzij het commerciëel aanbod van participatieve processen bij verschillende instellingen wordt gefinancierd. PARTICITIZ mag ook op de steun rekenen van een tiental vaste vrijwilligers die aan het merendeel van de projecten deelnemen. Ze zijn lesgevers, professionelen in de conflictbemiddeling, ondernemers of nog studenten, maar allen van de burgerparticipatie bezeten. PARTICITIZ rekent ook op een vaste kern van een dertigtal moderatoren die volgens onze bemiddelingstechnieken voor burgerdebatten zijn opgeleid. Andere vrijwilligers komen regelmatig bij PARTICITIZ langs om onze acties inzake logistiek, techniek en communicatie te steunen.

 

Wat hebt u concreet behaald?

Sinds de oprichting heeft PARTICITIZ meerdere participatieve en deliberatieve voorzieningen uitgewerkt en georganiseerd, waaronder bijvoorbeeld “Climacteurs – 100 voix pour le climat” (Climacteurs – 100 stemmen voor het klimaat) (www.particitiz.org/climacteurs-100-voix-pour-le-climat) of “Canal Citoyen” (www.canalcitoyen.be). Beide projecten hebben elk meerdere tientallen burgers rond een specifiek onderwerp bijeengebracht.

  • Voor “Climacteurs”, een initiatief van Leefmilieu Brussel en de voogdijminister hebben een zestigtal jonge burgers tussen 18 en 30 jaar oud samen en met de aanvankelijke steun van deskundigen, concrete aanbevelingen gedaan om tegen de klimaatverandering te strijden. De gewestelijke minister van leefmilieu heeft die aanbevelingen naar de onderhandelingen van de COP21 meegenomen.
  • Voor “Canal Citoyen” was het een divers panel van inwoners en werknemers uit de Brusselse gemeenten en wijken langs het kanaal die voor een dag zijn samengekomen om rond de sociale samenhang in hun wijken te werken.

PARTICITIZ is ook partner van bepaalde grootschalige Europese projecten. In 2016 was PARTICITIZ partner van EUENGAGE, een onderzoeksproject van de Universiteit van Siena. Gedurende 11 dagen heeft dat project op internet een panel van meerdere honderden Europeanen verzameld die in 10 verschillende talen op Europees niveau over veiligheid, economie en immigratie hebben gedebatteerd.

Het laatste project is momenteel WAM1080, voor ‘We Are Molenbeek’ (www.wam1080.be). Dat project is een gezamenlijk initiatief van de gemeente Molenbeek en PARTICITIZ en is ontstaan in de nasleep van de aanslagen van november 2015 en maart 2016 die de gemeente Molenbeek flink hebben opgeschrikt. 100 gelote bewoners van Molenbeek zijn uitgenodigd om met elkaar in debat te gaan en naar elkaar te luisteren om voorstellen te doen inzake de strijd tegen radicalisme bij jongeren en de toenadering tussen de gemeenschappen die in hun gemeente verwezenlijkt kunnen worden.

Tot slot werkt PARTICITIZ momenteel met een ambitieus project, “Europees festival van democratie en burgerzin”, dat in het voorjaar van 2019 geboren zou moeten worden en dat burgers, onderzoekers, politici, ondernemers en projectdragers rond conferenties, debatten, tentoonstellingen en feestelijkere activiteiten zal samenbrengen.

Dat project, zoals andere die nog op de de tekentafel liggen, vergen menselijke en financiële middelen. PARTICITIZ, dat momenteel alleen over gerichte financiering beschikt, is dus naar structurele financiering op zoek om haar bedenkings- en bewustmakingsacties omtrent de burgerparticipatie uit te voeren alsook om haar projecten te ontwikkelen.

Interview afgenomen door Jean-Paul Pinon op 13 maart 2017.

De toekomstige Politieke Atlas : de transparantietool om politici te keuren

Geplaatst op 17/03/2017 in Non classé.

 

De informatietechnologie blijft ons verbazen. We krijgen antwoorden op vragen die we zelfs nog niet hebben gesteld: commerciële aanbiedingen verschijnen op ons scherm voor specifieke producten die ons interesseren. Daarentegen zijn de ‘catalogi’ in de politiek maar dun en moeilijk te gebruiken. Vertrekkende van de ervaring van de Politieke Databank bereidt WijBurgers de nieuwe Politieke Atlas voor.

 

We bereiden de burger voor op de verkiezingen

Als we willen dat de burger actief aan de politiek deelneemt, moeten we hem werktuigen ter beschikking stellen. Stemming is de enig verplichte deelnamevorm (maar niet de enige deelnamevorm!). We weten al dat het deelnamepercentage aan de verkiezingen geleidelijk vermindert. In België was het percentage in 2014 tot onder de grens van 90 % gedaald. In plaats van hoeveelheid, hebben we daarentegen een kwalitatieve stemming nodig als we het openbaar bestuur willen verbeteren.

 

De selectie van een kandidaat-politicus zou op drie fundamentele criteria gebaseerd moeten zijn: de politieke afstand, de bekwaamheid en de integriteit. Onder de relevante selectiecriteria houden we geen rekening met de aantrekkelijkheid van de campagnefoto, noch met de gekregen spreektijd. In zijn zoektocht mist de burger ergonomisch gereedschap.

 

De kiezer heeft een Politieke Atlas nodig. Dat is een transparantietool die allerlei soorten informatie en functionaliteiten integreert die verspreid zijn op het web: de sites van de parlementen en partijen, Cumuleo, de kieswijzers en de persoonlijke websites van politici. Net zoals Google Wikipedia niet vervangt, zo geeft internet geen synthese waarmee de kandidaat-politici gekeurd kunnen worden. De kieswijzers zijn nuttig, maar ontoereikend om met kennis van zaken te kunnen stemmen. De kieswijzers informeren over uw ideologisch verwantschap met de kandidaten, maar lichten niet in over de twee andere fundamentele selectiecriteria.

 

Werk in uitvoering: de nieuwe Atlas – samenwerking met de UCL

Sinds de verkiezingen van 2014 spant WijBurgers zich in om een beter arbeidskader in het leven te roepen voor de gehaaste kiezer. De Politieke Databank die in 2015 gepubliceerd is, is een soort kruispuntbank van de politiek. Dat is wel maar een stap in de richting van de Politieke Atlas die completer, interactiever, participatiever, ergonomischer en toegankelijker zal zijn.

 

Dankzij de UCL is een grote stap gezet. Krachtens een akkoord tussen WijBurgers en professor Kim Mens hebben de 80 studenten, die in het vak ‘software engineering’ zijn ingeschreven, eind 2016 hun praktijkoefening op de software van WijBurgers kunnen toepassen. De studenten, die in twaalf groepen van zeven waren verdeeld, konden drie van de talrijke projectmodules kiezen.[1] Een lijst van specificaties van meer dan honderd pagina’s gaf hen een goed beeld van de doelstellingen die moesten worden behaald. De heer Jérémy Blampain van de vzw Banlieues begeleidt WijBurgers in de informaticaontwikkelingen. Hij heeft de richtlijnen voor een eenvoudig aanpasbare software aangeleverd. Gedurende 2017 waarborgt hij de inschaling van de werkstukken in het informaticasysteem van WijBurgers. Ondanks het hoogwaardige werk van de studenten, is er nog veel werk voordat de nieuwe functionaliteiten operationeel zullen zijn. WijBurgers zoekt dringend € 9.000 om die werkzaamheden te bekostigen.

 

Inhoud databank

De Atlas verstrekt inlichtingen die al in de Politieke Databank stonden: contactgegevens, een paar persoonlijke gegevens (geslacht, leeftijd, partij, aantal kinderen, overtuigingen), academische, professionele en politieke cv’s, de mandatenlijst, de drie persoonlijke successen, de vier politieke prioriteiten, de laatste electorale scores en het transparantieniveau (berekend op basis van de informatie die in het profiel is aangeboden).

 

De Atlas voegt aan de persoonlijke profielen een aantal nieuwe rubrieken toe: bezoldiging voor de overheidsactiviteit, feiten en cijfers van de parlementaire werkzaamheden, politieke ervaring, aanverwantschap met andere politieke mandatarissen, links naar artikels die de politieke gedraging beschrijven.

 

We stellen de politici gesloten, politieke vragen waarop ze ja of neen antwoorden.  Ze kunnen hun antwoorden becommentariëren. De Atlas voegt nieuwigheden toe. Wanneer een actor zijn antwoord wijzigt of aan een parlementaire stemming deelneemt, bewaart de Atlas daarvan de historiek. Wanneer de bezoeker vaststelt dat een antwoord ontbreekt, terwijl de politicus zich elders over dezelfde kwestie heeft uitgedrukt, dan mag de bezoeker namens de politicus antwoorden. Daarop volgt een validatieproces.

 

Iedere politieke kwestie zal het voorwerp van een specifieke pagina uitmaken, waardevol door de inhoud ervan. Een menu dat op politieke thema’s is gebaseerd, zal het mogelijk maken een kwestie op te zoeken met de overeenstemmende pagina. De bezoeker zal er een korte toelichting van minder dan 500 tekens vinden waardoor hij de gestelde vraag goed zal begrijpen. Een link zal de bezoeker naar een diepgaandere uitleg verwijzen.  Indien een parlement over die kwestie heeft gedebatteerd, vindt de bezoeker daar de referenties en de uitslag van de stemming. Een grafiek toont de verdeling van de politici aan in verhouding tot die kwestie.

 

Het interessantste, of in ieder geval het origineelste onderdeel van die pagina over een politieke zaak, is de virtuele stemming in het parlement. Een grafiek laat zien wat de uitkomst van de stemming zou zijn als zulk parlement op dat moment over de zaak zou stemmen.

 

Input aan de databank

Om de databank van input te voorzien, combineren we vier verschillende bronnen. In eerste instantie codeert de vrijwilligersploeg van WijBurgers constant informatie van op internet: ongeveer 7.000 updates per maand. Vervolgens krijgt de politicus periodiek een hyperlink die hem toegang tot zijn profiel geeft en waarmee hij dat profiel kan opmaken. WijBurgers onderhandelt met de parlementen over procedures om informatie door te geven. Het doel is dat er Exceltabellen van ieder parlement in de databank van WijBurgers kunnen worden ingevoerd.  Uiteindelijk zal het grote publiek informatie in het systeem kunnen invoeren, mits voldaan aan de validatie van WijBurgers. Aanschouw daarbij een eerste element van burgerparticipatie!

 

De gebruiker die op zoek is naar informatie en vaststelt dat die ontbreekt, kan op een knop drukken waarmee hij in een paar kliks een persoonlijke herinneringsmail aan de betreffende politicus kan richten.

 

Campagnetool

Iedereen kan een kwestie voorstellen om aan de politici voor te leggen met het voordeel dat hun antwoorden in de Atlas worden gepubliceerd, waar iedereen ze gemakkelijk kan raadplegen. Daarnaast zal de campagnetool de burgers ook bij de kwestie betrekken.  De indiener van de vraag kan zo zijn vrienden de link naar de campagnepagina doorsturen. De burger vindt er de lijst van geviseerde politici die niet op de vraag hebben geantwoord.  Hij kan selecteren wie hij wenst. Hij vindt er een standaard e-mail die hij direct kan versturen. Zonder veel moeite richt hij zo herinneringen aan de geselecteerde mensen.

 

De Kieswijzer

Met de kieswijzer heeft de burger een rangschikking van de kandidaten op basis van hun ideologische connectie ter beschikking. De kieswijzer baseert zich op een vragenlijst die de kandidaten moeten invullen. Wanneer een burger dezelfde vragenlijst invult, berekent het systeem de score van iedere kandidaat: 100 % voor de kandidaat die op exact dezelfde manier alle vragen heeft beantwoord.

 

De kwaliteit van de Kieswijzer is erg afhankelijk van het aantal kandidaten dat deelneemt, dat op de vragenlijst antwoordt. De Atlas is het instrument bij uitstek om de antwoorden van de kandidaten in te winnen.

 

De kwaliteit van de Kieswijzer vloeit ook voort uit de wisselwerking met de Atlas. De gebruiker die een rangschikking van de kandidaten krijgt, klikt op de naam van een kandidaat en opent zo het volledige profiel van de kandidaat in de Atlas. Zo kan hij zich zo goed mogelijk inlichten of die kandidaat daadwerkelijk de beste kandidaat voor hem is. In feite is de Kieswijzer vanuit technisch standpunt een functionaliteit van de Politieke Atlas.

 

Ergonomie

Van de vele, geplande verbeteringen vermelden we er twee.  De eerste heeft betrekking op de politicus die een vraag beantwoordt die de Atlas hem heeft voorgelegd. Er zal een knop zijn waarmee hij het antwoord van zijn partij kan kopiëren (als dat beschikbaar is). Daarna kan hij het antwoord bewerken en dus zijn eigen persoonlijke toets aanbrengen.

 

De zoekmachine waarmee politici kunnen worden geselecteerd, biedt al 27 criteria. Die filters, die voor geavanceerde opzoekingen dienen, zullen we verbeteren. Het zal mogelijk worden politici te selecteren die in een bepaalde kieskring verblijven. Een nieuwe filter zal ook de gelegenheid bieden om op basis van de uitgeoefende bevoegdheden te selecteren. Zo zullen bijvoorbeeld ministers en/of schepenen kunnen worden opgezocht die voor mobiliteit bevoegd zijn.

 

Instrument voor participatief burgerschap

WijBurgers begint met de publicatie van artikels over het openbaar bestuur. De mandatarissen die in een artikel als politiek verantwoordelijk worden genoemd, zullen dat artikel op hun persoonlijk profiel zien verschijnen. Aan de lezers van het artikel zullen we vragen om de gedraging van de mandataris in het dossier in kwestie te beoordelen. Wanneer een voldoende aantal antwoorden ingewonnen zijn, publiceert het systeem het gemiddelde van de beoordeling.

 

Zal ook de gewone burger de Atlas kunnen gebruiken?

Hoe ondoorzichtiger de politiek, hoe meer de macht in de handen van ingewijden blijft.  De Atlas is zoals een sleutel die gratis toegang tot kennis verschaft. Natuurlijk kunnen we alleen degene helpen die daar open voor staat. Er zijn niettemin vragen aan de politici gesteld die kansarmen rechtstreeks aanbelangen. Als ze de Atlas niet zelf raadplegen, zullen anderen het voor hen doen en zullen die hun de uitslagen ter kennis brengen.

 

Toepassingstiming

Door de nieuwe informaticatechnieken kunnen we de software geleidelijk uitbouwen. We zullen de nieuwe functionaliteiten dus online plaatsen naarmate de inschaling ervan in de software vordert. Zoals altijd hangt de snelheid daarvan af van de beschikbare middelen, met andere woorden van jouw financiële steun.

 

Jean-Paul Pinon, 14 maart 2017.

 

[1] Uit erkenning voor hun geleverde diensten geven we hier de namen van de assistenten van professor Mens mee: Benoît Duhoux, Minh Ha Quang, Christophe Limbrée en Michael Saint-Guillain.

Voor de studenten is de lijst een beetje langer: Simon Alexe, William André, Gilles Bajart, Louis Baudoux, Arnaud Belie, Steve-Junior Bitomagira, Nicolas Bockstael, Alexandre Carlier, Bastien Claeys, Alexis Clarembeau, Benjamin Daubry, Victor Demuysere, Robin Descamps, Sundeep Dhillon, Maxime Dombret, Sébastien d’Oreye, Jacob Eliat-Eliat, Florian Felten, Yolan Fery, Victor Feyens, Pierrick Fichefet, Rémi Floriot, Péter Frenyo, Emilio Gamba, Alexander Gerniers, Nathan Gillain, Julien Gomez, Thomas Grimée, Quentin Groulard, Victor Hamer, Marwan Hasan, David Haven, Jean-Benoît Henry de Hassonville, Jean-Paul Ishimwe, Hamza Jabiri, Thibault Jacques, Alexandre Jadin, Victor Joos de ter Beerst, Frédéric Kaczynski, Xavier Lambein, Victor Lecomte, Amélie Lessuise, Sing Leung Hoo, Jean-Baptiste Macq, Bruno Marchesini, Thomas Marissal, Olivier Martin, Aurélie Massart, Bertrand Masset, Alexandre Mattenet, Safi Mbungu, François Michel, Zélie Mulders, Jérôme Navez, Xavier Pérignon, Maxime Piraux, Antoine Prieëls, Maxime Rens, Valentin Rombouts, Mohammad Saleh, Xavier Schul, Syntyche Shimbi Amunaso, Damiano-Joseph Siciliano, Yvhan Smal, Nicolas Sorensen, Florian Stévenart Meeûs, Philippe Stormme, Corentin Surquin, Olivier Taburiaux, Jérôme Thiry, Simon Tihon, Trong-Vu Tran, Carolina Unriza Salamanca, Camille Uylenbroeck, Antoine Van Grootenbrulle, Antoine Vanderschueren en Rémy Vermeiren.